
Foto: Николай Степанов, CC BY-SA 3.0 · bron
Boom · Dennenfamilie (Pinaceae)
Siberische zilverspar
Abies sibirica
In andere talen: Sapin de Sibérie (Français) · Siberian fir (English)
Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.
De Siberische zilverspar is een slanke, altijdgroene naaldboom uit de taiga. In het wild groeit hij van het noordoosten van Europees Rusland, ten westen van de Oeral, tot diep in Siberië, Mongolië en Kazachstan, vaak samen met de Siberische lork, sparren en berken. Hij is extreem winterhard, tot −40 °C en kouder. In België wordt hij weinig aangeplant: in ons zachte, wisselvallige klimaat loopt hij te vroeg uit en heeft hij last van late vorst en droge zomers. Je herkent hem aan zijn smalle, spitse kroon en aan de zachte, dunne naalden die fris en harsachtig ruiken als je ze kneust.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -40 °C
Grootte
12 m
hoog, 4 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | februari–maart |
|---|---|
| Hoogte | 12 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Smalle, spitse kegel met korte, dunne takken; in het wild tot 30 m, bij ons zelden hoger dan 10–15 m.
- Naalden
- Zacht en buigzaam, 2–4 cm lang, smal, met een stompe of licht ingekeepte top; frisgroen, met twee witachtige strepen aan de onderkant. Gekneusd ruiken ze fris en harsachtig.
- Bloei
- In april–mei: kleine mannelijke kegeltjes onder de twijgen en rechtopstaande vrouwelijke kegeltjes bovenaan in de kroon.
- Kegels
- Rechtopstaand, cilindrisch, 5–9 cm, jong blauwachtig tot paars, rijp bruin, met verborgen schutbladen. Ze vallen in de herfst op de boom uiteen.
- Schors
- Glad en grijs, met veel harsblazen; ook bij oudere bomen blijft hij lang glad.
- Verwarring met
- De balsemspar uit Noord-Amerika lijkt er sterk op: ook een smalle kroon, harsblazen en kleine kegels. Zonder etiket zijn ze moeilijk uit elkaar te houden. De gewone zilverspar is breder, met stuggere naalden en grotere kegels.
Bloei: april–mei · Snoeien: februari–maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de meest winterharde bomen ter wereld: vorst tot −40 °C en kouder deert hem niet.
- Smalle, spitse groeivorm: voor een zilverspar neemt hij weinig plaats in.
- Zachte, geurige naalden die niet prikken.
- Altijdgroene beschutting voor vogels zoals het goudhaantje en mezen.
- Een boeiende verzamelboom: een stukje Siberische taiga in een park of grote tuin.
- De zaden uit de uiteenvallende kegels zijn voedsel voor eekhoorns en zaadetende vogels.
Waar staat een Siberische zilverspar graag?
- In het wild in de koude taiga en in bergbossen, op vochtige, koele grond, vaak in valleien en langs rivieren, met lange, strenge winters en korte zomers.
- In de tuin: zon tot halfschaduw, op een koele plek; niet tegen een warme zuidmuur.
- Vochthoudende, humusrijke en liefst licht zure grond; hij verdraagt geen droogte en geen hitte.
- Kies een plek die in het voorjaar laat opwarmt, bijvoorbeeld op een helling naar het noorden, maar geen koude laagte waar de vorst blijft hangen.
- Hij blijft smal: reken op 4–5 m breedte.
Mooi samen met
- Ruwe berk: Groeit in de taiga samen met de zilverspar; de witte stammen en het lichte loof geven contrast.
- Wilde lijsterbes: Een kleine boom van koele bossen, met bloemen voor insecten en bessen voor vogels.
- Blauwe bosbes: Een lage struik voor zure, vochtige grond aan de rand van de kroon, met bessen voor mens en vogel.
- Grove den: Een andere naaldboom van de taiga, die het lichte, open beeld van een noordelijk bos aanvult.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Siberische zilverspar?
- Koop een jonge boom in een pot of met kluit bij een boomkwekerij; hij is niet overal te krijgen, vraag ernaar bij een kweker van verzamelbomen.
- Plant in oktober–november of in maart, voor hij uitloopt.
- Graaf een ruim plantgat en meng er bladcompost door; zet de boom even diep als hij in de pot stond.
- Druk de grond goed aan, geef meteen ruim water en mulch met bladcompost of naaldstrooisel.
- Zet een grotere boom de eerste jaren aan een schuine paal aan de windkant.
- Graaf nooit jonge boompjes uit in de natuur: koop ze bij een kwekerij.
Verzorgen
- Water
- Hij houdt van een koele, vochtige voet: geef in droge zomers regelmatig ruim water, ook na de eerste jaren.
- Mulchen
- Een dikke laag bladcompost of naaldstrooisel houdt de wortels koel en vochtig.
- Bemesten
- Niet nodig. Laat het eigen naaldstrooisel liggen.
- Late vorst
- Dek jonge bomen af met vliesdoek als er na het uitlopen nachtvorst voorspeld wordt.
- Topscheut
- Laat de rechte topscheut altijd staan. Krijgt hij twee toppen, knip dan de zwakste weg.
Tip: Plant hem op de koelste plek van je tuin en houd de grond vochtig met een dikke mulchlaag: hoe later hij in het voorjaar uitloopt en hoe minder hij uitdroogt, hoe gezonder hij blijft.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: februari–maart.
Wanneer: Zelden nodig. Kleine correcties doe je in februari–maart, voor het uitlopen.
Hoe:
- Knip dode, gebroken en door vorst afgestorven takjes weg tot in gezond hout.
- Houd één topscheut: knip een tweede, concurrerende top weg.
- Laat de onderste takken zoveel mogelijk staan; haal ze alleen weg als ze helemaal kaal en dood zijn.
Let op: Zilversparren lopen niet uit op kaal hout: knip nooit in de top en snoei de boom niet in vorm.
Vermeerderen
- Zaad
- Pluk de kegels in september voor ze uit elkaar vallen. Bewaar het zaad 4–6 weken koud en vochtig en zaai in maart–april in een bak; houd de zaailingen de eerste jaren in lichte schaduw.
- Enten
- Wordt zelden geënt; voor de liefhebber is zaaien de gewone weg.
Hoe komt een Siberische zilverspar de winter door?
Winterhard tot −40 °C.
- Extreem winterhard: in zijn thuisland overleeft hij winters van −40 °C en kouder.
- Het gevaar zit in zachte winters: na een warme periode loopt hij te vroeg uit, waarna nachtvorst de jonge scheuten bruin kleurt.
- Altijdgroen: de smalle kroon biedt beschutting aan kleine vogels.
- Door zijn spitse vorm glijdt sneeuw vlot van de takken.
Ziektes en plagen
- Late vorst: Bij ons loopt hij vaak al vroeg in het voorjaar uit. Nachtvorst doet de jonge scheuten dan bruin worden en afsterven. Kies een koele plek en dek jonge bomen af met vliesdoek.
- Droogte en hitte: Bruine naalden en zwakke groei in droge zomers. Geef water en mulch, en plant hem niet op een hete plek.
- Wolluis: Witte, wollige pluisjes op naalden en twijgen. Meestal onschuldig; spuit jonge bomen af met een harde waterstraal.
- Korte levensduur: In ons klimaat wordt hij vaak minder oud en minder mooi dan in zijn thuisland. Wil je een betrouwbare spar, kies dan een soort die beter aan ons klimaat gewend is.
Het jaar rond
- Februari: Snoeien als het nodig is. Vliesdoek klaarleggen voor het uitlopen.
- Maart: Planten. De knoppen zwellen: let op nachtvorst.
- April: Uitlopen en begin van de bloei. Jonge bomen afdekken bij nachtvorst.
- Mei: Bloei. Bevroren scheuten wegknippen.
- Juni: Water geven bij droogte.
- Juli: Water geven en mulch aanvullen in droge zomers.
- Augustus: De kegels zijn volgroeid.
- September: Kegels plukken voor zaad.
- Oktober: Planten. De kegels vallen op de boom uiteen.
- November: Planten. Mulch aanbrengen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Sibirica betekent ‘uit Siberië’, maar zijn natuurlijke gebied reikt in het westen tot in Europees Rusland, ten westen van de Oeral.
- Vind je onder een zilverspar een hele kegel, dan heeft meestal een eekhoorn die van de tak gebeten: zilversparren laten hun kegels anders op de boom uiteenvallen.
- In Rusland wordt uit de naalden en twijgen een geurige etherische olie gestookt, die gebruikt wordt in zeep en parfum.