
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Asparagaceae
Drakenbloedboom
Dracaena draco
In andere talen: Dragonnier des Canaries (Français) · Dragon tree (English)
De drakenbloedboom komt van de Canarische Eilanden, Madeira, Kaapverdië en uit Marokko, waar hij in droge, rotsachtige streken groeit. Het is een traag groeiende plant met stijve, zwaardvormige, grijs- tot blauwgroene bladeren die in een dichte bos op de top van een dikke stam staan. Als kamerplant blijft hij jarenlang compact en bloeit hij binnen vrijwel nooit. Hij houdt van een zonnig raam, verdraagt droge lucht en mag in de zomer naar buiten. In het wild wordt hij een indrukwekkende boom met een brede, paraplu-achtige kroon en rood hars, het ‘drakenbloed’, dat uit beschadigingen sijpelt.
Let op: Giftig voor katten en honden: knagen aan de bladeren kan braken en kwijlen geven. Zet hem buiten bereik van huisdieren en laat kinderen niet aan de bladeren kauwen. Raadpleeg een dierenarts als een dier ervan gegeten heeft.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 0 °C
Grootte
1,5 m
hoog, 1 m breed
| Hoogte | 1,5 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
Herkennen
Hoe herken je een drakenbloedboom?
- Groeivorm
- Traag groeiende, boomachtige plant. Als kamerplant 0,5–1,5 m hoog en tot 1 m breed, meestal met één stam die pas na vele jaren vertakt.
- Blad
- Stijf en zwaardvormig, tot ongeveer 50 cm lang, grijs- tot blauwgroen, soms met een fijn roodachtig randje. Het blad staat in een dichte rozet op de top.
- Stam
- Dik, grijs en glad. Hij vormt geen echte jaarringen.
- Bloem
- Binnen bloeit hij vrijwel nooit. Buiten verschijnen na vele jaren witte bloemtrossen.
- Wortels
- Krachtig en vrij ondiep: hij heeft een goed doorlatende grond nodig.
Planten: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Strak, sculpturaal en stevig: een architecturale plant voor een zonnig raam.
- Groeit heel traag en blijft jarenlang compact: weinig onderhoud.
- Verdraagt droge lucht en een keer vergeten water geven: hij heeft maar zelden water nodig.
- Mag in de zomer naar buiten en groeit daar vaak flink door.
- Een plant met een verhaal: de legendarische ‘drakenbloedboom’ met rood hars.
Waar staat een drakenbloedboom graag?
- Licht: zet hem vlak bij een zuid- of westraam met veel zon. Laat hem na de winter geleidelijk aan de felle zon wennen.
- Temperatuur: 18–25 °C in de zomer; in de winter koeler, 8–12 °C. Laat de temperatuur liefst niet onder ongeveer 5 °C zakken; 0 °C is de absolute grens.
- Grond: goed doorlatende cactusgrond of potgrond met zand of perliet, neutraal.
- Droge lucht is geen probleem, maar zet hem niet vlak bij een radiator of in tocht.
- Reken op een plek van 50–80 cm doorsnede; hij groeit traag.
- Licht
- Zonnig
- Potgrond
- Cactusgrond of gewone potgrond
- Zuurtegraad
- Neutraal
- Water geven
- Weinig
- Grootte
- 1,5 m hoog, 1 m breed
- Temperatuur
- Minimum 0 °C
Mooi samen met
- Aloë: Zelfde licht en weinig water, mooi in een zonnige groep.
- Agave: Een stijf, sculpturaal gezelschap.
- Echeveria: Lage rozetten voor de stam, met dezelfde zorg.
- Sansevieria: Rechtopstaande bladeren, even makkelijk.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een drakenbloedboom?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart–april, als de plant weer actief groeit.
- Kies een pot die maar 2–4 cm breder is dan de wortelkluit, met een gat onderin. Terracotta is stabiel en droogt snel.
- Leg een laagje scherven of kleikorrels onderin en vul met losse, doorlatende grond: cactusgrond of potgrond met een derde grof zand of perliet.
- Zet de plant even diep als eerst en druk de grond lichtjes aan.
- Geef een kleine hoeveelheid water, laat overtollig water weglopen en zet hem op een lichte plek.
- Verpot jonge planten om de 2–3 jaar, oudere om de 3–4 jaar. Een krappe pot is geen probleem.
Verzorgen
- Water
- In lente en zomer als de bovenste 3–5 cm van de grond droog is, ongeveer elke 1–2 weken. Laat overtollig water weglopen. In de winter nauwelijks: eens per 3–4 weken een klein beetje.
- Bemesten
- Van april tot september om de 4 weken een halve dosis cactus- of kamerplantenvoeding. In de winter niet bemesten.
- Stof afnemen
- Veeg het blad af en toe af met een vochtige doek, zodat het het licht goed opvangt.
- Naar buiten
- Zet hem vanaf eind mei geleidelijk buiten: eerst enkele dagen in de halfschaduw, dan op een zonnige plek. Breng hem in september weer binnen, vóór de nachten kouder worden dan 10 °C.
Tip: Laat de grond tussen twee gietbeurten goed uitdrogen: te veel water is de meest voorkomende oorzaak van problemen. Een koele, lichte winter geeft hem de rust om in het voorjaar weer te groeien.
Wanneer snoei je een drakenbloedboom?
Wanneer: Hij wordt niet gesnoeid. Je verwijdert alleen verdorde bladeren.
Hoe:
- Trek of knip verdorde, onderste bladeren in het voorjaar dicht bij de stam weg; vaak vallen ze vanzelf af.
- Knip bruine bladtoppen bij met een scherpe schaar en volg de vorm van het blad.
- Inkorten kan, maar hij groeit zo traag dat je het beter laat. Na het afsnijden van de top duurt het lang voor er nieuwe scheuten komen.
Vermeerderen
- Kopstek
- In het voorjaar of de zomer: een kop met 15–20 cm stam afsnijden, de snede enkele dagen laten drogen en in zandige grond zetten op een warme (ongeveer 24 °C), lichte plek. Houd de grond licht vochtig. Wortelen kan lang duren.
- Zaaien
- Het zaad kiemt bij 22–25 °C, traag en onregelmatig. Het duurt jaren voor je een stammetje hebt.
Hoe komt een drakenbloedboom de winter door?
- Zet hem koel en licht: 8–12 °C is ideaal, nooit onder ongeveer 5 °C.
- Geef bijna geen water: eens per 3–4 weken een klein beetje, zodat de grond nooit lang nat blijft.
- Niet bemesten en niet vlak bij de radiator zetten: droge, warme lucht plus weinig licht geeft bruine toppen en spint.
- Staat hij warmer (18–20 °C), geef hem dan zoveel mogelijk licht en iets meer water.
Ziektes en plagen
- Zachte stam of bladvoet: Rot door te veel water: de stam wordt zacht en het blad vergeelt. Laat de grond uitdrogen, snijd rotte delen weg en geef geduld. Is het rot ver gevorderd, dan helpt alleen een kopstek.
- Bruine bladtoppen: Droge lucht, onregelmatig water of te veel meststof. Geef regelmatiger water, minder voeding en knip de bruine toppen bij.
- Gele onderste bladeren: Dat is normaal als enkele oude bladeren verkleuren en vallen. Veel gele bladeren wijzen op te veel water.
- Spintmijt en wolluis: Fijne webjes of witte watten tussen de bladeren, vooral in verwarmde kamers. Spoel de plant af, dep wolluizen met een wattenstaafje met wat alcohol en zet hem koeler.
Het jaar rond
- Januari: Rust: koel en licht, bijna droog.
- Maart: Verpotten indien nodig. Geleidelijk aan meer zon laten wennen.
- April: Beginnen met bemesten (om de 4 weken). Water geven als de bovenste grond droog is.
- Mei: Vanaf eind mei geleidelijk buiten laten wennen.
- Juni: Buiten of aan het raam in de zon. Water geven bij droge grond.
- Juli: Volle zon. Water bij droge grond, bemesten om de 4 weken.
- Augustus: Water bij droge grond. Bemesten.
- September: Laatste voeding. Weer naar binnen vóór de nachten onder 10 °C.
- Oktober: Koeler zetten (8–12 °C). Water sterk verminderen.
- November: Rust: nauwelijks water.
- December: Rust: koel en licht, bijna droog.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Deze drakenbomen, de sansevieria, de geluksbamboe en de cordyline zijn licht giftig: het blad bevat saponinen, die bij katten en honden kwijlen, braken en soms diarree en lusteloosheid geven; katten kunnen er ook verwijde pupillen van krijgen. Ze knabbelen graag aan de lange, smalle bladeren, die op grassprieten lijken: zet de plant buiten hun bereik en ruim afgevallen of afgeknipte bladeren op. Laat geen dieren drinken uit de vaas of schaal van de geluksbamboe. Een kind krijgt van een stukje blad hooguit last van zijn maag, maar laat kinderen er niet op kauwen. Bel je dierenarts als een dier veel gegeten heeft of ziek wordt. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het rode hars dat uit de stam sijpelt heet ‘drakenbloed’ en werd sinds de oudheid als kleurstof en vernis gebruikt.
- In Icod de los Vinos op Tenerife staat een beroemd, zeer oud exemplaar; de precieze leeftijd is onzeker.
- Hij hoort bij de aspergefamilie (Asparagaceae), net als agave, en vormt anders dan gewone bomen geen echte jaarringen.