
Foto: Arria Belli, CC BY-SA 4.0 · bron
Kamerplant · Vitaceae
Kangoeroewingerd
Cissus antarctica
In andere talen: Vigne kangourou (Français) · Kangaroo vine (English)
De kangoeroewingerd komt uit het oosten van Australië, waar hij als klimmer in bossen groeit. Het is een groenblijvende klimplant met glanzende, donkergroene, leerachtige bladeren met een getande rand. Hij klimt met dunne ranken en kan als kamerplant ruim 2 m hoog worden. Hij hoort bij de wijnstokfamilie en is net als zijn neef, de druivenplant (Cissus rhombifolia), erg gemakkelijk en vergevingsgezind. Hij verdraagt minder licht en koelere kamers dan de meeste kamerplanten, en is daarom populair in gangen, trappenhuizen en kamers zonder verwarming.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 5 °C
Grootte
2 m
hoog, 1 m breed
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 2 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een kangoeroewingerd?
- Groeivorm
- Klimplant met dunne, vertakte stengels; binnen tot ongeveer 2 m hoog en 1 m breed.
- Blad
- Eirond tot hartvormig, 5–10 cm, leerachtig, glanzend donkergroen met een getande rand.
- Ranken
- Dunne spiraalranken tegenover de bladeren waarmee hij zich vastgrijpt aan een steun.
- Bloem
- Klein, onopvallend en groenachtig; verschijnt binnen zelden.
- Wortels
- Fijn en ondiep; hij houdt van losse, goed doorlatende grond en rot bij te veel water.
Planten: maart–april · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Sterke, makkelijke kamerplant die ook in halfschaduw en koelere kamers groeit.
- Glanzend, donkergroen blad dat het hele jaar mooi blijft.
- Groeit snel en vult een lege muur, kamerscherm of klimrek.
- Past goed in lichte gangen, trappenhuizen en kamers met weinig of geen verwarming.
- Makkelijk te vermeerderen met stekken en te snoeien in elke gewenste vorm.
Waar staat een kangoeroewingerd graag?
- Een lichte plek zonder felle middagzon: een oost- of noordraam is ideaal; hij verdraagt ook halfschaduw.
- Losse, humusrijke potgrond, bij voorkeur gemengd met wat perliet of grof zand; licht zuur tot neutraal.
- Gelijkmatig vochtig, maar nooit nat: laat de bovenste laag opdrogen tussen twee gietbeurten.
- Een koele tot normale kamer, ongeveer 12–22 °C; niet onder 5 °C en niet boven een radiator.
- Geef hem een rek, bamboestokjes of een mosstok, en ruimte om te klimmen.
- Licht
- Licht, zonder felle zon of weinig licht
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon
- Grootte
- 2 m hoog, 1 m breed
- Temperatuur
- Minimum 5 °C
Mooi samen met
- Klimop: Een andere makkelijke klimmer voor lichte, koele kamers.
- Graslelie: Een stevige, makkelijke plant die goed samengaat in een lichte hoek.
- Philodendron: Klimmende philodendron deelt de eisen en geeft een weelderige look.
- Lepelplant: Verdraagt halfschaduw en geeft in het voorjaar witte bloemen.
- Zamioculcas: Een stoere plant die weinig water nodig heeft en veel licht verdraagt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kangoeroewingerd?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart–april, als de plant weer begint te groeien, of koop hem in dit seizoen.
- Kies een pot met een gat onderin, 2–3 cm groter dan de oude pot, met een laagje kleikorrels voor de afvoer.
- Gebruik losse potgrond, gemengd met een kwart perliet of grof zand.
- Zet de plant even diep als eerder, vul bij met potgrond en druk lichtjes aan.
- Plaats meteen een klimrek, bamboestokjes of een mosstok en leid de ranken zachtjes naar de steun.
- Geef flink water en laat het overtollige water weglopen; geef de eerste vier tot zes weken geen mest.
Verzorgen
- Water
- Geef water als de bovenste 2–3 cm droog zijn. In de winter minder, zodat de grond niet nat blijft.
- Bemesten
- Van april tot september om de twee weken een vloeibare meststof voor groene planten; in de winter niet.
- Luchtvochtigheid
- Gemiddeld is prima. In een droge, verwarmde kamer helpt af en toe sproeien tegen spint.
- Steun
- Leid de ranken regelmatig naar het rek of de stokjes; zo blijft de plant netjes.
- Verpotten
- Om de twee jaar in het voorjaar, of eerder als de wortels uit de pot groeien.
- Stof verwijderen
- Veeg het blad af en toe af met een vochtige doek; zo blijft het glanzend.
Tip: Geef hem een klimrek of stok en knip te lange ranken terug. Laat de grond tussen twee gietbeurten iets opdrogen: te veel water is gevaarlijker dan te weinig.
Wanneer snoei je een kangoeroewingerd?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe groei, maar hij verdraagt knippen het hele jaar.
Hoe:
- Knip te lange of kale ranken terug tot net boven een blad of knoop; ze lopen daar weer uit.
- Haal zwakke, verdorde of beschadigde stengels helemaal weg.
- Knijp de toppen af voor een bossiger plant met meer vertakkingen.
- Gebruik een schone, scherpe schaar en zet de afgeknipte stukken als stek.
Vermeerderen
- Stekken
- In het voorjaar of de zomer: stek van 10–15 cm met 2–3 bladeren, onderste blad weg, in vochtige potgrond of in een glas water. Na enkele weken wortelt hij.
- Afleggers
- Een lange ranke met een knoop op een bakje met potgrond vastpinnen; zodra er wortels zijn, loskoppelen.
Hoe komt een kangoeroewingerd de winter door?
- Niet winterhard: hij moet het hele jaar binnen blijven en verdraagt geen vorst. Onder ongeveer 5 °C krijgt hij schade.
- Zet hem in de winter koeler en licht, bij 10–15 °C, en geef minder water.
- Vermijd een plek vlak boven een radiator of in de tocht.
- Geef in de winter niet bij: de plant groeit dan nauwelijks.
Ziektes en plagen
- Spint: Fijne spinsels onder de bladeren en vale, gele bladeren, vooral bij droge, warme lucht. Sproei af en toe en spoel het blad af met water.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral bij stilstaande, vochtige lucht. Haal aangetaste bladeren weg en zorg voor luchtcirculatie.
- Bruine bladranden en bladval: Meestal te droge lucht, te weinig water of juist wortelrot. Controleer de grond en pas het gieten aan.
- Wortelrot: Slap, geel blad en een zure geur uit de pot. Meestal door te veel water. Verpot in verse, losse grond en geef minder water.
- Wolluis: Witte wattenvlokjes bij de bladoksels. Betten met een wattenstaafje met alcohol.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Weinig water en niet bemesten.
- Februari: Rust. Licht en koel houden.
- Maart: Verpotten en snoeien. Weer meer water.
- April: Begin van de groei. Beginnen met bemesten.
- Mei: Bemesten en ranken naar de steun leiden.
- Juni: Groeiseizoen. Regelmatig water.
- Juli: Groei. Stekken nemen. Niet in de felle zon zetten.
- Augustus: Groei. Bemesten.
- September: Laatste mestbeurt. Minder water.
- Oktober: Gieten verminderen.
- November: Rust. Koeler zetten.
- December: Rust. Weinig water.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam antarctica betekent ‘zuidelijk’ en heeft niets met Antarctica te maken: de plant komt uit Australië.
- Hij hoort bij de wijnstokfamilie (Vitaceae), net als de druif.
- De geslachtsnaam Cissus komt van het Griekse ‘kissos’, klimop, naar de klimmende groeiwijze.