
Foto: Drew Avery, CC BY 2.0 · bron
Siergras · Poaceae
Mexicaans vedergras
Nassella tenuissima
In andere talen: Cheveux d’ange (Français) · Mexican feather grass (English)
Mexicaans vedergras komt uit de droge graslanden en berghellingen van het zuiden van de Verenigde Staten, Mexico en Argentinië. Het vormt dichte, fijne pollen van draaddunne, frisgroene bladeren die bij de minste wind golven. In juni–augustus verschijnen zijdezachte, overhangende pluimen die van zilvergroen naar blond verkleuren en tot in de winter mooi blijven. Je vindt hem in de handel vaak nog als Stipa tenuissima. Tuiniers houden van zijn beweging en zachtheid in grind- en prairietuinen en in potten, maar hij is kortlevend en zaait zich flink uit.
Let op: Mexicaans vedergras zaait zich flink uit en geldt in onder meer Australië en Zuid-Afrika als invasieve soort. Wied zaailingen op tijd, knip de pluimen af als hij vlak bij een natuurgebied, berm of droog grasland staat, en gooi tuinafval met zaad nooit in de natuur.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
0,5 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart–april en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een mexicaans vedergras?
- Groeivorm
- Dichte, fijne pol van 40–50 cm hoog en 30–40 cm breed, met overhangende halmen.
- Blad
- Draaddun en ingerold, frisgroen; oud blad wordt strokleurig en blijft in de pol hangen.
- Bloem
- Fijne, zijdezachte, overhangende pluimen in juni–augustus, eerst zilvergroen, dan blond.
- Zaad
- Veel kleine zaadjes met een fijn naaldje; ze kiemen graag in grind en open grond.
- Levensduur
- Kortlevend: na 3–4 jaar wordt de pol vaak kaal of sterft hij af.
Bloei: juni–augustus · Planten: april–mei · Snoeien: maart–april en augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een golvende, zachte pol die bij elke zucht wind beweegt.
- Zijdeachtige, blonde pluimen van juni tot in de winter.
- Ideaal voor droge, zonnige grindtuinen en voor potten op een terras.
- Prachtig in tegenlicht, ’s ochtends en ’s avonds.
- Verdraagt droogte uitstekend eens hij is aangeslagen.
Waar staat een mexicaans vedergras graag?
- Volle zon.
- Arme, zeer goed doorlatende grond: zand of leem, neutraal tot kalkrijk. Grind is ideaal.
- Droog: in natte, zware grond rot hij in de winter.
- Plant op 30–40 cm, in groepjes, of in een pot op een zonnig terras.
- Hou hem weg van natuurgebieden, bermen en droge graslanden, waar hij zich ongewild kan uitzaaien.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,5 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Kogeldistel: Staalblauwe bollen die boven de zachte pluimen uitsteken.
- Patagonisch ijzerhard: Paarse bloemtrosjes op hoge, dunne stengels die door het gras prikken.
- Lavendel: Paars en geurend, op dezelfde droge, zonnige plek.
- Steppesalie: Blauwpaarse aren in de vroege zomer, even droogtebestendig.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een mexicaans vedergras?
Planten in april–mei.
- Plant in april–mei, zodat hij voor de winter goed is ingeworteld.
- Maak de grond los en meng er op zwaardere grond grof zand of grind door.
- Zet de plant even diep als in de pot, niet dieper.
- Plant op 30–40 cm afstand.
- Geef goed water bij het planten en de eerste weken bij droogte.
- Mulch met grind, niet met compost.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste seizoen bij droogte. In een pot in de zomer af en toe water geven.
- Bemesten
- Niet nodig; rijke grond maakt hem slap.
- Uitkammen
- Kam in maart–april met gespreide vingers en handschoenen de dode halmen uit de pol.
- Zaailingen
- Wied overtollige zaailingen als ze klein zijn; laat er een paar staan om oude planten te vervangen.
- Zaadpluimen
- Knip de pluimen in augustus af als je geen zaailingen wilt.
Tip: Kam de pol in maart–april met de hand uit in plaats van te knippen: zo blijft hij mooi rond en loopt het groene hart meteen weer uit.
Wanneer snoei je een mexicaans vedergras?
Snoeimaanden: maart–april en augustus.
Wanneer: Knip hem niet kort: kam in maart–april de dode halmen met de hand uit. In augustus kun je de pluimen afknippen om uitzaaien te beperken.
Hoe:
- Trek handschoenen aan en kam met gespreide vingers door de pol: de dode, losse halmen komen er zo uit.
- Knip alleen bruine bladpunten bij; laat het groene hart staan.
- Wil je geen zaailingen, knip dan in augustus de pluimen af zodra ze blond worden.
- Kortknippen tot op de grond verzwakt deze plant; vaak herstelt hij er slecht van.
Let op: Hij zaait zich flink uit: wied zaailingen op tijd en hou hem weg van natuurgebieden.
Vermeerderen
- Zaad
- Hij zaait zich vanzelf uit. Verplant jonge zaailingen in april–mei, of zaai rijp zaad in een pot met zanderige grond.
- Scheuren
- Lukt slecht bij oudere pollen; jonge zaailingen zijn een betere keuze.
Hoe komt een mexicaans vedergras de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C: in de meeste Belgische winters geen probleem.
- Natte grond is het grootste risico: in zware, natte grond rot hij. Plant in grind of op een verhoogde plek.
- Laat de pol in de winter staan: de blonde pluimen zijn mooi en beschermen het hart.
- In een pot: zet hem tegen een muur, uit de regen, en op potvoetjes.
Ziektes en plagen
- Rot: De pol wordt bruin en zacht na een natte winter. Zorg voor betere afwatering en mulch met grind.
- Kale pol: Na 3–4 jaar veel dood blad en weinig groen. Vervang hem door een zaailing.
- Platgeslagen pol: Na zware regen of sneeuw hangt hij plat. Hij richt zich meestal weer op; anders voorzichtig uitkammen.
- Te veel zaailingen: Wied ze als ze klein zijn of knip de pluimen tijdig af.
Het jaar rond
- Januari: Blonde pol als wintersilhouet.
- Maart: Dode halmen uitkammen.
- April: Uitkammen als dat nog niet gebeurde. Planten. Zaailingen verplanten.
- Mei: Planten. Water geven bij droogte.
- Juni: Bloei begint: zilvergroene pluimen.
- Juli: Bloei. Zaailingen wieden.
- Augustus: Pluimen worden blond. Afknippen als je geen zaailingen wilt.
- September: Zaailingen wieden.
- November: Pol laten staan voor de winter.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De plant verhuisde in de plantkunde meermaals van naam: van Stipa naar Nassella, en sommige botanici gebruiken weer Stipa. In de handel zie je beide namen.
- In het Frans heet hij ‘cheveux d’ange’, engelenhaar, naar de fijne, zijdezachte pluimen.
- In zijn thuisland groeit hij op droge, rotsachtige hellingen en open graslanden: daarom verdraagt hij droogte zo goed en haat hij natte voeten.