
Foto: Daderot at English Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Apocynaceae
Madagaskarpalm
Pachypodium lamerei
In andere talen: Palmier de Madagascar (Français) · Madagascar palm (English)
De Madagaskarpalm (Pachypodium lamerei) is geen palm, maar een succulente boom uit het zuiden van Madagaskar, waar hij in droge, stekelige bossen groeit. De dikke, zilvergrijze stam is bezet met scherpe stekels die in groepjes van drie staan, en draagt bovenaan een bos lange, smalle, glanzend groene bladeren. De stam slaat water op, waardoor de plant lange droge periodes overleeft. Als kamerplant wordt hij ongeveer 1,5 m hoog en 60 cm breed. Hij is een opvallende, sculpturale solitair voor een zonnig raam, maar de stekels en het giftige sap vragen aandacht.
Let op: Het melkachtige sap in stam en bladeren is giftig en kan huid en ogen irriteren; de plant is gevaarlijk voor kinderen en huisdieren zoals katten en honden als ze eraan knagen of het sap binnenkrijgen. Houd hem buiten bereik, draag bij verpotten of snijden handschoenen en een veiligheidsbril, en pas op voor de scherpe stekels op de stam.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 12 °C
Grootte
1,5 m
hoog, 0,6 m breed
| Hoogte | 1,5 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
Herkennen
Hoe herken je een madagaskarpalm?
- Groeivorm
- Succulente boom met een dikke, rechte stam van ongeveer 1,5 m hoog en 60 cm breed binnenshuis; in de natuur meerdere meters hoog.
- Stam
- Dik, zilvergrijs en vol water, bezet met scherpe stekels van enkele cm in groepjes van drie.
- Blad
- In een bos aan de top van de stam; lang, smal en glanzend donkergroen, met een lichte middenrib; in de winter vaak afgeworpen.
- Bloem
- Witte, geurende, trompetvormige bloemen, alleen bij grote, oudere planten; binnenshuis bloeit hij zelden.
- Sap
- Melkachtig en giftig sap in stam en bladeren; het komt vrij bij wonden.
Planten: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een sculpturale, palmachtige vorm die een zonnige hoek in een woonkamer meteen een exotisch accent geeft.
- Zeer weinig werk: weinig water, geen snoei en nauwelijks bemesting.
- Droogtebestendig: de stam slaat water op, dus een vergeten gietbeurt is geen ramp.
- Groeit rustig en blijft jaren mooi, ook zonder bloei.
- Zilvergrijze stam en glanzend groene bladeren geven het hele jaar structuur.
Waar staat een madagaskarpalm graag?
- Volle zon: een zuid- of westraam met zo veel mogelijk licht. In de zomer mag hij buiten, op een beschutte, zonnige plek.
- Zeer goed doorlatend, mineraal mengsel: cactusgrond half om half met grof zand, fijn grind of puimsteen; neutraal.
- Droog: laat de grond tussen twee gietbeurten helemaal opdrogen en laat nooit water in de schotel staan.
- Een stevige, zware pot op een plek waar niemand tegenaan loopt; de plant is hoog en de stekels zijn scherp. Houd hem buiten bereik van kinderen en huisdieren.
- Licht
- Zonnig
- Potgrond
- Cactusgrond
- Zuurtegraad
- Neutraal
- Water geven
- Weinig
- Grootte
- 1,5 m hoog, 0,6 m breed
- Temperatuur
- Minimum 12 °C
Mooi samen met
- Agave: Een stevige, grijsblauwe rozet naast de zilvergrijze stam.
- Aloë: Vlezig, rustig blad voor dezelfde zonnige en droge plek.
- Echeveria: Een lage rozet in blauwgrijze tinten aan de voet van de stam.
- Kalanchoë: Vlezig blad en rijke bloei als kleurrijk accent in dezelfde zon.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een madagaskarpalm?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart–april, bij het begin van de groei; meestal om de 2–3 jaar.
- Draag stevige handschoenen en een veiligheidsbril, en hou de plant vast met een opgevouwen krant of schuimrubber; de stekels zijn scherp.
- Kies een zware, diepe pot met een gat in de bodem, een maat groter dan de oude, zodat de topzware plant niet omvalt.
- Vul met een mengsel van cactusgrond en grof zand of puimsteen, zet de plant even diep als voorheen en druk de grond lichtjes aan.
- Geef na het verpotten ongeveer een week geen water, zodat beschadigde wortels kunnen helen.
Verzorgen
- Water
- Van april tot september water geven als de grond helemaal droog is, ongeveer elke 1–2 weken afhankelijk van de warmte; het overtollige water laten weglopen. In de winter weinig of niets, vooral als hij zijn blad verloren heeft.
- Bemesten
- Van mei tot augustus één keer per maand cactusvoeding in de aangegeven dosis of iets zwakker. Niet in de winter.
- Licht
- Veel zon. Wen hem na de winter geleidelijk aan fel zonlicht, anders krijgt hij verbrande plekken op de bladeren.
- Draaien
- Draai de pot af en toe een kwartslag, zodat de stam recht groeit in plaats van naar het licht te buigen.
- Verpotten
- Om de 2–3 jaar in het voorjaar in verse, mineraal mengsel in een stevige pot.
Tip: Geef hem veel zon, weinig water en in de winter een droge, lichte plek boven 12 °C, en trek altijd handschoenen aan bij het verpotten: het sap is giftig en de stekels zijn scherp.
Wanneer snoei je een madagaskarpalm?
Wanneer: Een Madagaskarpalm wordt niet gesnoeid. Je verwijdert alleen verdorde of gele bladeren, zodra ze loskomen.
Hoe:
- Trek dode bladeren niet af; draai of knip ze voorzichtig weg met een schone schaar, met handschoenen.
- Haal zachte of rotte delen weg zodra je ze ziet, tot in gezond weefsel, en laat de wond drogen.
- Knip de top niet af: de plant groeit maar op één punt en zou daardoor uit meerdere punten kunnen gaan vertakken, wat je niet kunt terugdraaien.
- Draag altijd handschoenen en een veiligheidsbril.
Let op: Het melkachtige sap is giftig en kan huid en ogen irriteren; bij wonden druipt het. Snijd er niet in zonder handschoenen en bescherming.
Vermeerderen
- Zaaien
- In het voorjaar vers zaad op een zandig, doorlatend mengsel zaaien, het nauwelijks bedekken, onder folie bij 25–30 °C op een lichte plek. Het kiemt na enkele weken. De plantjes groeien in het begin langzaam.
- Zijtakken
- Heeft de plant zijtakken, dan kun je er in het voorjaar eentje met handschoenen en een schoon mes afsnijden. Laat de wond een paar weken drogen en zet hem in droog, zandig mengsel. Het lukt niet altijd.
Hoe komt een madagaskarpalm de winter door?
- Niet winterhard: houd hem boven 12 °C, liefst bij 15–18 °C, op een zo licht mogelijke plek.
- Het is normaal dat hij in de winter zijn blad verliest; houd de grond dan droog en geef geen water tot er in het voorjaar nieuwe bladeren verschijnen.
- Zet hem niet in een koude tocht of tegen een koud raam: koude plus vocht geeft rot in de stam.
Ziektes en plagen
- Bladverlies: Normaal in de winter. In de zomer wijst het op koude, tocht, een standplaatswijziging of te veel water. Zet hem op een warme, lichte, stabiele plek en geef minder water.
- Zachte stam of stamrot: Een zachte, donkere of slijmerige voet door te veel water of koude is ernstig. Stop met water; snijd rotte delen met een schoon mes en handschoenen tot in gezond weefsel weg en laat de wond drogen. Bij een volledig zachte stam is de plant vaak niet meer te redden.
- Spint en wolluis: Fijn web of witte, wollige plukjes bij de bladeren en in de stam. Spoel de plant af of veeg de plekken met handschoenen en een wattenstaafje weg; herhaal na een week.
- Scheefgroei: De stam buigt naar het licht bij te weinig licht of als de pot niet gedraaid wordt. Zet hem lichter en draai de pot af en toe een kwartslag.
Het jaar rond
- Januari: Rust: droog en zo licht mogelijk, 12–18 °C. Geen water.
- Februari: Rust: droog en licht. Geen water.
- Maart: Verpotten kan, met handschoenen en bril. Nog geen water.
- April: Verpotten. Bij nieuwe bladeren beginnen met weinig water.
- Mei: Water bij droge grond. Beginnen met bemesten.
- Juni: Water bij droge grond en bemesten. Veel zon.
- Juli: Water bij droge grond en bemesten.
- Augustus: Water bij droge grond. Laatste keer bemesten.
- September: Water verminderen. Niet meer bemesten.
- Oktober: Water bijna stopzetten; de bladeren mogen vallen.
- November: Rust: droog en licht, boven 12 °C.
- December: Rust: droog en licht, boven 12 °C.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. De Madagaskarpalm is geen palm maar een familielid van de woestijnroos en de oleander: het melkachtige sap in stam en bladeren is giftig en irriteert huid en ogen, en inslikken geeft braken, buikpijn en diarree, ook bij katten en honden. De stam zit vol scherpe stekels, waardoor kinderen en dieren er meestal van wegblijven, maar afgevallen bladeren liggen soms op de vloer: ruim ze op. Zet hem buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren. Draag bij het verpotten stevige handschoenen en een veiligheidsbril, en was daarna je handen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De Madagaskarpalm is geen palm, maar hoort tot de maagdenpalmfamilie (Apocynaceae), waartoe ook de oleander behoort.
- De geslachtsnaam Pachypodium komt uit het Grieks: pachys betekent dik en podion voetje, naar de dikke stam.
- In de natuur laat de plant in het droge seizoen zijn blad vallen en teert hij op het water in zijn stam.