
Foto: Stan Shebs, CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Cactaceae
Schijfcactus
Opuntia microdasys
In andere talen: Oreilles de lapin (Français) · Bunny ears cactus (English)
De schijfcactus (Opuntia microdasys) komt uit de droge streken van Mexico. Hij bestaat uit platte, ovale tot ronde, fluweelachtig groene schijven van ongeveer 10–15 cm, die in paren boven elkaar groeien en op konijnenoortjes lijken, vandaar de Engelse naam bunny ears. Wat op zachte plukjes lijkt, zijn in werkelijkheid glochiden: minuscule, losse weerhaakjes in goudgeel, wit of roodbruin. Die zijn onschuldig om te bekijken, maar steken zich snel in de huid. Als kamerplant wordt hij ongeveer 50 cm hoog en breed. Hij is stevig, groeit vlot en houdt van een zonnige, droge plek.
Let op: De zachte plukjes zijn glochiden: minuscule weerhaakjes die bij aanraking loskomen en moeilijk uit de huid en ogen te verwijderen zijn. Plaats de plant buiten bereik van kinderen en huisdieren, draag bij verzorging stevige handschoenen en bescherm je ogen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 5 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,5 m breed
| Hoogte | 0,5 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een schijfcactus?
- Groeivorm
- Struikvormige cactus van ongeveer 50 cm hoog en breed, opgebouwd uit platte schijven die uit elkaar groeien.
- Schijven
- Platte, ovale tot ronde, fluweelachtig groene schijven van ongeveer 10–15 cm, bezet met kleine plukjes.
- Glochiden
- De plukjes bestaan uit minuscule, losse weerhaakjes in goudgeel, wit of roodbruin; ze blijven bij aanraking makkelijk in de huid steken. Lange stekels ontbreken.
- Bloem
- Gele bloemen van ongeveer 4–5 cm, vooral bij oudere planten in de natuur; binnenshuis bloeit hij zelden.
- Vrucht
- In de natuur volgen ronde, rode tot paarse vruchtjes van ongeveer 2 cm; binnenshuis zie je ze zelden.
Planten: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een opvallende, grappige vorm: de schijven lijken op konijnenoortjes en zijn een echte blikvanger.
- Zeer weinig werk: weinig water, geen snoei en nauwelijks bemesting.
- Groeit vlot en vult in een paar jaar een schaal of grote pot.
- Is makkelijk te vermeerderen: een los schijfje wortelt gemakkelijk.
- Past in een zonnige, moderne of woestijnachtige opstelling met andere vetplanten en cactussen.
Waar staat een schijfcactus graag?
- Volle zon, bijvoorbeeld op een zuid- of westraam. In de zomer mag hij buiten staan, onder dak en beschut tegen regen.
- Zeer goed doorlatende, mineraal mengsel: cactusgrond half om half met grof zand, fijn grind of puimsteen; neutraal.
- Droog: laat de grond tussen twee gietbeurten helemaal opdrogen en laat nooit water in de schotel staan.
- Ruime, stevige pot op een plek waar niemand tegenaan loopt, want de glochiden steken zich snel in de huid; houd hem uit de buurt van kinderen en huisdieren.
- Licht
- Zonnig
- Potgrond
- Cactusgrond
- Zuurtegraad
- Neutraal
- Water geven
- Weinig
- Grootte
- 0,5 m hoog, 0,5 m breed
- Temperatuur
- Minimum 5 °C
Mooi samen met
- Echinopsis: Een bolcactus met grote bloemen, mooi als contrast met de platte schijven.
- Agave: Een stevige, grijsblauwe rozet naast de fluweelgroene schijven.
- Aloë: Vlezig, rustig blad voor dezelfde zonnige en droge plek.
- Echeveria: Een lage rozet in blauwgrijze tinten aan de voet van de plant.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een schijfcactus?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart–april, bij het begin van de groei; meestal om de 2–3 jaar.
- Draag stevige leren handschoenen, en gebruik ook een opgerolde krant of stuk schuimrubber als handvat; de glochiden prikken door dunne handschoenen heen.
- Kies een brede, zware pot met een gat in de bodem; terracotta droogt sneller uit dan plastic.
- Vul met een mengsel van cactusgrond en grof zand of grind, zet de plant even diep als eerst en druk de grond lichtjes aan.
- Geef na het verpotten ongeveer een week geen water, zodat beschadigde wortels kunnen helen.
Verzorgen
- Water
- Van april tot september water geven als de grond helemaal droog is, ongeveer elke 1–2 weken afhankelijk van de warmte; laat het overtollige water weglopen. Van oktober tot maart bijna of helemaal geen water.
- Bemesten
- Van mei tot augustus één keer per maand een zwakke dosis cactusvoeding (de helft van de aangegeven hoeveelheid). Niet in de winter.
- Licht
- Veel zon. Wen hem na de winter geleidelijk aan fel zonlicht, anders krijgt hij gele of bruine verbrandingsplekken.
- Draaien
- Draai de pot af en toe een kwartslag, zodat de plant gelijkmatig groeit in plaats van naar het licht te buigen.
- Verpotten
- Om de 2–3 jaar in het voorjaar in verse, mineraal mengsel, met handschoenen en een opgerolde krant.
Tip: Verpot met dikke leren handschoenen en een opgerolde krant als handvat, en houd een rol plakband bij de hand: daarmee haal je losse glochiden uit de huid.
Wanneer snoei je een schijfcactus?
Wanneer: Een schijfcactus wordt niet gesnoeid. Je kunt in het voorjaar of de zomer een schijf wegnemen om de vorm te houden of om te vermeerderen.
Hoe:
- Draag stevige leren handschoenen en hou de schijf vast met een opgevouwen krant of een tang.
- Draai een schijf voorzichtig los bij het knooppunt, of snijd hem met een schoon mes door.
- Laat de wond aan de plant en aan de schijf aan de lucht drogen.
- Gebruik de losse schijf als stek, zie vermeerderen.
Let op: De glochiden komen bij de minste aanraking los en steken in huid en ogen. Raak de plant niet aan zonder stevige handschoenen en bescherm je ogen.
Vermeerderen
- Schijfstekken
- In het voorjaar of de zomer een gezonde schijf losdraaien. Laat hem 1–3 weken drogen tot de wond een korstje heeft en zet hem ongeveer een derde in droog, zandig mengsel, rechtop en eventueel gesteund met steentjes. Geef pas na 2–4 weken een klein scheutje water, wanneer hij wortelt.
- Zaaien
- In het voorjaar op een zandig mengsel zaaien, het zaad nauwelijks bedekken, onder folie bij 20–25 °C op een lichte plek. De plantjes groeien langzaam; in de praktijk gebruik je schijven.
Hoe komt een schijfcactus de winter door?
- Niet winterhard in België: houd hem boven 5 °C. Zet hem in de winter koel, bij 5–10 °C, en zo licht mogelijk.
- Houd de grond van oktober tot maart droog of vrijwel droog; wat verschrompelde schijven in de winter zijn normaal.
- Zet hem niet in een koude tocht of tegen een koud raam: koude plus vocht geeft rot en bruine plekken.
Ziektes en plagen
- Rot: Zachte, donkere of slijmerige schijven of voet door te veel water of water bij koude. Stop met water, snijd rotte delen weg met een schoon mes tot in gezond weefsel, en laat een gezonde schijf als stek opnieuw wortelen.
- Verschrompelde schijven: Normaal in de winter. In de zomer betekent het dorst of wortelproblemen: geef water als de grond droog is, en controleer de wortels als het niet helpt.
- Uitrekken: Dunne, bleke, spitse nieuwe schijven betekenen te weinig licht. Zet hem op een zonnigere plek; de uitgerekte schijven blijven helaas zo.
- Wolluis en schildluis: Witte, wollige plukjes of bruine schildjes tussen de glochiden. Haal ze met handschoenen en een lange pincet of een wattenstaafje weg en herhaal na een week.
- Kurkvlekken: Bruine, kurkachtige plekken op de schijven, vooral na koude, vochtige perioden. Ze zijn onschuldig, maar verdwijnen niet; houd hem droger en warmer.
Het jaar rond
- Januari: Rust: droog en koel (5–10 °C), zo licht mogelijk. Geen water.
- Februari: Rust: droog en koel. Geen water.
- Maart: Verpotten kan, met handschoenen. Nog geen water.
- April: Verpotten. Beginnen met water geven bij droge grond. Stekken nemen.
- Mei: Water bij droge grond. Beginnen met bemesten.
- Juni: Water bij droge grond en bemesten. Veel zon en frisse lucht.
- Juli: Water bij droge grond en bemesten.
- Augustus: Water bij droge grond. Laatste keer bemesten.
- September: Laatste keer water bij droge grond. Niet meer bemesten.
- Oktober: Geen water meer. Koel en licht zetten (5–10 °C).
- November: Rust: droog en koel.
- December: Rust: droog en koel.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De geslachtsnaam Opuntia is afgeleid van de oud-Griekse stad Opus.
- De soortnaam microdasys komt uit het Grieks: mikros betekent klein en dasys harig of ruig, naar de plukjes op de schijven.
- Een losse schijf kan wortel schieten en uitgroeien tot een nieuwe plant, dus een afgevallen schijf hoeft niet weg.