
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Struik · Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
Brem
Cytisus scoparius
Brem is een inheemse struik van 1–2 m met groene, bezemachtige twijgen en bijna geen blad. In mei–juni kleurt hij helemaal goudgeel van de vlinderbloemen, een feest voor hommels. Hij hoort thuis op arme, zure zandgrond, op de heide en langs bosranden, en bindt zelf stikstof uit de lucht. Brem leeft niet zo lang en verdraagt geen zware snoei, maar zaait zich makkelijk uit. Alle delen zijn giftig, vooral de zaden.
Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de zaden en peulen: ze geven misselijkheid en braken. Houd kleine kinderen in de gaten en plant brem niet bij een weide met paarden of ander vee; ook voor honden en katten is hij giftig.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zure grond
zuur
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
1–2 m
hoog
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | juni–juli |
|---|---|
| Hoogte | 1–2 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen, vlinders en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een brem?
- Groeivorm
- Rechtopgaande, bezemachtige struik van 1–2 m met veel groene twijgen.
- Blad
- Kleine, drietallige blaadjes (1–2 cm) die snel afvallen; de groene twijgen doen het werk.
- Schors
- Groene, kantige, bezemachtige twijgen, ook in de winter groen; oude stammen bruin.
- Bloem
- Goudgele vlinderbloemen (2 cm) in mei–juni, langs de hele twijg.
- Vrucht
- Platte, behaarde peulen die zwart worden en in de zomerzon hoorbaar openknappen.
- Verschil met de gaspeldoorn
- Die heeft groene dorens in plaats van gewone twijgen.
Bloei: mei–juni · Snoeien: juni–juli
Herkennen per kenmerk: Gele bloemen in het voorjaar · Peulen
Lijkt op, maar is het niet
- Gaspeldoorn Ulex europaeus: groene dorens in plaats van gewone twijgen. Verschil met gaspeldoorn
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Goudgele bloei in mei–juni, goed voor hommels en bijen.
- Groen in de winter dankzij zijn groene twijgen.
- Groeit op arme, droge, zure zandgrond waar weinig anders wil, en bindt zelf stikstof.
- Past in een heidetuin of natuurtuin; de zaden zijn voedsel voor vogels.
Waar staat een brem graag?
- Volle zon.
- Arme, droge, goed doorlatende grond, liefst zuur zand; op kalkrijke of natte grond kwijnt hij.
- Reken op 1,5 m breed.
- Mooi in een heidetuin, op een talud of aan een zonnige bosrand.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Zure grond
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 2 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Struikhei: Paars in augustus–september op dezelfde arme, zure zandgrond.
- Gaspeldoorn: Ook een gele vlinderbloemige van de heide; bloeit vroeger en is dorenig.
- Grove den: Brem bloeit aan de zonnige rand van een dennenbos, zoals op de Kempense heide.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Houdt van de zure grond bij: grove den, zwarte den, weymouthden, zomereik, wintereik, mammoetboom
- Houden net als deze plant van zure grond: struikhei, rododendron, skimmia, framboos, blauwe bes, toverhazelaar, gaspeldoorn, camelia
Liever niet bij
- Niet onder de dichte kroon van deze bomen planten: fijnspar, gewone zilverspar, kaukasische zilverspar, douglasspar, taxus, witte paardenkastanje, noorse esdoorn, gewone esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een brem?
- Plant jonge planten uit pot: brem heeft een diepe penwortel en verdraagt verplanten slecht.
- Plant in het voorjaar (maart–april) of in het begin van de herfst.
- Geen compost of mest in het plantgat: op rijke grond groeit hij slap en valt hij open.
- Plant hem niet waar kleine kinderen spelen en niet naast een weide met paarden of vee.
Verzorgen
- Water
- Enkel kort na het planten; daarna verdraagt hij droogte prima.
- Bemesten
- Nooit nodig: hij bindt zelf stikstof uit de lucht.
- Zaailingen
- Hij zaait zich uit in de buurt: trek ongewenste zaailingen jong uit.
- Vervangen
- Na een aantal jaren wordt brem kaal en houterig: zet dan een jonge plant in de plaats.
Tip: Laat een paar zaailingen staan als reserve: brem leeft niet zo lang, en zo heb je altijd een jonge plant klaar.
Wanneer snoei je een brem?
Snoeimaanden: juni–juli.
Wanneer: Meteen na de bloei.
Hoe:
- Knip de uitgebloeide twijgen voor de helft in: zo blijft de struik dicht en bloeit hij volgend jaar weer rijk.
- Knip nooit tot in het oude, kale hout: daar loopt brem niet meer uit.
- Een oude, kale struik vervang je beter door een jonge plant.
Let op: Snoei vóór de peulen rijp zijn: zo zaait hij zich minder uit. Ruim het snoeisel op, want het is giftig voor dieren.
Vermeerderen
- Zaaien
- Laat de harde zaden een nacht weken in warm water en zaai ze in het voorjaar meteen in kleine potjes: zaailingen verdragen verplanten slecht.
Hoe komt een brem de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- De groene twijgen geven ook in de winter kleur.
Ziektes en plagen
- Kaal en uitgezakt: Oude struiken worden onderaan kaal en vallen open. Snoei elk jaar na de bloei en vervang een oude struik.
- Kwijnen: Op natte, zware of kalkrijke grond wordt hij geel en sterft hij af. Kies een droge, zure zandgrond.
- Uitzaaien: Zaailingen overal in de buurt. Snoei na de bloei, vóór de peulen openknappen, en wied de zaailingen jong.
Het jaar rond
- Maart: Planten: jonge planten uit pot.
- April: Zaaien, na een nacht weken.
- Mei: Bloei: goudgele vlinderbloemen.
- Juni: Bloei loopt af; meteen na de bloei snoeien.
- Juli: Laatste snoei, vóór de peulen rijp zijn.
- Augustus: Peulen knappen hoorbaar open in de zon.
- September: Planten kan weer.
- December: Groene twijgen in de winter.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Goudgele voorjaarsbloei op arme, zure zandgrond.
- Voor de natuur
- Bindt stikstof; de bloemen zijn goed voor hommels en de zaden voor vogels.
Let op: Giftig voor mens en dier.
Goed voor dieren
- Hommels
- Nectar en stuifmeel voor hommels, ook uit diepe bloemen en vroeg in de lente.
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Rupsen
- Waardplant: rupsen van vlinders of nachtvlinders eten van het blad.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Vroeger maakte men er bezems van, vandaar de wetenschappelijke naam scoparius (bezem).
- Het Engelse koningshuis Plantagenet dankt zijn naam aan een bremtakje (planta genista) dat Godfried van Anjou op zijn hoed droeg.
- In de zomerzon knappen de rijpe peulen hoorbaar open en schieten de zaden weg; mieren slepen ze daarna verder.
- Het Engelse koningshuis Plantagenet dankt zijn naam aan de brem, planta genista in het Latijn: Godfried van Anjou zou een bremtakje als embleem gedragen hebben.
- Brembloemen hebben geen nectar. Landt een hommel op de bloem, dan springen de meeldraden explosief tevoorschijn en strooien stuifmeel op haar rug.