
Foto: Stickpen, Public domain · bron
Kamerplant · Arecaceae
Ravenea
Ravenea rivularis
In andere talen: Majesty palm (English)
De ravenea, in het Engels ‘majesty palm’, groeit van nature langs rivieren op Madagaskar, vandaar de soortnaam rivularis. Het is een elegante palm met sierlijk overhangende, veervormige bladeren die in een volle, boogvormige kroon boven een slanke stam staan. Als kamerplant wordt hij ongeveer 2–2,5 m hoog, in de natuur is het een veel hogere palm. Mensen kiezen hem voor zijn weelderige, tropische uitstraling in een lichte kamer of serre. Hij is een echte drinker: de wortelkluit mag nooit uitdrogen en hij houdt van vochtige lucht.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 10 °C
Grootte
2,5 m
hoog, 1,5 m breed
| Hoogte | 2,5 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een ravenea?
- Groeivorm
- Palm met één slanke stam en een boogvormige kroon, binnen 2–2,5 m hoog en tot 1,5 m breed.
- Blad
- Geveerde, overhangende bladeren met veel smalle, glanzend groene deelblaadjes.
- Stam
- Enkelstammig. In de handel staan vaak meerdere jonge planten samen in één pot.
- Bloem
- Binnen bloeit hij vrijwel nooit. In de natuur zijn er aparte mannelijke en vrouwelijke planten.
- Herkomst
- Rivieroevers op Madagaskar: hij verdraagt veel water en houdt van warmte en vochtige lucht.
Planten: april–mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Weelderige, tropische kamerpalm met sierlijk overhangende, veerdelige bladeren.
- Groenblijvend en het hele jaar mooi.
- Een echte blikvanger voor een lichte kamer, serre of veranda: tot 2,5 m hoog met een kroon van 1,5 m breed.
- Je hoeft hem niet te snoeien: enkel bruine bladeren weghalen volstaat.
- In de zomer mag hij naar buiten op een beschutte, halfschaduwrijke plek.
Waar staat een ravenea graag?
- Licht tot halfschaduw: een lichte plek bij het raam, met wat ochtend- of avondzon. Felle middagzon achter glas verbrandt het blad.
- Humusrijke, luchtige potgrond voor palmen, met wat zand of perliet voor de afvoer, die toch vochtig blijft; zuur tot neutraal.
- Kamertemperatuur van 16–25 °C en nooit onder 10 °C.
- Geen tocht en niet naast de radiator: droge, warme lucht geeft bruine bladpunten en spint.
- Geef hem ruimte, want de kroon wordt tot 1,5 m breed.
- Licht
- Zonnig of licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon of veel
- Grootte
- 2,5 m hoog, 1,5 m breed
- Temperatuur
- Minimum 10 °C
Mooi samen met
- Zwaardvaren: Houdt van dezelfde vochtige, lichte plek en past mooi bij het veerblad.
- Lepelplant: Verdraagt vochtige grond en lucht en heeft donkergroen, breder blad als contrast.
- Calathea: Zelfde luchtvochtigheid en een mooi bladpatroon aan de voet van de palm.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een ravenea?
Planten in april–mei.
- Verpot in april–mei, wanneer de plant actief begint te groeien.
- Kies een pot die 4–5 cm breder is, bij voorkeur hoog en met een afvoergat: palmen wortelen diep.
- Gebruik palmen- of potgrond met wat zand of perliet, zodat overtollig water wegloopt maar de grond vochtig blijft.
- Haal de plant voorzichtig uit de pot en maak de wortels niet los en kort ze niet in: palmen herstellen slecht van wortelschade.
- Zet hem even diep als voorheen, vul bij en druk de grond licht aan.
- Geef meteen water tot het uitloopt en giet het schoteltje na een kwartier leeg.
Verzorgen
- Water
- Houd de kluit het hele jaar gelijkmatig vochtig: hij mag nooit uitdrogen. Geef water zodra de bovenste centimeter droog aanvoelt en giet het schoteltje leeg. Gebruik liefst regenwater of kalkarm, kamerwarm water.
- Bemesten
- Van april tot september om de 2–4 weken een meststof voor palmen of groene planten, volgens het etiket. In de winter niet bemesten.
- Luchtvochtigheid
- Hij houdt van vochtige lucht: nevel de bladeren regelmatig, zeker in de verwarmde winter. Dat helpt tegen spint.
- Verpotten
- Alleen als de pot vol wortels zit, meestal om de 2–3 jaar in het voorjaar. Verstoor de wortels zo weinig mogelijk.
- Buiten in de zomer
- Vanaf eind mei mag hij naar een beschutte, halfschaduwrijke plek. Haal hem in september weer binnen, voor de nachten onder 12 °C komen.
Tip: Laat de kluit vochtig, maar giet het schoteltje na een kwartier leeg: een palm die dagenlang in water staat, krijgt rotte wortels.
Wanneer snoei je een ravenea?
Wanneer: Hij wordt niet gesnoeid: je knipt enkel volledig bruine bladeren af, op elk moment van het jaar.
Hoe:
- Knip een helemaal bruin blad met een schone schaar vlak bij de stam af.
- Knip bruine bladpunten bij in de vorm van het blad en laat een smal randje groen staan.
- Laat gele bladeren staan tot ze helemaal bruin zijn.
- Veeg het blad af en toe af met een vochtige doek om stof te verwijderen.
Let op: Snoei nooit de top of het groeipunt tussen de nieuwe bladeren: een palm heeft maar één groeipunt en sterft dan af.
Vermeerderen
- Zaad
- Alleen voor geduldige kwekers: vers zaad in het voorjaar in vochtige, warme grond (25–30 °C). Het kiemt traag, vaak pas na enkele maanden.
- Scheiden
- Staan er meerdere zaailingen samen in één pot, dan kun je ze in het voorjaar voorzichtig scheiden. Palmen herstellen slecht van wortelschade, dus doe dit enkel als het echt nodig is.
Hoe komt een ravenea de winter door?
- Niet winterhard: houd hem binnen bij minstens 10 °C; ideaal is 15–20 °C.
- Zet hem op de lichtste plek, ver van tocht en niet vlak naast de radiator.
- Geef minder water, maar laat de kluit nooit uitdrogen. Niet bemesten.
- Nevel regelmatig tegen droge verwarmingslucht.
Ziektes en plagen
- Bruine bladpunten: Te droge lucht, te weinig water of zout- en kalkophoping. Geef zachter water, nevel en spoel de pot af en toe door met veel water.
- Spint: Fijne webjes en bleek, gespikkeld blad bij droge lucht. Spoel af onder lauw water, nevel veel en herhaal wekelijks.
- Gele bladeren: Te nat of een tekort aan voeding. Controleer de afvoer, laat de bovenste centimeter opdrogen en bemest in het groeiseizoen.
- Schildluis en wolluis: Bruine bultjes of witte pluisjes op de bladstelen. Veeg ze weg met een doekje met zeepwater.
- Zonnebrand: Bleke, gele vlekken op blad dat in felle zon staat. Verplaats hem naar halfschaduw.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Vochtig houden en op een lichte plek. Nevelen bij droge lucht.
- Februari: Rust. Controleren op spint.
- Maart: Weer iets meer water geven. Plek voor de lente bekijken.
- April: Verpotten als de pot vol wortels zit. Starten met bemesten.
- Mei: Verpotten. Bemesten om de 2–4 weken. Vanaf eind mei buiten in halfschaduw.
- Juni: Bemesten. Water geven en nevelen.
- Juli: Bemesten. Niet in felle zon. Extra water bij warm weer.
- Augustus: Bemesten. Op spint letten.
- September: Laatste keer bemesten. Weer naar binnen voor de nachten onder 12 °C.
- Oktober: Binnen op de lichtste plek. Minder water.
- November: Rust. Niet bemesten. Nevelen.
- December: Rust. De kluit niet laten uitdrogen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Madagaskar heeft meer dan 100 palmsoorten en de meeste komen nergens anders ter wereld voor.
- De soortnaam rivularis betekent ‘van de beek of rivier’: in de natuur groeit hij langs het water.
- Er zijn mannelijke en vrouwelijke planten: de palm is tweehuizig.