
Foto: Mokkie, CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Araceae
Monstera
Monstera adansonii
In andere talen: Swiss cheese vine (English)
Deze monstera komt uit de tropische regenwouden van Midden- en Zuid-Amerika, waar hij met luchtwortels tegen boomstammen omhoog klimt. Hij is kleiner en sierlijker dan de bekende grote gatenplant: zijn hartvormige tot ovale bladeren van 10–25 cm zitten vol ovale gaten, maar de bladrand blijft meestal gesloten. Je kunt hem tegen een mosstok laten klimmen of uit een hangpot laten hangen. Hij groeit snel, is makkelijk te stekken en verdraagt goed een lichte plek zonder directe zon.
Let op: Giftig: alle delen bevatten calciumoxalaatkristallen. Wie op een blad kauwt, krijgt een brandend, gezwollen gevoel in mond en keel. Zet hem buiten het bereik van kleine kinderen, katten en honden.
Licht
Halfschaduw
geen felle middagzon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 12 °C
Grootte
2 m
hoog, 0,5 m breed
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 2 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
Herkennen
Hoe herken je een monstera?
- Groeivorm
- Klimmende of hangende plant met dunne stengels en luchtwortels; ranken binnen tot 2–3 m.
- Blad
- Hartvormig tot ovaal, 10–25 cm, frisgroen en dun, met een rij ovale gaten aan weerszijden van de middennerf.
- Wortels
- Gewone wortels in de pot en luchtwortels aan de stengel, waarmee hij zich vasthecht.
- Bloem
- Een typische aronskelk met een schutblad en een kolf, maar binnen bloeit hij zelden.
- Sap
- Bevat calciumoxalaatkristallen, die mond en keel irriteren als je het opeet.
Planten: maart–mei · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Opvallend blad vol gaten, al op jonge planten.
- Snelle groeier, als klimmer tegen een mosstok of als hangplant.
- Makkelijk: verdraagt een lichte plek zonder felle zon en een keer vergeten water.
- Stekken wortelen vlot in een glas water.
- Compacter dan de grote gatenplant, dus ook geschikt voor een kleinere kamer.
Waar staat een monstera graag?
- Licht tot halfschaduw, zonder felle middagzon: een plek op 1–2 m van een oost- of westraam is ideaal.
- Warm, liefst 18–25 °C en nooit onder 12 °C; geen tocht of koude ruiten in de winter.
- Luchtige potgrond voor kamerplanten, gemengd met schors of perliet, zodat er nooit water blijft staan.
- Hogere luchtvochtigheid helpt: in een badkamer met daglicht of in een groepje met andere planten groeit hij mooi.
- Licht
- Licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon
- Grootte
- 2 m hoog, 0,5 m breed
- Temperatuur
- Minimum 12 °C
Mooi samen met
- Pothos: Een andere snelle klimmer of hangplant met dezelfde verzorging.
- Philodendron: Houdt van hetzelfde licht en dezelfde warmte; samen vormen ze een mooie groene hoek.
- Zwaardvaren: Fijn, fris blad als contrast, en samen verhogen ze de luchtvochtigheid.
- Calathea: Getekend blad naast het gatenblad, voor een plek zonder directe zon.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een monstera?
Planten in maart–mei.
- Verpot in het voorjaar, van maart tot mei, om de één à twee jaar of als de wortels uit de pot groeien.
- Kies een pot die een maat groter is, met een gat in de bodem.
- Gebruik luchtige grond: potgrond voor kamerplanten met een derde schors, kokosvezel of perliet.
- Zet een mosstok of klimstok in de pot voor je de plant erin zet, zodat je geen wortels beschadigt.
- Zet de plant even diep als voorheen, bind de stengels los aan de stok en duw de luchtwortels in het mos.
- Geef water, laat goed uitlekken en zet hem een week uit de zon.
Verzorgen
- Water
- Geef water als de bovenste 2–3 cm van de grond droog zijn; in de winter minder. Laat nooit water in de schotel staan.
- Bemesten
- Van april tot september om de twee à vier weken een halve dosis kamerplantenmest.
- Luchtvochtigheid
- Besproei de bladeren af en toe of zet de pot op een schotel met natte kleikorrels.
- Steun
- Bind nieuwe stengels aan de mosstok en houd het mos vochtig, zodat de luchtwortels erin groeien.
- Blad
- Stof de bladeren af met een vochtige doek; dan vangen ze meer licht op.
Tip: Geef hem een mosstok om tegen te klimmen: klimmende stengels krijgen grotere bladeren met meer gaten dan hangende.
Wanneer snoei je een monstera?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: Niet nodig, maar in maart–april kun je te lange of kale stengels inkorten.
Hoe:
- Knip net boven een knoop, de plek waar een blad aan de stengel zit; daar loopt hij opnieuw uit.
- Gebruik de afgeknipte stukken als stek.
- Haal gele en beschadigde bladeren aan de stengel weg.
- Draag handschoenen: het sap kan de huid irriteren.
Let op: Het sap irriteert huid en ogen. Was na het snoeien je handen en houd afgeknipte stukken buiten het bereik van kinderen en huisdieren.
Vermeerderen
- Stekken in water
- Knip een stuk stengel met minstens één knoop, liefst met een luchtwortel en een blad. Zet het in een glas water op een lichte plek; na 2–4 weken zijn er wortels en kun je het oppotten.
- Stekken in grond of mos
- Leg een stek met een knoop in vochtige, luchtige stekgrond of in veenmos, onder plastic en warm (20–25 °C).
Hoe komt een monstera de winter door?
- Kamerplant: houd hem in de winter warm, liefst boven 15 °C en nooit onder 12 °C.
- Er is minder licht: zet hem wat dichter bij het raam, maar niet tegen een koude ruit.
- Geef minder water en geen mest van oktober tot maart.
- Zet hem niet boven een radiator: de droge, warme lucht geeft bruine bladranden en spint.
Ziektes en plagen
- Gele bladeren: Meestal te veel water of een te natte pot, soms met wortelrot. Laat de grond beter opdrogen en verpot in luchtige grond als de wortels bruin en zacht zijn.
- Bruine bladranden: Te droge lucht of te weinig water. Zet hem weg van de verwarming en verhoog de luchtvochtigheid.
- Kleine bladeren zonder gaten: Te weinig licht of geen steun om te klimmen. Zet hem lichter en geef hem een mosstok.
- Spint en trips: Fijne stippels of zilverachtige vlekjes op het blad, soms webjes. Spoel de plant af onder de douche en herhaal na een week.
Het jaar rond
- Januari: Weinig water, niet bemesten. Weg van de radiator.
- Maart: Snoeien en stekken. Verpotten als het nodig is.
- April: Snoeien als het nog nodig is. Verpotten. Beginnen met bemesten.
- Mei: Verpotten. Nieuwe stengels aan de mosstok binden.
- Juni: Groei. Bemesten en water geven als de bovenlaag droog is.
- Juli: Stekken nemen. Blad afstoffen. Letten op spint.
- Augustus: Bemesten. Luchtvochtigheid hoog houden.
- September: Laatste bemesting.
- Oktober: Minder water geven. Een lichtere plek kiezen.
- December: Rust. Weinig water, geen koude tocht.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van deze kamerplanten uit de aronskelkfamilie zijn giftig: het sap zit vol naaldvormige kristallen (calciumoxalaat), die bij kauwen meteen een brandende pijn en zwelling van lippen, mond en keel geven, met kwijlen en soms braken. Het meeste risico lopen katten, die graag aan hangende ranken en blad knabbelen, honden en jonge kinderen die op de vloer spelen. Hang klimmers en hangplanten buiten hun bereik, ruim afgeknipte ranken en stekjes meteen op en zet een glas met stekjes in water niet waar een kat eruit drinkt. Draag handschoenen bij het snoeien en verpotten, wrijf niet in je ogen en was daarna je handen. Kwijlt je kat of hond of zwelt zijn bek op, bel dan je dierenarts. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Waarom de bladeren gaten hebben, weet men niet zeker. Een van de verklaringen is dat ze meer licht doorlaten naar de bladeren eronder.
- De soort is genoemd naar Michel Adanson, een Franse plantkundige uit de 18e eeuw.
- Jonge planten hebben ander blad dan volwassen planten: hoe hoger hij klimt, hoe groter en opengewerkter de bladeren worden.