
Foto: Morningdew51 at English Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Crassulaceae
Ezelsstaart
Sedum morganianum
In andere talen: Queue d’âne (Français) · Donkey’s tail (English)
De ezelsstaart (Sedum morganianum, in het Engels ‘donkey’s tail’ of ‘burro’s tail’) is een vetplant uit Zuid-Mexico met lange, hangende stengels die dicht bezet zijn met dikke, blauwgroene, druppelvormige blaadjes, als een gevlochten staart. Binnen wordt hij ongeveer 60 cm lang en hangt hij mooi in een hangpot of van een plank. Op oudere planten verschijnen soms in de zomer roze tot rode bloemetjes aan de uiteinden, maar binnen gebeurt dat zelden. Hij is droogtebestendig en vraagt weinig, zolang hij veel licht krijgt en nooit te nat staat. Let op: de blaadjes vallen bij de minste aanraking af.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 5 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,3 m breed
| Hoogte | 0,6 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een ezelsstaart?
- Groeivorm
- Hangende vetplant met stengels tot ongeveer 60 cm lang, binnen ongeveer 30 cm breed.
- Blad
- Dikke, vlezige, druppelvormige blaadjes, blauwgroen met een waslaagje, dakpansgewijs langs de stengel.
- Stengels
- Dun en hangend; ze breken makkelijk af bij aanraking.
- Bloem
- Op oudere planten in de zomer trossen roze tot rode bloemetjes aan de stengeluiteinden; binnen zelden.
- Herkomst
- Zuid-Mexico: warm, licht en droog. De vlezige blaadjes bewaren water.
Planten: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Opvallende hangende vetplant met blauwgroene, vlezige blaadjes die een dikke, gevlochten staart vormen.
- Zeer droogtebestendig: weinig water en weinig onderhoud.
- Mooi in een hangpot of op een hoge plank of kast.
- Makkelijk te vermeerderen: gevallen blaadjes en stukjes stengel wortelen.
- Groenblijvend en het hele jaar mooi.
Waar staat een ezelsstaart graag?
- Zon tot halfschaduw: een zeer lichte plek bij het raam, met ochtend- of voorjaarszon. Achter glas in de felle zomerzon verbranden de blaadjes snel.
- Zandige, goed doorlatende grond: cactus- of vetplantengrond met extra zand of perliet, neutraal.
- Droog: liever te droog dan te nat. Terracotta potten drogen sneller uit en zijn ideaal.
- Kamertemperatuur van 15–25 °C in de zomer; in de winter koel (10–15 °C) en nooit onder 5 °C.
- Hang hem op een plek waar je er niet langs schuurt, want de blaadjes vallen bij aanraking af.
- Licht
- Zonnig of licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Cactusgrond
- Zuurtegraad
- Neutraal
- Water geven
- Weinig
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,3 m breed
- Temperatuur
- Minimum 5 °C
Mooi samen met
- Echeveria: Een rozetvormige vetplant met dezelfde verzorging en een mooi contrast in vorm.
- Jadeplant: Een stevige vetplant met dikke bladeren, houdt van dezelfde droge, lichte plek.
- Aloë: Een rechtopstaande vetplant als tegenhanger van de hangende stengels.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een ezelsstaart?
Planten in maart–april.
- Pot in maart–april, wanneer hij weer groeit.
- Kies een ondiepe, brede pot of hangpot met afvoergat, bij voorkeur van terracotta.
- Gebruik cactusgrond met een derde zand of perliet.
- Haal de plant voorzichtig uit de pot: stengels en blaadjes breken makkelijk af. Gevallen blaadjes kun je gebruiken als stek.
- Zet hem even diep als voorheen en druk de grond licht aan.
- Wacht een week met water geven, zodat kleine wondjes kunnen herstellen, en hang hem op een lichte plek.
Verzorgen
- Water
- In het groeiseizoen (april–september) ongeveer om de 2 weken matig water, pas als de grond helemaal droog is. In de winter hooguit eens per maand of niet. Te veel water geeft rot en doorschijnende blaadjes.
- Bemesten
- Hooguit 1–2 keer in de zomer een meststof voor cactussen op halve sterkte.
- Verpotten
- Om de 2–3 jaar in het voorjaar, voorzichtig, want de blaadjes vallen makkelijk af.
- Hanteren
- Raak hem zo weinig mogelijk aan: het waslaagje toont vingerafdrukken en de blaadjes vallen af.
- Luchtvochtigheid
- Hij heeft niets nodig: droge kamerlucht is geen probleem.
Tip: Verplaats hem zo weinig mogelijk en geef liever te weinig dan te veel water: een blaadje dat valt, kun je gewoon stekken.
Wanneer snoei je een ezelsstaart?
Wanneer: Hij hoeft niet gesnoeid: knip enkel dode of beschadigde stengels weg, in het voorjaar.
Hoe:
- Knip verdorde of rotte stengels met een schone schaar aan de basis weg.
- Gebruik gezonde stengelstukken als stek: laat de snijwonde 1–2 dagen drogen.
- Verwijder dode of verschrompelde blaadjes voorzichtig met je vingers of een pincet.
Vermeerderen
- Bladstek
- In april–augustus: leg gevallen of voorzichtig afgetrokken blaadjes op droge cactusgrond. Na enkele weken tot maanden vormen ze wortels en een nieuw plantje. Houd de grond licht vochtig.
- Stengelstek
- Knip een stuk stengel van 10–15 cm, laat de wond 1–2 dagen drogen, haal de blaadjes onderaan weg en plant het in vetplantengrond. Het wortelt in enkele weken.
Hoe komt een ezelsstaart de winter door?
- Niet winterhard: houd hem binnen bij minstens 5 °C; een koele, lichte plek van 10–15 °C is ideaal.
- Geef bijna geen water, hooguit een klein beetje per maand, en bemest niet.
- Zet hem op de lichtste plek, ver van tocht en niet boven de radiator.
Ziektes en plagen
- Vallende blaadjes: Bij de minste aanraking of verplaatsing. Hang hem op een rustige plek. Veel blaadjes die zonder aanraking vallen wijzen op te veel of te weinig water.
- Zachte, doorschijnende blaadjes: Te veel water of rot. Laat de grond helemaal opdrogen; bij rotte stengels knip je gezonde stukken af voor stek.
- Rimpelende, slappe blaadjes: Te droog. Geef een flinke beurt water en laat daarna weer opdrogen.
- Uitgerekte stengels: Te weinig licht. Zet hem lichter.
- Wolluis: Witte pluisjes tussen de blaadjes. Dep ze weg met een wattenstaafje met zeepwater.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Koel en licht; bijna geen water.
- Februari: Rust. Bijna geen water.
- Maart: Verpotten indien nodig. Weer wat water geven.
- April: Verpotten. Blad- en stengelstekken nemen. Om de 2 weken matig water.
- Mei: Stekken nemen. Matig water als de grond droog is.
- Juni: Op een lichte plek, niet in felle zon achter glas. Een keer bemesten.
- Juli: Water als de grond droog is. Bloei mogelijk op oude planten.
- Augustus: Water als de grond droog is. Eventueel nog een keer bemesten.
- September: Minder water geven.
- Oktober: Koeler zetten. Weinig water.
- November: Rust. Bijna geen water.
- December: Rust. Koel en licht.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het blauwige waslaagje op de blaadjes is een natuurlijke bescherming; raak je het aan, dan blijven vingerafdrukken zichtbaar.
- Hij behoort tot de Crassulaceae, de vetplantenfamilie waar ook de jadeplant en de echeveria bij horen.
- Die familie gaf haar naam aan CAM-fotosynthese, een waterbesparende manier van groeien die bij veel vetplanten voorkomt.