
Foto: Forest and Kim Starr, CC BY 3.0 us · bron
Kamerplant · Crassulaceae
Crassula
Crassula perforata
In andere talen: String of buttons (English)
Crassula perforata komt uit de droge, rotsachtige streken van Zuid-Afrika. Het is een kleine vetplant met dunne stengels vol grijsgroene, driehoekige blaadjes die als kleine knoopjes op elkaar gestapeld zitten. De stengels staan eerst rechtop en gaan met de jaren overhangen. In felle zon krijgen de bladranden een rode gloed. Hij is populair omdat hij weinig vraagt: veel licht, weinig water en een kleine pot. Hij blijft compact en is makkelijk te vermeerderen met stekjes.
Let op: Licht giftig voor katten en honden als ze op het blad kauwen; zet hem buiten bereik van huisdieren en kleine kinderen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 5 °C
Grootte
0,4 m
hoog, 0,3 m breed
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 0,4 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
Herkennen
Hoe herken je een crassula?
- Groeivorm
- Kleine vetplant met dunne stengels, 40 cm hoog en 30 cm breed, eerst rechtop, later overhangend.
- Blad
- Dik, driehoekig tot eirond, 1–2 cm, grijsgroen; de bladparen staan kruiselings boven elkaar, alsof de stengel er doorheen prikt.
- Kleur
- In volle zon krijgt het blad een rode rand; op een te donkere plek blijft het groen en rekt de plant zich.
- Bloem
- Kleine, crèmegele sterretjes in trosjes aan de top; binnen bloeit hij zelden.
- Wortels
- Ondiep en fijn vertakt: een ondiepe pot is genoeg.
Planten: maart–april · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Opvallend, geometrisch blad: de blaadjes lijken als kralen aan een draad geregen.
- Weinig onderhoud: hij verdraagt droogte en vergeeft een vergeten gietbeurt.
- Blijft klein en netjes, ideaal voor een vensterbank of een kleine schaal met vetplanten.
- Rood aangelopen bladranden bij veel zon geven extra kleur.
- Wortelt makkelijk uit stekjes, handig om cadeau te geven.
Waar staat een crassula graag?
- Zo veel mogelijk licht: een zuid-, oost- of westraam, in de zomer gerust in de volle zon.
- Zeer goed doorlatende grond: cactusgrond of potgrond gemengd met grof zand of grind.
- Droog: laat de grond tussen twee gietbeurten helemaal opdrogen.
- Warm in de zomer; in de winter koel (5–10 °C), nooit onder 5 °C.
- Een ondiepe pot met afvoergat, bij voorkeur van onbeglazuurd aardewerk.
- Licht
- Zonnig
- Potgrond
- Cactusgrond
- Zuurtegraad
- Neutraal
- Water geven
- Weinig
- Grootte
- 0,4 m hoog, 0,3 m breed
- Temperatuur
- Minimum 5 °C
Mooi samen met
- Echeveria: Rozetten in blauwgrijs of paars naast de kleine blaadjes van de crassula.
- Sedum: Zelfde licht en water, met zachte, hangende stengels.
- Aloë: Een grotere vetplant voor contrast in vorm.
- Kalanchoe: Zelfde zonnige plek, bloeit in felle kleuren.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een crassula?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart–april, als de plant uit de pot groeit. Een jonge plant elke 2–3 jaar, een oude minder vaak.
- Kies een ondiepe pot van aardewerk met een afvoergat, slechts iets groter dan de oude pot.
- Meng cactusgrond met een derde grof zand, perliet of grind voor goede afvoer.
- Zet de plant even diep als eerst, schud de wortels voorzichtig uit de oude grond en laat beschadigde wortels een paar dagen drogen voor je potten.
- Wacht ongeveer een week met water, zodat kleine wortelwondjes kunnen helen.
- Leg eventueel een laagje fijn grind op de grond: dat houdt de stengelvoet droog.
Verzorgen
- Water
- In de zomer eens per 2–3 weken flink water geven en laten uitlekken, pas als de grond helemaal droog is. In de winter bijna niet. Giet nooit in een schaal waarin water blijft staan.
- Bemesten
- Van mei tot augustus eens per maand een kwart tot halve dosis cactusvoeding. Niet in de winter.
- Licht
- Laat hem aan de felle zon wennen, zeker na de winter, anders komen er bruine plekken op het blad.
- Schoonmaken
- Verwijder afgevallen of verdorde blaadjes; dat voorkomt rot.
- Verpotten
- Om de 2–3 jaar in het voorjaar in verse, schrale grond.
Tip: Wil veel zon en weinig water; laat de grond tussendoor helemaal opdrogen. Stekken van een stukje stengel wortelen gemakkelijk.
Wanneer snoei je een crassula?
Snoeimaanden: april.
Wanneer: In het voorjaar (april), als de plant te lang of kaal wordt.
Hoe:
- Knip lange of kale stengels terug tot boven een paar bladparen.
- Onder de snede lopen binnen enkele weken nieuwe zijscheuten uit.
- De afgeknipte stukken kun je als stek laten wortelen.
- Verwijder dode of rotte stengels helemaal aan de voet.
Vermeerderen
- Stekken
- In het voorjaar of de zomer: knip stukken van 5–8 cm, haal de onderste bladeren weg en laat de snede 2–3 dagen drogen. Steek ze in schrale, droge grond en houd die pas na een week licht vochtig. Wortels na 3–6 weken.
- Blaadjes
- Een afgevallen blaadje of bladpaar dat op droge grond ligt, kan wortelen. Het duurt langer dan met stekken.
Hoe komt een crassula de winter door?
- Niet winterhard: hij heeft minstens 5 °C nodig en overwintert het best koel en licht bij 5–10 °C.
- Water in de winter nauwelijks: een beetje om de zes tot acht weken is genoeg, zodat de blaadjes niet rimpelen.
- Geen voeding in de winter; zet hem niet boven een radiator.
Ziektes en plagen
- Rot: Zachte, zwarte of slijmerige stengelvoet door te veel water. Laat de grond droog worden, snijd het rotte stuk weg en laat gezonde stukken opnieuw wortelen.
- Uitgerekte stengels: Te weinig licht: de stengels worden lang en kaal en de bladparen staan ver uit elkaar. Zet hem in de zon en snoei in het voorjaar terug.
- Rimpelige of slappe blaadjes: Rimpelig is te droog, zacht en geelachtig is te nat. Geef bij droogte een flinke gietbeurt en laat daarna goed uitlekken.
- Wolluis: Witte, wattige pluisjes in de bladoksels. Dep ze met een wattenstaafje met alcohol of spuit de plant af en herhaal wekelijks.
Het jaar rond
- Januari: Rust: koel en licht, bijna geen water.
- Februari: Rust: koel en licht, bijna geen water.
- Maart: Verpotten indien nodig. Voorzichtig meer licht geven.
- April: Terugsnoeien en stekken nemen. Beginnen met water.
- Mei: Eens per 2–3 weken water. Beginnen met voeding.
- Juni: Groeiseizoen: water als de grond droog is; vol licht.
- Juli: Groeiseizoen: water en voeding. Gerust buiten in de zon.
- Augustus: Groeiseizoen: laatste voeding. Letten op wolluis.
- September: Minder water. Weer binnen vóór het koud wordt.
- Oktober: Koeler zetten, bijna geen water.
- November: Rust: koel en licht.
- December: Rust: koel en licht, bijna geen water.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Deze crassula is licht giftig: katten en honden die op de vlezige bladeren kauwen, kunnen kwijlen, braken en wat lusteloos worden. Voor mensen is hij weinig gevaarlijk, maar laat kleine kinderen er niet op kauwen. Zet de pot buiten het bereik van huisdieren en ruim afgebroken stukjes en stekjes op, die makkelijk loskomen en op de vloer belanden. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam perforata betekent ‘doorboord’: de stengel lijkt dwars door de kruiselings gestapelde bladparen te steken.
- Een bekende verwant is de geldboom (Crassula ovata), die tot hetzelfde geslacht hoort.
- De familie Crassulaceae gaf haar naam aan CAM-fotosynthese: veel soorten openen hun huidmondjes ’s nachts, zodat ze overdag weinig water verliezen.