Bergpalm (Chamaedorea elegans)

Foto: Bachelot Pierre J-P, CC BY-SA 3.0 · bron

Kamerplant · Arecaceae

Bergpalm

Chamaedorea elegans

In andere talen: Palmier de salon (Français) · Parlour palm (English)

De bergpalm komt uit de regenwouden van Zuid-Mexico en Guatemala, waar hij als kleine palm in de schaduw van grote bomen groeit. Het is een sierlijk palmpje met dunne, groene stammetjes en gevederde bladeren met smalle, frisgroene blaadjes. In de winkel zitten meestal meerdere plantjes samen in één pot, zodat je meteen een volle pol hebt. Binnen wordt hij zelden hoger dan 1–1,5 m en hij groeit traag, wat hem geschikt maakt voor een kamer, een bureau of een slaapkamer. Hij verdraagt minder licht dan de meeste palmen en is daarom al sinds de 19e eeuw een geliefde kamerplant.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Potgrond

  • Winterhard

    Kamerplant

    min. 12 °C

  • Grootte

    1,2 m

    hoog, 0,6 m breed

Feiten op een rij
Hoogte1,2 m
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een bergpalm?

Groeivorm
Kleine palm met dunne, rechte stammetjes, binnen 60–150 cm hoog en 40–60 cm breed.
Blad
Gevederd, 40–60 cm lang, met 10–20 paar smalle, frisgroene blaadjes; licht overhangend.
Stam
Dun, groen en geringd, zoals een bamboestengel; elk stammetje heeft één groeipunt in de top.
Bloem
Ook jonge planten vormen soms vertakte trosjes kleine, gele bolletjes; zonder sierwaarde.
Groei
Traag: een paar nieuwe bladeren per jaar, uit het hart van elk stammetje.

Planten: april–mei

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de weinige palmen die het goed doet bij weinig licht.
  • Blijft compact en groeit traag: geschikt voor kleine kamers, een kast of een bureau.
  • Groenblijvend en het hele jaar fris, met een tropische uitstraling.
  • Makkelijk te verzorgen als de grond licht vochtig blijft en de lucht niet te droog is.
  • Geldt als niet giftig voor katten en honden.

Waar staat een bergpalm graag?

  • Licht tot halfschaduw zonder directe zon: een plek op 1–3 m van een raam is ideaal.
  • Hij verdraagt ook vrij donkere plekken, maar groeit daar trager.
  • Een warme kamer van 18–24 °C; nooit kouder dan 12 °C.
  • Uit de buurt van radiatoren en tocht: droge, warme lucht geeft bruine punten en spint.
Licht
Licht, zonder felle zon of weinig licht
Potgrond
Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Water geven
Gewoon
Grootte
1,2 m hoog, 0,6 m breed
Temperatuur
Minimum 12 °C

Mooi samen met

  • Aspidistra: Breed, donker blad naast de luchtige palmveren, op een plek met weinig licht.
  • Zwaardvaren: Houdt ook van vochtige lucht en halfschaduw.
  • Calathea: Getekend blad aan de voet van de palm, met dezelfde behoefte aan vocht.
  • Lepelplant: Witte bloemen en glanzend blad in dezelfde halfschaduw.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een bergpalm?

Planten in april–mei.

  1. Verpot in april–mei, om de 2–3 jaar, als de wortels uit de pot komen.
  2. Kies een pot met afvoergat, slechts een maatje groter: palmen houden niet van veel losse grond rond de wortels.
  3. Gebruik potgrond voor palmen of groene planten, met wat perliet voor een goede afwatering.
  4. Zet de plant even diep als voordien en werk voorzichtig: palmwortels zijn gevoelig en breken makkelijk.
  5. Geef na het verpotten water, laat goed uitlekken en wacht een maand met bemesten.

Verzorgen

Water
Houd de grond licht vochtig: water geven als de bovenste 2 cm droog zijn. Nooit water in de schotel laten staan.
Luchtvochtigheid
Besproei het blad bij droge lucht, vooral in de winter, of zet de pot op een schaal met nat grind.
Bemesten
Van april tot september eens per maand kamerplantenmest op halve sterkte.
Blad
Spoel de plant af en toe af onder een lauwe douche: dat verwijdert stof en houdt spint weg.
Verpotten
Om de 2–3 jaar in april–mei; tussendoor kan je de bovenste laag potgrond vervangen.

Tip: Verdraagt minder licht dan de meeste palmen. Houd de grond licht vochtig en besproei hem bij droge lucht, anders komt er spint.

Wanneer snoei je een bergpalm?

Wanneer: Snoeien is niet nodig. Je kan het hele jaar door helemaal bruine bladeren weghalen.

Hoe:

  • Knip volledig bruine of gele bladeren af aan de basis, dicht bij de stam.
  • Knip bruine puntjes eventueel weg in de vorm van het blad, zonder in het groene deel te knippen.
  • Haal uitgebloeide bloemtrosjes weg als je ze niet mooi vindt.

Let op: Knip nooit de top van een stammetje af: een palm heeft maar één groeipunt per stam, en zonder top sterft dat stammetje af.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
In april–mei een volle pot voorzichtig in twee of drie groepjes stammetjes met wortels verdelen en apart oppotten. Lukt niet altijd; houd de delen warm en licht vochtig.
Zaaien
Vers zaad bij 25–30 °C in vochtige zaaigrond onder plastic. Kiemen duurt weken tot maanden; de plantjes groeien traag.

Hoe komt een bergpalm de winter door?

  • Houd de temperatuur boven 12 °C, liefst 15–20 °C; hij is helemaal niet winterhard.
  • Geef in de winter minder water, maar laat de kluit niet volledig uitdrogen. Geen mest.
  • Door de verwarming wordt de lucht droog: besproei het blad geregeld of gebruik een schaal met nat grind.
  • Zet hem in de winter iets dichter bij een raam, want de dagen zijn kort, maar nooit tegen koude ruiten of in tocht.

Ziektes en plagen

  • Spint: Fijne, gele stipjes op het blad en spinsel onderaan, vooral in droge lucht. Douche de plant lauw af en verhoog de luchtvochtigheid.
  • Bruine bladpunten: Door droge lucht, te weinig water of juist natte voeten. Besproei, controleer de grond en laat de pot goed uitlekken.
  • Wolluis: Witte, wollige pluisjes in de bladoksels. Verwijder ze met een wattenstaafje met wat spiritus of een doekje in zeepsop.
  • Gele bladeren: Door directe zon of te veel water. Zet de plant uit de zon en laat de grond tussen twee gietbeurten iets opdrogen.

Het jaar rond

  • Januari: Weinig water, geregeld besproeien. Geen mest.
  • Maart: De groei komt op gang. Iets meer water geven.
  • April: Verpotten indien nodig. Beginnen met bemesten.
  • Mei: Verpotten of delen. Bemesten.
  • Juni: Bemesten. Lauw afdouchen tegen spint.
  • Augustus: Bemesten. Bij warm weer vaker water en besproeien.
  • September: Laatste keer bemesten.
  • Oktober: Minder water. Uit de buurt van de radiator zetten.
  • December: Rust. Geregeld besproeien en op spint controleren.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De Engelse naam ‘parlour palm’ komt uit de 19e eeuw, toen het palmpje in de nette ontvangstkamers van burgerhuizen stond.
  • In Mexico en Midden-Amerika worden de bladeren van Chamaedorea-palmen in het wild geoogst voor de bloemsierkunst.
  • De naam Chamaedorea komt uit het Grieks en betekent ruwweg ‘geschenk op de grond’, omdat de vruchten binnen handbereik hangen.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…