Aglaonema (Aglaonema commutatum)

Foto: Krzysztof Ziarnek, Kenraiz, CC BY-SA 4.0 · bron

Kamerplant · Araceae

Aglaonema

Aglaonema commutatum

In andere talen: Aglaonéma (Français) · Chinese evergreen (English)

De aglaonema is een groenblijvende kamerplant uit de aronskelkfamilie, afkomstig uit de tropische bossen van Zuidoost-Azië, onder meer de Filipijnen. Hij vormt een dichte pol van rechtopstaande stengels met lange, lancetvormige bladeren, donkergroen met zilvergrijze vlekken en strepen. Plantenliefhebbers houden van hem omdat hij weinig licht verdraagt en ook in een donkere hoek mooi blijft. Bekende vormen zijn ‘Maria’, met donker blad en een zilveren tekening, en ‘Silver Queen’, met bijna helemaal zilvergrijs blad. Daarnaast zijn er tegenwoordig veel hybriden met roze of rode bladeren, die wat meer licht en warmte vragen.

Let op: Alle delen zijn giftig: het sap bevat calciumoxalaatkristallen die bij kauwen een branderig gevoel en zwelling in mond en keel geven, en het kan de huid irriteren. Zet de plant buiten het bereik van kinderen, katten en honden.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Potgrond

  • Winterhard

    Kamerplant

    min. 15 °C

  • Grootte

    0,6 m

    hoog, 0,6 m breed

Feiten op een rij
Hoogte0,6 m
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren

Herkennen

Hoe herken je een aglaonema?

Groeivorm
Dichte, rechtopgaande pol van 40–60 cm hoog en even breed; met de jaren ontstaat een korte stam.
Blad
Lancetvormig tot langwerpig, 15–30 cm lang, glanzend donkergroen met zilvergrijze vlekken langs de nerven; bij hybriden ook roze of rood.
Bloem
Soms een kleine, groenig witte bloeiwijze met een schutblad en een kolf, typisch voor de aronskelkfamilie. Ze valt weinig op.
Vrucht
Na een bloei kunnen rode bessen volgen; ook die zijn giftig.
Sap
Het plantensap bevat naaldvormige kristallen (calciumoxalaat) die mond en huid irriteren.
Wortels
Vlezig en vrij oppervlakkig; ze rotten snel in natte potgrond.

Planten: maart–mei

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de weinige kamerplanten die het ook in een donkere hoek of ver van het raam volhoudt.
  • Groenblijvend sierblad in groen, zilver, roze of rood: het hele jaar mooi, ook zonder bloemen.
  • Groeit traag en blijft compact, ideaal voor een bureau, een kast of een plantentafel.
  • Kan beter tegen een vergeten gietbeurt dan tegen te veel water.
  • Makkelijk te vermeerderen door de pol te scheuren bij het verpotten.

Waar staat een aglaonema graag?

  • Halfschaduw tot schaduw: bij een raam op het noorden of oosten, of een paar meter van een zonnig raam.
  • Geen felle middagzon: die geeft bruine, verbrande vlekken op het blad. Bontbladige en roze vormen kleuren wel mooier bij meer licht.
  • Warm, liefst 18–25 °C, en nooit onder 15 °C. Uit de buurt van tocht, open deuren en koude ruiten.
  • Hij houdt van een vrij hoge luchtvochtigheid: een badkamer met een raam of een groep planten bij elkaar is ideaal.
Licht
Licht, zonder felle zon of weinig licht
Potgrond
Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Water geven
Gewoon
Grootte
0,6 m hoog, 0,6 m breed
Temperatuur
Minimum 15 °C

Mooi samen met

  • Zamioculcas: Even tevreden met weinig licht; stevig, glanzend blad als contrast.
  • Lepelplant: Uit dezelfde familie, voor dezelfde plek, met witte bloemen naast het sierblad.
  • Zwaardvaren: Houdt van dezelfde vochtige lucht en zet fijn, luchtig blad naast de brede bladeren.
  • Philodendron: Een klimmende of hangende verwant voor een groene hoek met verschillende hoogtes.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een aglaonema?

Planten in maart–mei.

  1. Verpot in maart, april of mei, als de plant weer begint te groeien; elke 2–3 jaar is genoeg.
  2. Kies een pot die maar een paar centimeter breder is dan de oude, met een gat in de bodem.
  3. Gebruik luchtige kamerplantengrond, eventueel aangevuld met wat perliet of fijne schors voor een betere afwatering.
  4. Zet de plant even diep als voordien en druk de grond licht aan.
  5. Geef matig water, laat het overtollige water weglopen en hou de plant de eerste weken uit de felle zon.
  6. Bemest pas na 4–6 weken: verse potgrond bevat genoeg voeding.

Verzorgen

Water
Laat de bovenste 2–3 cm potgrond opdrogen voor je water geeft. Giet met water op kamertemperatuur en laat nooit water in de schotel staan.
Bemesten
Van april tot september om de 2–4 weken een halve dosis vloeibare kamerplantenmest. In de winter niet bemesten.
Luchtvochtigheid
Zet de pot op een schotel met grind en een laagje water, of zet hem bij andere planten. Droge lucht geeft bruine bladpunten.
Blad
Veeg het blad af en toe af met een vochtige doek: stof neemt licht weg.
Verpotten
Elke 2–3 jaar in het voorjaar, in een iets grotere pot. Hij staat graag wat krap.
Gele bladeren
Een oud blad dat onderaan geel wordt, is normaal: snijd het aan de basis weg.

Tip: Draai de pot elke paar weken een kwartslag, zodat de plant niet scheef naar het licht groeit. Bontbladige vormen zet je net iets lichter dan de groene.

Wanneer snoei je een aglaonema?

Wanneer: Snoeien is niet nodig. Knip alleen gele of beschadigde bladeren weg, op elk moment van het jaar.

Hoe:

  • Knip oude, gele bladeren vlak bij de stengel af met een schoon mes of een schaar.
  • Is de plant na jaren lang en kaal geworden, dan kun je in het voorjaar de kop afsnijden en als stek gebruiken; de oude stengel loopt meestal opnieuw uit.
  • Knip bloemen weg als je wilt dat de plant zijn energie in nieuw blad steekt.

Let op: Draag handschoenen: het sap irriteert de huid en de ogen.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Scheuren
Bij het verpotten in het voorjaar de pol voorzichtig in stukken trekken of snijden, elk met eigen wortels en een paar bladeren, en apart oppotten.
Kopstekken
Van april tot juni een kop of zijscheut van 10–15 cm afsnijden, het snijvlak even laten drogen en in vochtige stekgrond of in water zetten bij 20–25 °C. Na enkele weken verschijnen wortels.

Hoe komt een aglaonema de winter door?

  • Een kamerplant: hij staat het hele jaar binnen en verdraagt geen temperaturen onder 15 °C.
  • Geef in de winter minder water en laat de potgrond verder opdrogen: koude, natte wortels rotten snel.
  • Niet bemesten van oktober tot maart.
  • Zet hem niet vlak boven een radiator of tegen een koude ruit; warme, droge lucht geeft bruine bladranden.

Ziektes en plagen

  • Wortelrot: Slappe stengels, gele bladeren en natte, zurig ruikende grond: te veel water. Haal de plant uit de pot, knip rotte wortels weg en pot op in verse, luchtige grond.
  • Koudeschade: Donkere, waterige vlekken op het blad na een koude nacht of tocht. Zet de plant op een warmere plek en knip beschadigde bladeren weg.
  • Wolluis: Witte, wollige pluisjes in de bladoksels. Wegdeppen met een wattenstaafje met wat spiritus, of de plant afspoelen.
  • Spint: Fijne spikkels en spinsel op het blad, vooral in warme, droge lucht. Spoel de bladeren af en verhoog de luchtvochtigheid.
  • Bruine bladpunten: Te droge lucht of onregelmatig water geven. Verhoog de luchtvochtigheid en giet regelmatiger.

Het jaar rond

  • Januari: Weinig water geven en niet bemesten. Blad afstoffen.
  • Februari: Letten op spint en wolluis in de droge, verwarmde lucht.
  • Maart: Verpotten als de pot vol wortels zit. Weer wat meer water geven.
  • April: Beginnen met bemesten. Scheuren of stekken.
  • Mei: Laatste moment om te verpotten. Om de 2–4 weken bemesten.
  • Juni: Regelmatig water geven en uit de felle zon houden.
  • Juli: Water geven als de bovenste centimeters droog zijn. Bemesten.
  • Augustus: Bemesten. Blad afstoffen.
  • September: Laatste bemesting. Weg van open ramen op koude nachten.
  • Oktober: Minder water geven. Niet meer bemesten.
  • November: Weg van koude ruiten en tocht zetten.
  • December: Weinig water. Niet boven een radiator zetten.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Alle delen van deze kamerplanten uit de aronskelkfamilie zijn giftig: het sap zit vol naaldvormige kristallen (calciumoxalaat), die bij kauwen meteen een brandende pijn en zwelling van lippen, mond en keel geven, met kwijlen en soms braken. Het meeste risico lopen katten, die graag aan hangende ranken en blad knabbelen, honden en jonge kinderen die op de vloer spelen. Hang klimmers en hangplanten buiten hun bereik, ruim afgeknipte ranken en stekjes meteen op en zet een glas met stekjes in water niet waar een kat eruit drinkt. Draag handschoenen bij het snoeien en verpotten, wrijf niet in je ogen en was daarna je handen. Kwijlt je kat of hond of zwelt zijn bek op, bel dan je dierenarts. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam Aglaonema komt uit het Grieks: aglaos betekent ‘glanzend’ en nema ‘draad’, wellicht een verwijzing naar de glanzende meeldraden.
  • In het wild groeit hij in de ondergroei van tropische bossen, in het schemerlicht onder hoge bomen. Daarom kan hij binnen met zo weinig licht toe.
  • Hij is familie van de dieffenbachia, de monstera en de lepelplant, en heeft net als zij een bloeiwijze met een schutblad en een kolf.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…