
Foto: Wikimedia Commons, Public domain · bron
Boom · Pinaceae
Balsemzilverspar
Abies balsamea
In andere talen: Sapin baumier (Français) · Balsam fir (English)
De balsemzilverspar komt uit de koele bossen van Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten. Het is een slanke, kegelvormige naaldboom met donkergroene, platte naalden die bij kneuzen sterk naar balsem ruiken. Onder de naalden lopen twee witte strepen, en de opstaande, paarsachtige kegels vallen op de boom uit elkaar. De soort zelf wordt tot 15 m hoog, maar groeit in ons warmere, drogere klimaat vaak moeizaam. In de tuin kom je vooral de dwergvorm ‘Nana’ tegen, een dicht, rond bolletje van een halve meter voor rotstuin, heidetuin of pot.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -45 °C
Grootte
15 m
hoog, 5 m breed
| Hoogte | 15 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een balsemzilverspar?
- Groeivorm
- De soort: slanke, smalle kegel tot 15 m hoog en 5 m breed. ‘Nana’: een dicht, rond bolletje van ongeveer 50 cm, pas na vele jaren.
- Naalden
- Plat, 1,5–2,5 cm, glanzend donkergroen met twee witte strepen aan de onderkant; sterk geurend.
- Kegels
- Opstaand, 5–8 cm, eerst paars, later bruin; ze vallen op de boom uit elkaar.
- Schors
- Glad en grijs, met blaasjes vol geurende hars.
- Wortels
- Vrij ondiep; hij houdt van frisse, vochtige grond en verdraagt geen langdurige droogte.
Planten: april–mei en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Heerlijke balsemgeur van de naalden, vooral op een warme dag of als je erlangs strijkt.
- Groenblijvend: het hele jaar structuur en kleur, ook in de winter.
- De dwergvorm ‘Nana’ blijft klein en is ideaal voor een rotstuin, heidetuin of grote pot.
- Uiterst winterhard: vorst is nooit een probleem.
- Oudere bomen dragen mooie, opstaande, paarsachtige kegels.
Waar staat een balsemzilverspar graag?
- Zon tot halfschaduw; een plek met wat schaduw in de namiddag beschermt tegen hitte.
- Koele, frisse, zure tot neutrale grond: zand of leem met veel humus. Kalkrijke grond verdraagt hij slecht.
- Vochthoudend tot vochtig, maar nooit uitdrogend: geen hete, droge plek tegen een zuidmuur.
- Geef de soort 4–5 m ruimte; ‘Nana’ 60–80 cm, of een pot van minstens 30 cm breed.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 15 m hoog, 5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -45 °C)
Mooi samen met
- Rododendron: Houdt van dezelfde zure, frisse grond.
- Struikheide: Een lage, bloeiende bodembedekker rond ‘Nana’ in een heidetuin.
- Japanse esdoorn: Fijn blad en herfstkleur naast het donkere naaldgroen.
- Varens: Groene onderbeplanting in de halfschaduw van een grotere boom.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een balsemzilverspar?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, met kluit of uit een pot.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er bladcompost of rododendrongrond door.
- Zet de boom even diep als hij stond: de bovenkant van de kluit gelijk met de grond. Maak het kluitdoek bovenaan los, maar laat het zitten.
- Druk de grond aan en geef meteen een flinke gieter water, ook als het regent.
- Leg een laag mulch van schors of naaldenstrooisel rond de voet.
- Geef de eerste twee zomers wekelijks water bij droogte.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar bij droogte wekelijks ruim water. Daarna alleen in lange droge periodes; in een pot regelmatig, ook in de winter bij vorstvrij weer.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Op arme grond in maart wat compost of mest voor coniferen.
- Mulchen
- Een laag schors of naaldenstrooisel houdt de wortels koel en vochtig en de grond zuur.
- Sneeuw
- Schud natte sneeuw van ‘Nana’ en jonge boompjes, zodat de takken niet uit elkaar zakken.
- Leidtak
- Houd bij de soort één leidtak: knip een concurrerende top weg.
Tip: Koop voor een kleine tuin of pot de dwergvorm ‘Nana’: zaailingen worden grote bomen. Geef hem een koele plek met zure, frisse grond en een mulchlaag.
Wanneer snoei je een balsemzilverspar?
Wanneer: Snoeien is niet nodig: hij houdt vanzelf zijn vorm.
Hoe:
- Knip dode of beschadigde takken weg tot op gezond hout.
- Groeien er twee toppen, laat dan de sterkste staan en knip de andere weg.
- Wil je ‘Nana’ iets compacter houden, knip dan alleen in het jonge, groene hout.
Let op: Snoei nooit in kaal hout: een zilverspar maakt daar geen nieuwe naalden.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaad van de soort in de herfst buiten in een koude bak zaaien, of na enkele weken koude in het voorjaar. Zaailingen groeien traag en geven de gewone, grote boom, geen dwergvorm.
- Stekken en enten
- Dwergvormen zoals ‘Nana’ worden door kwekers vegetatief vermeerderd; voor de hobbytuinier is dat moeilijk.
Hoe komt een balsemzilverspar de winter door?
Winterhard tot −45 °C.
- Uiterst winterhard (tot ongeveer −45 °C): in België nooit bescherming nodig.
- Late nachtvorst in het voorjaar kan de jonge, zachte scheuten beschadigen; die groeien later weer bij.
- In een pot: zet hem beschut en geef bij droog, vorstvrij weer water, want de naalden blijven verdampen.
- Schud zware, natte sneeuw van de takken.
Ziektes en plagen
- Bruine naalden: Vaak door droogte, hitte of droge wind, of door natte, verdichte grond. Mulchen, water geven bij droogte en een koelere plek kiezen.
- Wolluis: Witte, wollige plukjes op twijgen en stam; de groei stokt. Afspuiten met een krachtige straal water en zwaar aangetaste takken wegknippen.
- Spint: Bij hete, droge zomers, vooral op dwergvormen: doffe, geelgrijze naalden met fijne webjes. Regelmatig besproeien met water helpt.
- Wortelrot: De boom vergeelt en sterft af op natte, slecht doorlatende grond. Plant op een goed doorlatende plek, eventueel iets verhoogd.
Het jaar rond
- Januari: Natte sneeuw van de takken schudden.
- Maart: Mulch aanvullen. Op arme grond wat compost geven.
- April: Planten. Letten op late nachtvorst.
- Mei: Planten. Nieuwe, frisgroene scheuten.
- Juni: Water geven bij droogte. Letten op wolluis.
- Juli: Water geven bij hitte en droogte, vooral in een pot.
- Augustus: Water geven bij droogte. Letten op spint bij dwergvormen.
- September: Planten met kluit.
- Oktober: Planten. Mulch aanbrengen.
- December: Takjes snijden voor een geurend kerststukje.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Uit de hars van deze boom werd vroeger canadabalsem gemaakt, een heldere lijm voor lenzen en microscoopglaasjes.
- In Noord-Amerika is hij een van de populairste kerstbomen.
- Zoals bij alle zilversparren staan de kegels rechtop en vallen ze op de boom uit elkaar; hele kegels vind je dus zelden onder de boom.