
Foto: Bernd Haynold, CC BY 2.5 · bron
Vaste plant · Lamiaceae
Kranssalie
Salvia verticillata
In andere talen: Sauge verticillée (Français) · Whorled clary (English)
De kranssalie groeit van nature op droge graslanden en in wegbermen van Zuid- en Midden-Europa tot Centraal-Azië. Hij vormt een compacte pol van 0,6 m met hartvormige, behaarde bladeren. Van juni tot september staan er boven elkaar kransen van kleine, lila tot blauwpaarse bloemen langs rechtopgaande stengels, vandaar de naam. Ook als de bloemen zijn uitgebloeid, blijven de paarse kelken lang sieren. Bijen, hommels en vlinders komen er graag op af. Hij is volledig winterhard, droogtebestendig en makkelijk. Bekende rassen zijn ‘Purple Rain’ met diepere kleuren en ‘Alba’ met witte bloemen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een kranssalie?
- Groeivorm
- Compacte, bossige pol van 0,6 m hoog en ongeveer 50 cm breed, met rechtopgaande bloemstengels.
- Blad
- Hartvormig tot eirond, 5–15 cm, gekarteld en zacht behaard; vers groen, vooral aan de voet van de plant.
- Bloem
- Kleine, lila tot blauwpaarse lipbloemen in dichte kransen boven elkaar langs de stengel, van juni tot september.
- Kelken
- De paarse kelken blijven na de bloei zitten en geven nog weken kleur.
- Wortels
- Een vezelig wortelstelsel; de pol breidt langzaam uit en zaait zich zacht uit.
Bloei: juni–september · Planten: maart–mei en september · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van juni tot september, zeker als je hem na de eerste bloei terugknipt.
- Droogtebestendig en gul: een goede keuze voor een zonnige, droge border of een grindtuin.
- Bijen, hommels en vlinders bezoeken de kransen in grote aantallen.
- De lila kransen boven elkaar geven een mooie, verticale structuur in de border.
- Blijft compact en hoeft niet gesteund te worden.
- Makkelijk: weinig onderhoud en jaren achtereen mooi.
Waar staat een kranssalie graag?
- Volle zon: dan bloeit hij het rijkst en blijft hij compact.
- Doorlatende, schrale grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig: hij verdraagt droogte goed, maar niet langdurige natheid.
- Een open, zonnige plek in een bed of grindtuin; ook goed langs een pad of muurtje.
- Reken op 40–50 cm ruimte per plant.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Rozen: Een klassieke combinatie: de lila kransen sluiten mooi aan bij roze, witte en rode rozen.
- Duizendblad: Dezelfde zon en droge grond; gele of witte schermen als contrast.
- Siergrassen: Fijne halmen zoals schapengras geven rust en beweging naast de rechte kransen.
- Kattenkruid: Lila bloemen die lang bloeien en het onderste deel van de stengels bedekken.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kranssalie?
Planten in maart–mei en september.
- Plant in maart–mei of in september, als de grond niet bevroren of drassig is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit; verbeter zware klei met wat zand of grind.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 40–50 cm afstand en plant bij voorkeur in groepjes van drie of vijf.
- Geef meteen water en daarna alleen als het lang droog blijft.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte af en toe. Daarna is extra water zelden nodig.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Op een voedselrijke grond wordt de plant slap en valt hij uit elkaar.
- Mulchen
- Een laagje grind of grof zand houdt de hals van de plant droog; geen dikke organische mulch.
- Terugknippen
- Knip na de eerste bloei (juli) terug voor een tweede bloei tot in september.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat de laatste kelken staan voor het herfstbeeld, of knip ze weg om uitzaaien te beperken.
Tip: Knip na de eerste bloei de stengels tot de helft terug: dan bloeit hij opnieuw tot in september. Zorg voor een goed doorlatende grond, want in een natte winter rot hij weg.
Wanneer snoei je een kranssalie?
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: Een eerste keer in maart voor de nieuwe scheuten; een tweede keer in juli na de eerste bloei.
Hoe:
- Knip in maart de afgestorven stengels van vorig jaar tot vlak boven de grond af.
- Knip in juli, als de eerste bloei voorbij is, alle bloemstengels tot de helft of tot een derde terug.
- Geef na het terugknippen wat water; er verschijnen nieuwe bloemstengels voor een bloei tot in september.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of september de pol uitgraven en met een spade in stukken met wortels en scheuten verdelen. Meteen herplanten en water geven.
- Stekken
- In mei–juni stekken van 8–10 cm van niet-bloeiende scheuten nemen, onderste bladeren weg, in doorlatende stekgrond. Na enkele weken wortelen ze.
- Zaaien
- In het voorjaar in een zaaibak zaaien; het zaad nauwelijks bedekken. Hij zaait zich zacht uit, maar selecties zoals ‘Purple Rain’ komen niet altijd identiek terug.
Hoe komt een kranssalie de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in Belgische winters is geen bescherming nodig.
- Natte voeten zijn gevaarlijker dan kou: zorg dat het water in de winter goed wegloopt, zeker op zware klei.
- Laat de zaadhoofdjes en de bladrozet in de winter staan; knip ze in maart weg.
Ziektes en plagen
- Rot door nattigheid: Bruine, slappe plant na een natte winter. Zorg voor een doorlatende grond, leg grind rond de hals en vermijd te dikke mulch.
- Slappe, uit elkaar vallende pol: Op een te rijke of schaduwrijke plek. Meer zon, minder mest en terugknippen na de eerste bloei helpen.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in vochtige, benauwde zomers. Geef ruimte, water aan de voet en knip aangetaste bladeren weg.
- Slakken: Jonge bladeren worden in het voorjaar aangevreten. Raap slakken ’s avonds op of leg een barrière van grof zand.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen. Planten of delen.
- April: Planten. Letten op slakken.
- Mei: Planten. Stekken nemen.
- Juni: Start van de bloei. Water geven bij zeer lange droogte.
- Juli: Na de eerste bloei terugknippen voor een tweede bloei.
- Augustus: Tweede bloei.
- September: Bloei. Planten of delen.
- Oktober: Uitgebloeide kelken laten staan als herfstsieraad.
- November: Rust. Zorg dat het water wegloopt.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam verticillata komt van het Latijnse verticillatus, ‘in kransen’, naar de bloemen die in lagen om de stengel staan.
- De paarse kelken blijven na de bloei zitten en verlengen het kleurseizoen.
- Van nature groeit hij op droge graslanden en in wegbermen, van Zuid- en Midden-Europa tot Centraal-Azië.