Ficus ginseng (Ficus microcarpa)

Foto: H. Zell, CC BY-SA 3.0 · bron

Kamerplant · Moraceae

Ficus ginseng

Ficus microcarpa

In andere talen: Chinese banyan (English)

De ficus ginseng is een kamervorm van Ficus microcarpa, een vijg die in het wild van Zuid-China en Taiwan tot Zuidoost-Azië en Australië groeit. Hij valt op door de dikke, grillige ‘wortels’ aan de voet: dat is de verdikte stamvoet van een zaailing, waarop kwekers vaak een kroon met kleiner blad enten. Daarboven staat een compacte kroon van glanzende, leerachtige, ovale bladeren. Hij lijkt op een bonsai, maar is veel makkelijker te verzorgen. Hij houdt van een lichte, vaste plek en vindt verplaatsen en tocht helemaal niet fijn.

Let op: Giftig: het witte melksap kan huid en ogen irriteren, en het blad kan maag- en darmklachten geven bij katten en honden die erop kauwen. Zet hem buiten het bereik van huisdieren en kleine kinderen.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Potgrond

  • Winterhard

    Kamerplant

    min. 10 °C

  • Grootte

    1 m

    hoog, 0,8 m breed

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart–augustus
Hoogte1 m
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren

Herkennen

Hoe herken je een ficus ginseng?

Groeivorm
Compacte boomvorm met een dikke, knoestige voet; in een pot meestal 30–60 cm hoog.
Blad
Ovaal, 4–8 cm, leerachtig en glanzend donkergroen; nieuw blad is lichter van kleur.
Voet
De dikke ‘ginsengwortel’ is de verdikte stamvoet en bovenste wortel van een zaailing. Hij groeit maar heel traag verder.
Luchtwortels
In vochtige lucht maakt hij soms dunne luchtwortels, die je mag laten hangen of wegknippen.
Melksap
Uit elke wonde komt wit, kleverig melksap dat de huid kan irriteren.

Planten: maart–april · Snoeien: maart–augustus

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een levende sculptuur: de dikke, grillige wortels maken van elke plant een uniek exemplaar.
  • Glanzend, groenblijvend blad, het hele jaar door.
  • Een makkelijke eerste ‘bonsai’, die veel meer vergeeft dan een echte.
  • Met een schaar houd je hem compact en geef je hem een mooie vorm.
  • Groeit goed in een gewone woonkamer, als hij maar licht staat.

Waar staat een ficus ginseng graag?

  • Licht, met wat ochtend- of avondzon; geen felle middagzon achter glas in de zomer.
  • Een vaste plek: elke verhuizing, ook al is het maar naar de andere kant van de kamer, kan bladval geven.
  • Warm, 16–24 °C, nooit onder 10 °C; geen tocht van een deur of open raam en niet boven een radiator.
  • Luchtige, goed doorlatende grond: kamerplantengrond met wat perliet of grof zand, of bonsaigrond.
Licht
Zonnig of licht, zonder felle zon
Potgrond
Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Water geven
Gewoon
Grootte
1 m hoog, 0,8 m breed
Temperatuur
Minimum 10 °C

Mooi samen met

  • Jadeplant: Ook een stevig ‘boompje’ voor een lichte vensterbank.
  • Peperomia: Kleine, glanzende bladeren in dezelfde lichte, warme kamer.
  • Sansevieria: Strakke, rechte bladeren als contrast met de ronde kroon.
  • Pilea: Ronde, frisse blaadjes die van dezelfde lichte plek houden.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een ficus ginseng?

Planten in maart–april.

  1. Verpot in maart–april, om de twee à drie jaar, als de wortels de pot vullen.
  2. Kies een brede, ondiepe pot die een maat groter is, met een gat in de bodem.
  3. Gebruik goed doorlatende grond: bonsaigrond of kamerplantengrond met een derde perliet of grof zand.
  4. Haal oude grond voorzichtig tussen de wortels weg en knip te lange wortels een beetje in.
  5. Zet de plant op dezelfde hoogte, zodat de dikke voet boven de grond blijft, en druk de grond aan.
  6. Geef water, laat uitlekken en zet hem een paar weken iets uit de zon.

Verzorgen

Water
Geef water als de bovenste 2 cm droog zijn; liever te weinig dan te veel. In de winter minder.
Bemesten
Van april tot september om de twee à vier weken een halve dosis kamerplanten- of bonsaimest.
Luchtvochtigheid
Besproei het blad af en toe met lauw water, zeker als de verwarming aanstaat.
Vaste plek
Verplaats en draai hem zo weinig mogelijk en zet hem niet in de tocht.
Blad
Stof het blad af met een vochtige doek.

Tip: Knip nieuwe scheuten terug tot twee of drie bladeren zodra ze er zes à acht hebben: zo krijg je een dichte, compacte kroon, net als bij een echte bonsai.

Wanneer snoei je een ficus ginseng?

Snoeimaanden: maart–augustus.

Wanneer: Van maart tot augustus, tijdens de groei, telkens als nieuwe scheuten te lang worden.

Hoe:

  • Laat een nieuwe scheut zes à acht bladeren maken en knip hem dan terug tot twee of drie bladeren.
  • Knip net boven een blad: daar komen nieuwe zijscheuten en zo wordt de kroon dichter.
  • Haal takken weg die naar binnen of recht omhoog groeien.
  • Knip scheuten die uit de dikke voet komen, onder de ent, weg: ze hebben ander blad.

Let op: Het witte melksap kan huid en ogen irriteren. Draag handschoenen en leg een doek onder de plant, want het sap is kleverig en geeft vlekken.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Kopstekken
In mei–juni stekken van 10 cm, onderste bladeren weg; laat het melksap opdrogen en zet ze in vochtige stekgrond onder plastic op 22–25 °C. Ze maken geen dikke ‘ginsengwortel’.
Luchtlaag
Snijd in het voorjaar een tak een beetje in, pak de wonde in met vochtig mos en folie en wacht enkele maanden op wortels. Knip hem dan los en pot hem op.

Hoe komt een ficus ginseng de winter door?

  • Kamerplant: houd hem in de winter boven 10 °C, liefst rond 16–20 °C.
  • Zet hem zo licht mogelijk, maar weg van koude ruiten en tocht.
  • Geef minder water en geen mest van oktober tot maart.
  • Wat bladval in de herfst, als het licht afneemt, is normaal; in het voorjaar groeit er nieuw blad.

Ziektes en plagen

  • Bladval: Meestal door verplaatsen, tocht, te weinig licht of te veel water. Zet hem op een vaste, lichte plek en wacht: hij loopt opnieuw uit.
  • Schildluis: Bruine bultjes op takken en bladeren, en kleverige bladeren. Wegborstelen of afvegen met een doekje met zeepsop.
  • Trips: Opgekrulde, gevlekte bladeren met kleine, langwerpige beestjes. Knip aangetaste bladeren weg en spoel de plant af onder de douche.
  • Wortelrot: Een zachte, gerimpelde voet en gele bladeren door te veel water. Laat de grond opdrogen, knip zachte wortels weg en verpot in luchtige grond.

Het jaar rond

  • Januari: Weinig water. Lichte plek zonder tocht.
  • Maart: Verpotten als het nodig is. De groei begint: eerste snoei.
  • April: Beginnen met bemesten. Nieuwe scheuten terugknippen.
  • Mei: Snoeien. Kopstekken nemen.
  • Juni: Snoeien en bemesten. Blad besproeien.
  • Juli: Scheuten terugknippen. Letten op trips.
  • Augustus: Laatste snoei. Bemesten.
  • September: Laatste bemesting.
  • Oktober: Minder water geven. Wat bladval is normaal.
  • December: Rust. Weg van de radiator.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Het witte melksap van deze ficussen is giftig en irriterend: op de huid geeft het roodheid en jeuk, in de ogen pijn, en wie erop kauwt, krijgt last van mond, maag en darmen; katten en honden kwijlen en braken. Het sap bevat latex: wie allergisch is voor latex, reageert er soms ook op, en ook stof op de bladeren van een ficus binnen kan allergie geven. Draag handschoenen bij het snoeien en stekken, en was daarna je handen. Zet de plant buiten het bereik van katten, honden en kleine kinderen, en ruim afgeknipte takjes en afgevallen bladeren op. De kleine vruchtjes zijn geen vijgen om te eten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Zoals alle vijgen heeft hij zijn bloempjes binnen in de vrucht. Ze worden bestoven door een piepklein wespje dat bij deze soort hoort.
  • De naam ginseng komt van de dikke wortels, die lijken op de wortel van de ginsengplant.
  • In warme streken zoals Florida en Hawaï is Ficus microcarpa uit tuinen ontsnapt en geldt hij als invasief: hij groeit er zelfs op muren en andere bomen.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…