Vorstschade
Jonge scheuten, bladeren en bloesems worden na een vorstnacht slap en glazig, en daarna zwart of bruin. Groenblijvers krijgen bruine bladranden en bij strenge vorst kan de schors van stammen in de lengte openbarsten.
Late nachtvorst in april–mei treft jonge groei, en strenge winters beschadigen planten die niet winterhard genoeg zijn of in een pot staan.
Wat doe je eraan?
- Knip bevroren delen niet meteen weg: wacht tot na de ijsheiligen (half mei) om te zien wat opnieuw uitloopt.
- Snoei daarna dood hout terug tot net boven een gezonde knop.
- Geef groenblijvers bij droog winterweer zonder vorst water, want ze verdrogen ook in de winter.
- Laat vorstscheuren in de schors met rust; ze groeien meestal vanzelf dicht.
Voorkomen
Dek gevoelige planten en bloesems bij vorstgevaar af met vliesdoek, zet potten in de winter beschut en plant vorstgevoelige groenten pas na half mei buiten.
Wanneer opletten: november–april