Spekboom (Portulacaria afra)

Foto: Frank Vincentz, CC BY-SA 3.0 · bron

Kamerplant · Didiereaceae

Spekboom

Portulacaria afra

In andere talen: Pourpier en arbre (Français) · Elephant bush (English)

De spekboom (Portulacaria afra) komt uit het zuiden van Afrika, vooral uit de droge struikvegetatie van Zuid-Afrika. Het is een vetplant met roodbruine, vertakte stengels en kleine, ronde, vlezige, helder groene blaadjes die paarsgewijs tegenover elkaar zitten. In het wild wordt hij een struik of kleine boom van enkele meters, binnen blijft hij ongeveer 1 m. Hij lijkt op een geldboom (Crassula ovata), maar heeft kleinere blaadjes en een meer overhangende, vertakte groei. Hij verdraagt droogte, kan flink worden gesnoeid en wordt vaak als bonsai gekweekt. Er bestaat ook een bonte vorm met crème-roze bladranden.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Grond

    Potgrond

  • Winterhard

    Kamerplant

    min. 5 °C

  • Grootte

    1 m

    hoog, 0,8 m breed

Feiten op een rij
Snoeimaandenapril–juli
Hoogte1 m
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een spekboom?

Groeivorm
Vertakte, groenblijvende vetplant (struik): binnen ongeveer 1 m hoog en 80 cm breed, in het wild tot enkele meters.
Blad
Klein, rond tot eirond, 1–2 cm, vlezig en helder groen, paarsgewijs tegenover elkaar.
Stengels
Roodbruin tot paarsbruin, slank en vertakkend; ze verhouten met de jaren, waardoor je er een boompje van kunt vormen.
Bloem
Kleine, roze sterretjes in pluimen aan de takuiteinden. Binnen bloeit hij zelden.
Wortels
Ondiep en vezelig: een brede, niet te diepe pot volstaat.

Planten: maart–april · Snoeien: april–juli

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Zeer zuinig: hij verdraagt droogte en vergeeft een vergeten gietbeurt.
  • Goed te snoeien en in vorm te brengen, zelfs tot een bonsai.
  • Makkelijk te vermeerderen met stekken.
  • Groenblijvend, met mooie roodbruine stengels en frisgroene blaadjes.
  • Geschikt voor een zonnige vensterbank en in de zomer buiten op een zonnig terras.

Waar staat een spekboom graag?

  • Zo veel mogelijk licht en zon: een zuid-, oost- of westraam. In de zomer mag hij buiten op een zonnige, beschutte plek. Wen hem geleidelijk aan zon; in schaduw worden de scheuten lang en ijl.
  • Zeer goed doorlatende, schrale grond: cactusgrond met een derde zand of puimsteen; neutraal tot licht zuur.
  • Warm: 18–30 °C in de zomer en 8–15 °C in de winter. Nooit onder 5 °C.
  • Droge lucht is geen probleem. Gebruik bij voorkeur een terracotta pot met drainagegaten, die water laat verdampen.
Licht
Zonnig
Potgrond
Cactusgrond
Zuurtegraad
Neutraal
Water geven
Weinig
Grootte
1 m hoog, 0,8 m breed
Temperatuur
Minimum 5 °C

Mooi samen met

  • Geldboom (Crassula): Een verwante vetplant met dezelfde zon, dezelfde grond en hetzelfde zuinige water.
  • Aloë: Een zonnige vetplant met een heel andere, puntige vorm.
  • Echeveria: Een lage rozet die mooi contrasteert met de fijne takken.
  • Vrouwentong (Sansevieria): Even zuinig en sterk in een lichte, droge hoek.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een spekboom?

Planten in maart–april.

  1. Verpot in maart–april, om de 2–3 jaar of wanneer de pot te krap wordt.
  2. Kies een brede, niet te diepe pot met drainagegaten, bij voorkeur van terracotta.
  3. Gebruik cactus- of vetplantengrond met een derde zand of puimsteen en leg onderin een laagje kleikorrels.
  4. Haal de plant voorzichtig uit de pot, schud oude grond af, zet hem even diep als eerst en druk de grond zachtjes aan.
  5. Geef pas na een week water en daarna weer sober; zo herstellen beschadigde wortels zonder te rotten.

Verzorgen

Water
Geef pas water als de grond helemaal droog is en laat het dan flink doorlopen: in de zomer ongeveer om de 1–2 weken, in de winter nauwelijks (om de 4–6 weken een klein beetje). Rimpelende blaadjes wijzen op droogte, vallende gele blaadjes op te veel water.
Bemesten
Van mei tot augustus eens per maand een halve dosis cactus- of kamerplantenvoeding. Niet in de winter.
Licht
Hoe meer zon, hoe compacter en steviger de groei en hoe mooier de rode stengels. Bij te weinig licht strekt hij zich en laat hij blad vallen.
Buiten in de zomer
Van half mei tot september mag hij op een zonnig, beschut terras. Wen hem eerst aan de zon om verbrande bladeren te voorkomen en zet hem onder dak bij langdurige regen.
Vormgeven
Knijp jonge toppen uit en snoei regelmatig voor een compacte, vertakte vorm of een bonsai.

Tip: Geef hem veel zon en pas water als de grond helemaal droog is, net als bij een geldboom. Je kunt hem goed snoeien, zelfs tot een bonsai, en de stekken wortelen makkelijk.

Wanneer snoei je een spekboom?

Snoeimaanden: april–juli.

Wanneer: Van april tot en met juli, in het groeiseizoen: hij herstelt het snelst bij warmte en veel licht.

Hoe:

  • Knip stengels terug net boven een paar bladeren of een knoop met een schone, scherpe schaar: er lopen meestal twee nieuwe scheuten uit.
  • Knijp jonge toppen uit voor een compacte, dichte vorm.
  • Haal dode of slappe stengels en kruisende takken aan de voet weg.
  • Voor een boompje of bonsai maak je de stam kaal en hou je de kroon in vorm.
  • Gebruik de afgeknipte takjes als stek.

Let op: Snoei niet in de winter: de plant groeit dan nauwelijks en de snede herstelt traag.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Stengelstek
In april–augustus: knip een stek van 8–10 cm, haal de onderste blaadjes weg, laat de snede 1–3 dagen drogen en zet de stek 2–3 cm diep in droge, zandige cactusgrond. Geef pas na een week sober water; wortels na 3–6 weken.

Hoe komt een spekboom de winter door?

  • Niet winterhard: de minimumtemperatuur is 5 °C. Hij overwintert binnen.
  • Zet hem licht en koel (8–15 °C), bijvoorbeeld in een onverwarmde, lichte kamer of serre, en geef nauwelijks water.
  • In een warme, donkere kamer werpt hij veel blad af en strekt hij zich: geef hem dan zo veel mogelijk licht.
  • Zet planten die in de zomer buiten stonden binnen voor de nachten onder 10 °C komen en bemest niet van september tot en met april.

Ziektes en plagen

  • Bladval: Te veel water, te donker, kou of een plotselinge verandering van plek. Laat de grond opdrogen, zet hem lichter en op een vaste plek.
  • Rimpelige blaadjes: Te droog. Geef een grondige gietbeurt en daarna weer regelmatig, maar sober.
  • Rotte stam: Een zachte, zwarte stengel door te veel water of kou. Knip het rotte deel weg tot gezond weefsel, laat de plant opdrogen en gebruik gezonde takjes als stek.
  • Wolluis: Witte pluisjes tussen de blaadjes. Veeg ze weg met een wattenstaafje met wat alcohol of zeepwater en herhaal dit wekelijks.

Het jaar rond

  • Januari: Rust: licht en koel (8–15 °C), nauwelijks water.
  • Februari: Rust. Nog nauwelijks water.
  • Maart: Meer licht. Verpotten indien nodig. Langzaam weer wat water.
  • April: Verpotten en snoeien. Stekken nemen.
  • Mei: Beginnen met bemesten. Vanaf half mei buiten aan de zon laten wennen.
  • Juni: Groei: water zodra de grond droog is. Snoeien of stekken kan nog.
  • Juli: Groei. Snoeien of stekken kan nog.
  • Augustus: Laatste keer bemesten.
  • September: Minder water. Bemesten stoppen.
  • Oktober: Binnenzetten voor de nachten onder 10 °C komen.
  • November: Rust: licht en koel, nauwelijks water.
  • December: Rust. Licht en koel houden.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Hij kan schakelen tussen gewone fotosynthese en de zuinige CAM-fotosynthese: bij droogte neemt hij vooral ’s nachts koolstofdioxide op, zodat hij minder water verliest.
  • In Zuid-Afrika eten olifanten en andere dieren de takken, vandaar de Engelse naam ‘elephant bush’. Hij wordt ook gebruikt om beschadigd, droog struikgewas te herstellen.
  • De blaadjes zijn eetbaar en hebben een frisse, zurige smaak; ze worden in Zuid-Afrika traditioneel gebruikt.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…