Foto: Jmp48, CC BY-SA 3.0 · bron
Dwergstruik · Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
Stekelbrem
Genista anglica
In andere talen: Genêt d’Angleterre (Français) · Petty whin (English)
Komt in België in het wild voor.
Stekelbrem is een lage, stekelige dwergstruik van de heide, met van april tot juni kleine gele vlinderbloemen. Hij groeit op arme, zure zand- en veengrond: in droge en vochtige heide, heischrale graslanden en langs heidepaden. In België is hij zeldzaam geworden, met de meeste groeiplaatsen in de Kempen en enkele in de Ardennen. Je herkent hem aan de scherpe doorns op de oudere takken, de kleine blauwgroene blaadjes en de korte trosjes gele bloemen aan de toppen van de takjes. Hij is een typische soort van goed beheerde heide en een bron van stuifmeel voor hommels en wilde bijen.
Let op: Stekelbrem is in België zeldzaam: pluk hem niet en graaf hem nooit uit in de natuur. Zoals andere bremsoorten bevat hij bittere alkaloïden: laat kinderen en huisdieren niet aan peulen en zaden knabbelen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,4 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
april–juni
| Snoeimaanden | juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,4 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | april–juni |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Lage, liggende tot opstijgende dwergstruik van 10–50 cm, met dunne, houtige takken.
- Stengel
- Oudere takken met scherpe, rechte doorns van 1–2 cm; de jonge, bloeiende takjes zijn doornloos.
- Blad
- Klein (2–8 mm), eirond tot lancetvormig, kaal en blauwgroen; bladverliezend.
- Bloem
- Gele vlinderbloem van ongeveer 8 mm, in korte, beblade trosjes aan de toppen, van april tot juni.
- Vrucht
- Kale, wat opgeblazen peul van 1,5–2 cm, rijp zwartbruin; springt open en slingert de zaden weg.
- Wortels
- Diepe penwortel met wortelknolletjes waarin bacteriën stikstof uit de lucht vastleggen.
- Verwarring met
- Kruipbrem en verfbrem hebben geen doorns. Gaspeldoorn is veel groter en heeft groene doorns aan alle takken.
Bloei: april–juni · Snoeien: juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een kenmerkende plant van de heide, een landschap dat sterk achteruitgaat en dat je in een heidetuin een beetje mee kan helpen bewaren.
- De bloemen leveren stuifmeel voor hommels en wilde bijen, die de vlinderbloem openduwen.
- Zoals alle vlinderbloemigen legt hij met bacteriën in zijn wortelknolletjes stikstof uit de lucht vast.
- Klein en stekelig: tussen de struikhei biedt hij beschutting aan insecten en spinnen.
- Een gele toets in het voorjaar, lang voor de struikhei paars kleurt.
Waar staat een stekelbrem graag?
- In het wild op droge en vochtige heide, in heischrale graslanden en langs heidepaden.
- Volle zon: in de schaduw van bomen verdwijnt hij.
- Arme, zure en kalkloze grond: zand of venige zandgrond. Bemeste of kalkrijke grond verdraagt hij niet.
- In de tuin: alleen in een heidetuin of op een arme, zandige plek, samen met struikhei en dopheide.
Mooi samen met
- Struikhei: Dezelfde arme, zure grond; bloeit later in de zomer.
- Dopheide: Voor het vochtige deel van een heidetuin.
- Tandjesgras: Een laag, inheems heidegras dat hem niet overgroeit.
- Liggend walstro: Kleine witte bloempjes op dezelfde zure zandgrond.
- Grasklokje: Blauwe klokjes in de zomer op schrale grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een stekelbrem?
- Koop planten of zaad bij een kweker van inheemse planten, liefst van regionale herkomst.
- Zaaien: maak de harde zaadhuid wat ruw met schuurpapier of week de zaden een nacht in lauw water, en zaai in maart–april of in de herfst in een pot met zand.
- Plant in oktober–november of in maart–april. Door zijn penwortel verplant hij slecht: plant jong en met kluit.
- Plant op 30–40 cm van elkaar, in arme zandgrond zonder compost of mest.
- Geef het eerste jaar water bij droogte; daarna niet meer.
- Graaf nooit planten uit op de heide: stekelbrem is zeldzaam en zijn groeiplaatsen liggen meestal in natuurgebieden.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig na het eerste jaar: hij verdraagt droogte goed.
- Bemesten
- Nooit: voedingsstoffen laten grassen en bramen winnen. Arme grond houdt hem sterk.
- Wieden
- Haal grassen, bramen en opslag van berk of den weg, zodat hij genoeg licht krijgt.
- Verjongen
- Oude planten worden kaal en sterven af; zaai of plant op tijd bij.
- Bladval
- Hark gevallen bladeren van bomen weg: een bladlaag verrijkt de grond.
Tip: Geef hem nooit compost of mest en houd de plek open en zonnig: hoe armer de grond, hoe beter hij het doet.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: juli.
Wanneer: Na de bloei, eind juni tot juli.
Hoe:
- Knip na de bloei licht terug om de plant compact te houden, maar nooit tot in het oude, kale hout.
- Haal dode takken weg.
- Op de heide zorgen begrazing met schapen en kleinschalig plaggen voor open plekken waar jonge planten kiemen.
Let op: Draag stevige handschoenen: de doorns zijn scherp.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaden ruw maken of weken en in maart–april of in de herfst zaaien. Kiemplanten jong in een diepe pot zetten vanwege de penwortel.
- Stekken
- Halfhoutige stekken in juli–augustus in zanderige stekgrond; dat lukt niet altijd.
Hoe komt een stekelbrem de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- In de winter is hij grotendeels kaal; de groenbruine takjes met doorns blijven staan.
- Volledig winterhard.
- Zijn harde zaden blijven lang kiemkrachtig in de bodem en kiemen vaak pas na plaggen of een andere verstoring.
Ziektes en plagen
- Verdwijnen: Op voedselrijke grond en in de schaduw verdwijnt hij snel. Houd de grond arm en de plek open.
- Vergrassing: Pijpenstrootje en bochtige smele overgroeien hem. Wied of maai rondom.
- Kale, oude plant: Na enkele jaren wordt hij houtig en kaal. Zaai bij voor jonge planten.
- Wortelrot: Op zware, natte kleigrond rotten de wortels. Kies een goed doorlatende zandgrond.
Het jaar rond
- Maart: Planten of zaaien.
- April: Eerste bloemen.
- Mei: Volle bloei: hommels en wilde bijen.
- Juni: Einde van de bloei. Peulen vormen zich.
- Juli: Licht terugknippen. Peulen springen open op warme dagen.
- Augustus: Zaad oogsten van rijpe, zwarte peulen. Stekken nemen.
- Oktober: Planten. Gevallen bladeren weghalen.
- November: Planten. Bladeren blijven weghalen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Anglica betekent ‘Engels’, maar de soort groeit langs de hele Atlantische kant van Europa, van Portugal tot in Zuid-Scandinavië.
- Het Engelse koningshuis Plantagenet dankt zijn naam aan planta genista, de Latijnse naam voor een twijgje brem.
- Op warme zomerdagen draaien de rijpe peulen plots open en slingeren ze de zaden met een hoorbaar knapje weg.