
Foto: Bernd Haynold, CC BY 2.5 · bron
Siergras · Poaceae
Wimperparelgras
Melica ciliata
In andere talen: Mélique ciliée (Français) · Hairy melic (English)
Wimperparelgras is een sierlijk, polvormend gras van zonnige kalkrotsen en droge graslanden in Europa, van het Middellandse Zeegebied tot in onze streken. Uit een kleine pol van smal, grijsgroen blad komen in mei–juli rechte stengels met dichte, aarvormige pluimen. Die zijn eerst groenig en worden dan zacht crèmewit en donzig door de lange, zilveren haartjes aan de bloempjes. Ze bewegen bij elke zucht wind. De plant leeft niet lang, maar zaait zich gemakkelijk uit in grind, zodat hij toch blijft. Tuiniers gebruiken hem in grind- en rotstuinen en als verse of gedroogde snijbloem.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
mei–juli
| Snoeimaanden | maart en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,5 m |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Hoe herken je een wimperparelgras?
- Groeivorm
- Kleine, losse pol van 20–30 cm blad, met bloeistengels tot 50 cm.
- Blad
- Smal, grijsgroen en vaak ingerold; halfgroenblijvend.
- Bloem
- Dichte, aarvormige pluimen van 5–15 cm in mei–juli, eerst groenig, dan crèmewit en donzig.
- Zaad
- De rijpe pluimen vallen uiteen en verspreiden het zaad; zaailingen verschijnen vooral in grind.
- Levensduur
- Kortlevend, vaak maar 3–4 jaar, maar blijft aanwezig door uit te zaaien.
Bloei: mei–juli · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Zachte, donzige pluimen die al in mei bloeien, vroeger dan de meeste siergrassen.
- Perfect voor een droge, zonnige grindtuin of rotstuin op kalkrijke grond.
- Een mooie snijbloem, vers en gedroogd.
- Inheems in Europa en passend in een natuurlijke, schrale tuin.
- Zaait zich zacht uit in grind en vult zo vanzelf open plekjes.
Waar staat een wimperparelgras graag?
- Volle zon; in de schaduw bloeit hij slecht en valt hij om.
- Arme, goed doorlatende grond: zand of leem, neutraal tot kalkrijk. Grind of steenslag is ideaal.
- Droog: natte grond in de winter doet hem rotten.
- Plant op 25–30 cm, in groepjes van drie tot vijf voor een losse, bewegende plek.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,5 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Wilde marjolein: Roze bloemen voor bijen en vlinders, op dezelfde droge kalkgrond.
- Wilde tijm: Lage, geurende kussentjes vooraan in de grindtuin.
- Kogeldistel: Blauwe bollen en een stoere vorm naast de zachte pluimen.
- Zonneroosje: Gele of roze bloempjes op droge, kalkrijke grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een wimperparelgras?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober.
- Maak de grond los; op zwaardere grond meng je er grof zand of grind door.
- Zet de plant even diep als in de pot, niet dieper, anders rot het hart.
- Plant op 25–30 cm afstand.
- Geef goed water bij het planten en de eerste weken bij droogte.
- Mulch met grind: dat houdt de voet droog en de zaailingen kiemen er graag in.
Verzorgen
- Water
- Alleen na het planten en het eerste jaar bij lange droogte.
- Bemesten
- Niet nodig; rijke grond maakt hem slap.
- Zaailingen
- Laat er elk jaar een paar staan om oude planten te vervangen; trek de rest uit of verplant ze.
- Opruimen
- Kam in maart dood blad uit de pol of knip hem terug.
- Snijden
- Snijd de pluimen voor een boeket als ze net helemaal open zijn.
Tip: Mulch met grind in plaats van compost: zijn voet blijft droog en de zaailingen kiemen er vanzelf, zodat deze kortlevende plant nooit uit je tuin verdwijnt.
Wanneer snoei je een wimperparelgras?
Snoeimaanden: maart en augustus.
Wanneer: In maart het oude blad terugknippen of uitkammen. In augustus eventueel de uitgebloeide stengels afknippen.
Hoe:
- Knip in maart dood blad en oude stengels terug tot 5–10 cm, of kam ze met je vingers uit.
- Knip in augustus de uitgebloeide stengels af als je geen zaailingen wilt of als ze rommelig staan.
- Laat je ze staan, dan zaait hij zich uit en vervangt hij zichzelf.
Vermeerderen
- Zaad
- Strooi rijp zaad in de nazomer meteen uit in grind of in een potje met zanderige grond, of verplant de zaailingen in het voorjaar.
- Scheuren
- In het voorjaar een pol voorzichtig in een paar stukken verdelen en meteen herplanten. Jonge zaailingen slaan wel beter aan.
Hoe komt een wimperparelgras de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: vorst is in België geen probleem.
- Natte winters zijn het grootste gevaar: plant hem in goed doorlatende grond of in grind.
- Laat het oude blad tot maart staan; het beschermt het hart.
Ziektes en plagen
- Rot: De pol wordt bruin en zacht na een natte winter. Plant hem op een drogere, doorlatende plek en mulch met grind.
- Omvallen: Op rijke of vochtige grond of in de schaduw. Geen mest geven en een zonnige, schrale plek kiezen.
- Verdwijnen: Hij is kortlevend: oude pollen sterven na een paar jaar. Laat altijd een paar zaailingen staan.
- Te veel zaailingen: Knip de pluimen af voor het zaad rijp is, of wied de zaailingen als ze nog klein zijn.
Het jaar rond
- Maart: Oud blad terugknippen of uitkammen. Planten.
- April: Planten. Zaailingen verplanten.
- Mei: Bloei begint. Pluimen snijden voor een boeket.
- Juni: Volle bloei. Pluimen plukken om te drogen.
- Juli: Laatste bloei. Het zaad rijpt.
- Augustus: Uitgebloeide stengels afknippen of laten uitzaaien.
- September: Planten. Zaad uitstrooien.
- Oktober: Planten.
- December: Rust. Blad laten staan.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- ‘Ciliata’ betekent ‘met wimpers’: de bloempjes dragen lange, zijdeachtige haartjes die de pluimen hun donzige uitzicht geven.
- Pluk je de pluimen om te drogen voor het zaad helemaal rijp is, dan vallen ze minder snel uiteen.
- Tot hetzelfde geslacht hoort het eenbloemig parelgras uit onze loofbossen, dat net het omgekeerde vraagt: schaduw en humus.