Aleppoden (Pinus halepensis)

Foto: The original uploader was Apevec at English Wikipedia., CC BY-SA 3.0 · bron

Boom · Dennenfamilie (Pinaceae)

Aleppoden

Pinus halepensis

In andere talen: Pin d’Alep (Français) · Aleppo pine (English)

Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.

De Aleppoden is de typische den van de Middellandse Zee: je ziet hem op droge kalkhellingen, kliffen en in de garrigue van Spanje, Zuid-Frankrijk, Italië, Griekenland en Noord-Afrika. Hij heeft een lichte, open en vaak scheve kroon, fijne lichtgroene naalden per twee en een zilvergrijze schors die later roodbruin en gegroefd wordt. Je herkent hem meteen aan de glanzend roodbruine kegels op een korte, gebogen steel, die naar achteren wijzen. Hij is uitzonderlijk goed bestand tegen droogte, hitte en kalk, en na een bosbrand zaait hij zich massaal uit vanuit kegels die door de hitte openspringen. In België staat hij alleen aangeplant, op warme, droge plekken; strenge winters kunnen hem flink beschadigen.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Winterhard

    tot -12 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    15 m

    hoog, 8 m breed

  • Bloei

    april–mei

Feiten op een rij
Snoeimaandenmei–juni
Hoogte15 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Bloeiapril–mei

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Boom van 10–20 m met een lichte, onregelmatige kroon; op winderige plekken vaak scheef of gekromd. Bij ons meestal kleiner.
Naalden
Per twee, dun en zacht, 6–12 cm, licht- tot geelgroen; ze staan in losse plukken aan het eind van de twijgen.
Kegels
Kegelvormig, 6–12 cm, glanzend roodbruin, op een korte, dikke, gebogen steel die naar achteren wijst. Ze rijpen in hun tweede jaar en blijven vaak jaren gesloten aan de boom.
Schors
Bij jonge bomen glad en zilvergrijs, later roodbruin tot donkergrijs met diepe groeven.
Wortels
Een diepe penwortel en wijd uitgespreide zijwortels die ver in rotsspleten naar water zoeken.
Verwarring met
Calabrische den: donkerdere, stijvere naalden en kegels zonder steel die naar voren wijzen. Zwarte den: donkergroene, stijve naalden van 8–16 cm en kegels zonder steel. Parasolden: schermvormige kroon en grote, ronde kegels met eetbare pitten.

Bloei: april–mei · Snoeien: mei–juni

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de meest droogtebestendige bomen van Europa: interessant voor een hete, droge, kalkrijke tuin.
  • Een lichte, open kroon met fijne naalden die maar weinig schaduw geeft, zodat er nog andere planten onder groeien.
  • De zaden zijn voedsel voor vinken en mezen, en de kroon geeft vogels het hele jaar dekking.
  • Op kalk en droge, stenige grond, waar veel andere naaldbomen het moeilijk hebben, groeit hij nog goed.
  • Historisch interessant: zijn hars gaf de Griekse retsina haar smaak en werd vroeger gewonnen voor terpentijn en pek.

Waar staat een aleppoden graag?

  • In het wild: droge kalkhellingen, kliffen aan zee, garrigue en open bossen rond de Middellandse Zee, vaak op arme, stenige grond.
  • Volle zon en warmte; hij verdraagt zeewind, zout en lange zomerdroogte.
  • Arme, goed doorlatende grond, graag kalkrijk; natte, zware klei verdraagt hij niet.
  • In België: een warme, beschutte plek, bijvoorbeeld in een stadstuin of tegen een zuidmuur, uit de koude oostenwind. Op koude, natte plekken sneuvelt hij in een strenge winter.

Mooi samen met

  • Lavendel: Bloeit in de zomer op dezelfde droge, kalkrijke grond; bijen en vlinders komen erop af.
  • Rozemarijn: Een groenblijvende, geurige struik die net als de den uit de garrigue komt.
  • Tijm: Een lage, bloeiende bodembedekker voor de zonnige rand.
  • Zonneroosje: Roze of witte bloemen op arme, droge grond.
  • Steeneik: Een groenblijvende mediterrane eik voor een warme, beschutte tuin.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een aleppoden?

  1. Koop een jonge, in pot gekweekte boom bij een boomkwekerij of een kwekerij met mediterrane planten. Haal nooit zaailingen uit het wild, ook niet op vakantie.
  2. Plant in april–mei, zodat de wortels voor de winter goed kunnen aanslaan; in de herfst geplante bomen zijn kwetsbaarder voor vorst.
  3. Kies een kleine boom van 50–100 cm: dennen met een penwortel verplanten slecht als ze groter zijn.
  4. Graaf een ruim plantgat, meng zware grond met grind of grof zand en zet de kluit even diep als in de pot.
  5. Geef bij het planten flink water, en de eerste zomer om de één à twee weken bij droogte.
  6. Zet een korte paal schuin aan de windkant tot de boom stevig staat.

Verzorgen

Water
Alleen het eerste jaar bij droogte. Daarna niet meer: hij is een droogtespecialist.
Bemesten
Niet nodig; op rijke grond groeit hij te zacht en wordt hij gevoeliger voor vorst.
Strooisel
Laat de naalden liggen als natuurlijke strooisellaag; geen dikke compostlaag rond de voet.
Winterbescherming
Jonge bomen kun je bij strenge vorst de eerste winters beschermen met vlies over de kroon en een laag mulch over de wortels.
Ruimte
Plant op minstens 5 m van huizen en andere bomen; zijn wortels zoeken ver naar water.

Tip: Plant de Aleppoden in het voorjaar en als kleine boom: dan heeft hij een hele zomer om te wortelen en komt hij zijn eerste winter veel beter door.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: mei–juni.

Wanneer: Weinig nodig. Vormen doe je in mei door de jonge scheuten in te korten; vorstschade knip je in juni weg.

Hoe:

  • Knip in mei de nieuwe kaarsen tot de helft in als je de boom compacter wilt.
  • Zaag dode, gebroken of bevroren takken weg tot op gezond hout, net buiten de takkraag.
  • Wacht na een strenge winter tot juni met het wegknippen van vorstschade: dan zie je wat nog uitloopt.
  • Laat de natuurlijke, wat scheve vorm gerust zo: dat is net zijn charme.

Let op: Snoei niet in kaal hout zonder naalden: een den loopt daar niet meer uit.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Leg gesloten kegels op een warme plek, bijvoorbeeld bij de verwarming of in de zon, tot ze openspringen. Zaai de zaden in maart–april in een zaaibak met zanderige grond; ze kiemen meestal zonder voorbehandeling. Pot de zaailingen snel op in diepe potjes, voor de penwortel.
Stekken
Lukt bij dennen zelden; zaaien is de gewone manier.

Hoe komt een aleppoden de winter door?

Winterhard tot −12 °C: beschermen in strenge winters.

  • Groenblijvend; de lichte kroon blijft de hele winter fris groen.
  • Matig winterhard: tot ongeveer −12 °C zonder veel schade. Bij strengere of lange vorst verkleuren de naalden en kunnen takken afsterven.
  • Koude, droge oostenwind en natte grond zijn het gevaarlijkst; een beschutte, droge plek maakt het verschil.
  • Oudere bomen zijn harder dan jonge; bescherm jonge bomen de eerste winters.

Ziektes en plagen

  • Vorstschade: Bruine naalden of afgestorven takken na een strenge winter. Wacht tot juni met snoeien; vaak loopt de boom opnieuw uit.
  • Natte voeten: Op zware, natte grond kwijnt hij en sterven de wortels af. Plant op een droge, goed doorlatende plek.
  • Dennenprocessierups: In Zuid-Europa een bekende plaag: rupsen met brandharen die witte spinselnesten in de kroon maken. Zie je zulke nesten, raak ze dan niet aan en laat ze door een specialist verwijderen.
  • Brandbaar: De boom zit vol hars en brandt makkelijk. Houd hem weg van vuurschalen, barbecues en vuurwerk.

Het jaar rond

  • Januari: Rust. Jonge bomen beschermen bij strenge vorst.
  • Februari: Winterbescherming controleren; vorstschade nog niet wegknippen.
  • April: Planten. Bloei begint: gele mannelijke kegeltjes vol stuifmeel.
  • Mei: Bloei. Kaarsen inknippen om hem compact te houden. Planten.
  • Juni: Vorstschade wegknippen. Jonge bomen water geven bij droogte.
  • Juli: Gevestigde bomen hebben geen water nodig, ook niet bij hitte.
  • September: Kegels van vorig jaar zijn rijp.
  • Oktober: Gesloten kegels verzamelen voor zaad.
  • November: Mulch over de wortels van jonge bomen.
  • December: Groenblijvend. Vlies klaarleggen voor strenge vorst.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam verwijst naar de Syrische stad Aleppo, maar de boom is veel algemener in het westen van het Middellandse Zeegebied, vooral in Spanje.
  • In Griekenland wordt al eeuwen hars van deze den aan wijn toegevoegd: zo ontstaat retsina, met zijn typische dennengeur.
  • In Tunesië maakt men van de kleine zaadjes een romig dessert, assidat zgougou, dat traditioneel gegeten wordt op het feest van de geboorte van de profeet.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…