
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0 · bron
Vaste plant · Geraniaceae
Bloedooievaarsbek
Geranium sanguineum
In andere talen: Géranium sanguin (Français) · Bloody cranesbill (English)
De bloedooievaarsbek is een inheemse vaste plant uit Europa en West-Azië, die in het wild groeit op zonnige, droge plekken zoals kalkgraslanden, rotshellingen, duinen en bosranden. Hij vormt een laag, breed kussen van fijn ingesneden, donkergroen blad, waarboven van mei tot augustus losse, schotelvormige bloemen van 2,5–4 cm staan in fel magentapaars. In de herfst kleurt het blad rood, vandaar de naam sanguineum, ‘bloedrood’. Tuiniers waarderen hem omdat hij taai en droogtebestendig is, lang bloeit en als bodembedekker het onkruid onderdrukt. Bekende vormen zijn de lichtroze var. striatum met donkere adertjes, het witte ‘Album’ en het compacte ‘Max Frei’.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
mei–augustus
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,3 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een bloedooievaarsbek?
- Groeivorm
- Laag, breed kussen van 20–30 cm hoog en tot 50 cm breed, dat langzaam uitbreidt met wortelstokken.
- Blad
- Rond van omtrek, diep ingesneden in 5–7 smalle lobben, donkergroen en fijn behaard; in de herfst rood.
- Bloem
- Losse, open schotelbloemen van 2,5–4 cm op lange steeltjes, van mei tot augustus.
- Kleur
- Fel magentapaars met donkerdere adertjes; er zijn ook lichtroze en witte vormen.
- Vrucht
- Een smalle, snavelvormige vrucht die bij rijpheid openspringt en de zaden wegslingert.
- Wortels
- Stevige, houtachtige wortelstokken waarmee de pol langzaam breder wordt.
Bloei: mei–augustus · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit vier maanden lang, van mei tot augustus, met felle bloemen boven een laag kussen.
- Taai en droogtebestendig: ideaal voor zonnige, droge plekken waar veel andere vaste planten verdorren.
- Een dichte bodembedekker die onkruid weinig kans geeft, ook op een talud of tussen stenen.
- Een inheemse plant die bijen en hommels veel nectar en stuifmeel geeft.
- Het blad kleurt rood in de herfst: een tweede seizoen van sierwaarde.
- Vraagt bijna geen verzorging: geen steun, nauwelijks snoei en zelden ziek.
Waar staat een bloedooievaarsbek graag?
- Volle zon: daar bloeit hij het rijkst en blijft hij compact. In halfschaduw bloeit hij minder.
- Zand- of leemgrond, zuur tot kalkrijk; een arme, goed doorlatende grond is ideaal.
- Droog tot normaal vochtig. Natte grond, zeker in de winter, verdraagt hij slecht.
- Mooi in een rotstuin, op een talud, vooraan in een border of tussen stenen.
- Plant op 35–40 cm afstand: zo heb je 6–8 planten per m² en sluit de bodembedekking binnen een à twee jaar.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,3 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Kattenkruid: Lavendelblauwe wolken naast het magenta, en even droogtebestendig.
- Lavendel: Dezelfde zonnige, droge plek; het grijze blad tempert de felle bloemkleur.
- Blauw schapengras: Fijne, blauwgrijze pollen als contrast met het ingesneden blad.
- Wilde marjolein: Inheems en bloeit in de nazomer door voor bijen en vlinders.
- Zonneroosje: Een laag struikje voor de rotstuin, dat in dezelfde schrale grond gedijt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een bloedooievaarsbek?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Maak de grond los en graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit. In zware grond meng je er grof zand of grind door; compost is maar weinig nodig.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 35–40 cm tussen de planten en zet ze in groepjes van drie of meer.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond de eerste weken vochtig.
- Een dunne mulch van grind of fijne houtsnippers houdt het onkruid weg tot de planten sluiten.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte. Daarna redt hij zich ook in droge zomers.
- Bemesten
- Niet nodig. In een te rijke grond wordt hij slap en bloeit hij minder; een schep compost om de paar jaar volstaat.
- Uitgebloeide bloemen
- Afknippen hoeft niet: hij bloeit vanzelf door.
- Wieden
- Houd de grond het eerste jaar onkruidvrij. Daarna sluit het bladerdek en doet hij het werk zelf.
- Delen
- Om de 4–5 jaar, als het hart van de pol kaal wordt. Hij kan ook jarenlang ongestoord blijven staan.
Tip: Geef hem een arme, goed doorlatende grond in volle zon en bemest hem niet: dan blijft hij compact, bloeit hij van mei tot augustus en kleurt het blad in de herfst mooi rood.
Wanneer snoei je een bloedooievaarsbek?
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: Snoeien is nauwelijks nodig. Knip in maart het afgestorven blad weg; een lichte snoei in juli kan als de plant slordig wordt.
Hoe:
- Knip in maart het oude, dorre blad en de dode stengels weg, net boven de nieuwe scheuten.
- Wordt de plant na de eerste bloeigolf lang en slordig, knip de lange stengels dan in juli met een derde in.
- Laat het blad in de herfst staan: het kleurt mooi rood en beschermt het hart in de winter.
Let op: Knip in maart niet te diep: de nieuwe scheuten zitten dan al vlak boven de grond.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of in september een pol opgraven, met een spade of mes in stukken met elk wortels en scheuten verdelen en meteen opnieuw planten.
- Zaaien
- Vers zaad in de herfst in een pot buiten zaaien; het kiemt in het voorjaar. Zaailingen van rassen lijken vaak niet op de moederplant.
- Stekken
- In april jonge scheuten aan de voet met een stukje wortelstok afnemen en in vochtige stekgrond laten wortelen.
Hoe komt een bloedooievaarsbek de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het blad kleurt rood en sterft grotendeels af; in zachte winters blijft er wat blad staan.
- Het grootste gevaar is natte grond: in een zware, natte bodem kunnen de wortels rotten.
- In een pot: gebruik goed doorlatende potgrond en een pot met een gat, en laat hem niet in een schotel met water staan.
Ziektes en plagen
- Wortelrot: De plant zakt in en verdwijnt na een natte winter. Plant op een goed doorlatende plek of meng grind door zware grond.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in de nazomer, vooral bij droogte en hitte. Knip aangetast blad weg; de plant herstelt meestal vanzelf.
- Kaal hart: Oude pollen worden in het midden kaal. Delen en de jonge stukken van de rand opnieuw planten.
- Dikoorsnuitkever: Halvemaanvormige hapjes uit de bladrand; de larven vreten de wortels, vooral in potten. Gebruik aaltjes (nematoden) in het voorjaar of de late zomer.
- Slappe groei: In rijke grond of te veel schaduw wordt hij lang en valt hij open. Niet bemesten en een zonnige plek kiezen.
Het jaar rond
- Maart: Afgestorven blad wegknippen. Planten en delen.
- April: Planten en delen. Stekken van jonge scheuten nemen.
- Mei: Begin van de bloei. Onkruid wieden tot de planten sluiten.
- Juni: Volle bloei. Bijen en hommels op bezoek.
- Juli: Bloei. Lange, slordige stengels licht inknippen als dat nodig is.
- Augustus: Laatste bloemen. Jonge planten water geven bij droogte.
- September: Planten en delen.
- Oktober: Planten. Het blad kleurt rood.
- November: Herfstkleur. Het blad laten staan als winterbescherming.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De ooievaarsbek dankt zijn naam aan de lange, snavelvormige vrucht; ook de wetenschappelijke naam komt van het Griekse geranos, ‘kraanvogel’. Bij rijpheid rollen de delen van de snavel plots op en slingeren ze de zaden een eind weg.
- De ‘geraniums’ in de bloembak en op de vensterbank zijn eigenlijk pelargoniums: familie van de ooievaarsbek, maar niet winterhard.
- De lichtroze var. striatum komt van Walney Island, een eiland voor de kust van Noordwest-Engeland. Daarom heette ze vroeger var. lancastriense, naar het graafschap Lancashire.