
Foto: Orchi, CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Orchidaceae
Venusschoentje
Paphiopedilum insigne
In andere talen: Sabot de Vénus (Français) · Slipper orchid (English)
Het venusschoentje (Paphiopedilum insigne) groeit van nature in de koele, vochtige bergstreken van de oostelijke Himalaya. Het is een orchidee zonder schijnknollen: uit een waaier van lange, leerachtige bladeren komt in de late herfst en de winter een stevige bloemsteel met één glanzende bloem. Het ‘schoentje’ is de bolle lip, die als valkuil voor insecten werkt, met erboven een wit, bruin gevlekt kelkblad en geelgroene bloemblaadjes met bruine aders. Een bloem blijft vaak weken tot maanden mooi. Het is een van de makkelijkste venusschoentjes voor in huis, omdat hij het liefst koel staat en geen warme kamer nodig heeft.
Licht
Halfschaduw
geen felle middagzon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 10 °C
Grootte
0,35 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
oktober–januari
| Hoogte | 0,35 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | oktober–januari |
Herkennen
Hoe herken je een venusschoentje?
- Groeivorm
- Compacte, groenblijvende orchidee van ongeveer 35 cm hoog en 30 cm breed, zonder schijnknollen. Nieuwe scheuten groeien naast de oude.
- Blad
- Bandvormig, leerachtig en glanzend groen, 20–30 cm lang, in een waaier gerangschikt.
- Bloem
- Eén bloem van ongeveer 8–10 cm per steel: wit bovenste kelkblad met bruine vlekken, geelgroene bloemblaadjes met bruine aders en een bolle, bruingele lip.
- Wortels
- Dik, vlezig en ondiep. Ze hebben lucht nodig en mogen nooit helemaal uitdrogen of in natte, zware grond staan.
- Bloeitijd
- Van oktober tot en met januari. De bloem blijft vaak enkele weken tot enkele maanden mooi.
Bloei: oktober–januari · Planten: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van oktober tot in januari, in de donkere maanden waarin bijna geen enkele kamerplant bloeit.
- Eén bloem blijft vaak weken tot maanden mooi: een lange sier voor weinig moeite.
- Compact formaat, ongeveer 35 cm hoog: past makkelijk op een vensterbank.
- Groenblijvende, frisgroene bladwaaier die ook zonder bloem sierlijk is.
- Heeft geen warme kamer nodig: koele nachten zijn juist goed voor de bloei.
Waar staat een venusschoentje graag?
- Licht zonder directe zon: een oost-, west- of noordraam, of een plek vlak achter een zuidraam. Directe middagzon verbrandt het blad.
- Een luchtige, vochthoudende orchideeënmix van fijne boomschors met wat perliet en eventueel wat veen of sphagnum, licht zuur.
- Overdag 18–25 °C. In de herfst helpen koelere nachten van 10–13 °C om bloemknoppen aan te zetten. Nooit onder 10 °C.
- Een luchtvochtigheid van ongeveer 50–70 % is ideaal: zet de pot op een schaal met vochtige kleikorrels, zonder dat de pot in het water staat.
- Licht
- Licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur
- Water geven
- Gewoon
- Grootte
- 0,35 m hoog, 0,3 m breed
- Temperatuur
- Minimum 10 °C
Mooi samen met
- Vlinderorchidee (Phalaenopsis): Dezelfde lichte plek zonder zon en dezelfde orchideeënmix.
- Varens: Houden van dezelfde vochtige lucht en gefilterd licht.
- Calathea: Verdraagt de lichte schaduw en vochtige lucht die een venusschoentje prettig vindt.
- Peperomia: Een compacte bladplant voor dezelfde vensterbank.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een venusschoentje?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart–april, net na de bloei, en ongeveer om de 1–2 jaar: schors breekt af en wordt dan zuur en compact.
- Kies een pot met drainagegaten, hooguit een maat groter: een venusschoentje bloeit het best in een wat krappe pot.
- Haal de plant uit de pot en knip oude schors en rotte of lege wortels weg met een schone schaar.
- Zet de plant zo diep dat de basis van de bladwaaier net boven de mix blijft. Vul aan met fijne schorsmix en druk zachtjes aan.
- Geef de eerste week maar weinig water en daarna weer regelmatig; laat de mix nooit helemaal uitdrogen.
Verzorgen
- Water
- Houd de mix steeds licht vochtig: nooit kletsnat en nooit helemaal droog, want de plant heeft geen schijnknollen als reserve. Geef water zodra de bovenkant net droog aanvoelt, meestal 1–2 keer per week, liefst regenwater of kalkarm water. Giet langs de rand van de pot.
- Bemesten
- Van maart tot oktober om de 2–4 weken een kwart tot halve dosis orchideeënvoeding. Spoel de mix af en toe goed door tegen zoutophoping. In de winter nauwelijks of niet.
- Licht
- Een lichte plek zonder zon is de sleutel tot bloei: te donker geeft veel blad en weinig bloemen.
- Luchtvochtigheid
- Streef naar 50–70 %: een schaal met vochtige kleikorrels en wat luchtbeweging helpen. Spuit niet op de bloemen.
- Bloemsteel
- Knip de steel na de bloei bij de basis weg zodra hij dor is; uit de nieuwe scheut komt de volgende bloem.
Tip: Giet nooit in het hart van de bladwaaier en laat de mix nooit helemaal uitdrogen: hij heeft geen schijnknollen als waterreserve. Zet hem licht zonder zon; koele herfstnachten (10–13 °C) bevorderen de bloei.
Wanneer snoei je een venusschoentje?
Wanneer: Echt snoeien hoeft niet. Knip na de bloei, meestal in februari–maart, de verdorde bloemsteel weg.
Hoe:
- Knip de bloemsteel met een schone schaar bij de basis weg als hij bruin en dor is.
- Haal volledig gele of bruine bladeren aan de voet weg; laat groene bladeren zitten.
- Ontsmet de schaar met alcohol tussen twee planten, zodat je geen ziekten overdraagt.
Let op: Knip geen gezonde, groene bladeren weg: de plant heeft ze nodig om energie voor de volgende bloei op te bouwen.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april na de bloei, bij het verpotten. Een plant met minstens zes scheuten kun je in twee delen van elk minstens drie scheuten snijden met een schoon mes. Zet elk deel in verse mix en houd het licht vochtig.
- Zaaien
- Orchideeënzaad kiemt alleen in steriele kweek in een laboratorium; voor thuis is dit geen goede methode.
Hoe komt een venusschoentje de winter door?
- Niet winterhard: de minimumtemperatuur is 10 °C. Hij kan nooit buiten overwinteren.
- De bloei valt in de winter: zet hem licht en koel (15–20 °C overdag). Koelere nachten van 10–13 °C in de herfst bevorderen de knopzetting.
- Houd hem uit de buurt van radiatoren en koude ramen: tocht en droge verwarmingslucht laten knoppen vallen.
- Geef iets minder water in de winter, maar laat de mix nooit helemaal opdrogen.
Ziektes en plagen
- Geen bloei: Meestal te donker of te warme herfstnachten. Zet de plant lichter (zonder zon) en geef in oktober–november koelere nachten van 10–13 °C.
- Bruine bladpunten: Door droge lucht, kalkrijk water of zoutophoping. Gebruik regenwater, spoel de mix door en zorg voor meer luchtvochtigheid.
- Rot in het hart: Water dat in de bladwaaier blijft staan geeft zachte, zwarte rot. Giet langs de rand van de pot, droog het hart af en knip aangetast weefsel weg.
- Wolluis en schildluis: Witte pluisjes of bruine schildjes tussen de bladeren. Wrijf ze af met een wattenstaafje met wat alcohol of zeepwater en herhaal wekelijks.
Het jaar rond
- Januari: Laatste bloei. Licht en koel houden, matig water, niet bemesten.
- Februari: Verdorde bloemsteel wegknippen. Nog niet bemesten.
- Maart: Verpotten en eventueel delen na de bloei. Weer beginnen met bemesten.
- April: Verpotten of delen kan nog. Om de 2–4 weken een zwakke voeding.
- Mei: Groeiseizoen: regelmatig water, licht zonder directe zon.
- Juni: Groei. Regelmatig water, bescherm tegen felle zon.
- Juli: Groei. Op warme dagen de luchtvochtigheid verhogen.
- Augustus: Groei: nieuwe scheuten verschijnen. Blijven bemesten.
- September: Bemesting afbouwen. De nachten koeler laten worden.
- Oktober: Koele nachten (10–13 °C) voor de knopzetting. Knoppen niet meer verplaatsen.
- November: Bloei begint. Uit de buurt van radiatoren houden.
- December: Bloei. Licht en koel, matig water.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Paphiopedilum komt van Paphos, de stad van Venus, en het Griekse pedilon, ‘sandaal’: letterlijk het sandaaltje van Venus.
- De bolle lip werkt als een valkuil: een insect glijdt erin en kan alleen via een smalle uitgang langs de stuifmeelmassa naar buiten, en zo gebeurt de bestuiving.
- Alle wilde Paphiopedilum zijn beschermd door CITES (bijlage I). Koop daarom alleen gekweekte planten van een kwekerij.