
Foto: Kofler Jürgen, CC BY-SA 3.0 · bron
Boom · Pinaceae
Parasolden
Pinus pinea
In andere talen: Pin parasol (Français) · Stone pine (English)
De parasolden is de typische den van de Middellandse Zee, van Portugal en Spanje tot Turkije en Libanon. Jonge bomen zijn rond en struikachtig en dragen de eerste jaren korte, blauwgroene jeugdnaalden; pas na vele jaren groeit de bekende platte, parasolvormige kroon op een kale stam. De lange, groene naalden staan per twee, en de grote, glanzend bruine kegels hebben drie jaar nodig om te rijpen. Daarin zitten de eetbare pijnboompitten, al rijpen die in ons klimaat zelden goed. Bij ons wordt hij vooral als potboom of op een warme, droge plek in de tuin gekweekt.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
15 m
hoog, 10 m breed
| Snoeimaanden | mei–juni |
|---|---|
| Hoogte | 15 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een parasolden?
- Groeivorm
- Jong rond en struikvormig; later een kale stam met een brede, platte parasolkroon. In de vrije grond tot ongeveer 15 m hoog en 10 m breed, bij ons meestal kleiner.
- Naalden
- Per twee, 10–20 cm lang, stijf en grijsgroen tot donkergroen. Jonge planten dragen de eerste jaren korte, blauwgroene jeugdnaalden die alleen staan.
- Kegels
- Groot, eivormig tot rond, 8–15 cm, glanzend bruin; ze rijpen pas in hun derde jaar.
- Zaden
- Grote zaden met een harde schil: de pijnboompitten. Bij ons rijpen ze zelden goed.
- Schors
- Roodbruin tot grijs, diep gegroefd en in platen afschilferend.
- Wortels
- Een diepe penwortel: verplant hem jong en niet te vaak.
Planten: april–mei en september · Snoeien: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een stuk mediterrane sfeer in de tuin of op het terras, het hele jaar groen.
- Uitstekend bestand tegen droogte en hitte, eens hij goed geworteld is.
- Jonge bomen blijven jarenlang compact en zijn mooi in een grote pot.
- De grote, glanzende kegels zijn decoratief.
- Weinig werk: hij hoeft nauwelijks gesnoeid te worden.
Waar staat een parasolden graag?
- Volle zon, op de warmste plek van de tuin.
- Lichte, goed doorlatende grond: zand of leem, zuur tot kalkrijk.
- Droog; natte grond, zeker in de winter, verdraagt hij niet.
- Beschut tegen koude oosten- en noordenwind.
- In de vrije grond heeft hij op termijn veel ruimte nodig; in een pot blijft hij jarenlang compact.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 15 m hoog, 10 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Mediterrane geur en kleur op dezelfde zonnige, droge plek.
- Rozemarijn: Groenblijvend en even dol op warmte en drainage.
- Zonneroosje: Een bloeiende heester voor de droge, zonnige border.
- Vedergras: Wuivende pluimen die het strakke silhouet verzachten.
- Tijm: Een geurende bodembedekker tussen het grind aan de voet.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een parasolden?
Planten in april–mei en september.
- Plant in april–mei, zodat de wortels voor de winter goed kunnen aanslaan; op lichte grond kan september ook.
- Graaf een ruim plantgat en meng op zwaardere grond grof zand of grind door de grond voor een goede afwatering.
- Zet de boom even diep als in de pot en beschadig de penwortel niet.
- In een pot: kies een zware pot met een afvoergat, leg onderaan een laag grind en gebruik potgrond gemengd met een derde grof zand of grind.
- Geef na het planten flink water en hou de grond het eerste seizoen licht vochtig.
- Leg grind als mulch in plaats van compost: zo blijft de voet droog.
Verzorgen
- Water
- In de vrije grond enkel het eerste jaar bij droogte. In een pot in de zomer regelmatig, maar laat de bovenste centimeters tussendoor uitdrogen.
- Bemesten
- In de vrije grond niet nodig. In een pot in april een beetje organische mest.
- Verpotten
- Om de twee à drie jaar in maart–april in een iets grotere pot, met vers, goed drainerend mengsel.
- Potvoetjes
- Zet een pot op potvoetjes, zodat overtollig water altijd weg kan.
- Vorstbescherming
- Hou in de winter een vlies klaar voor jonge bomen en potten (zie winter).
Tip: Kies een plek die nooit nat staat, en bij teelt in een pot een zware pot met een goed afvoergat. Natte voeten in de winter doden meer parasoldennen dan vorst.
Wanneer snoei je een parasolden?
Snoeimaanden: mei–juni.
Wanneer: Een echte snoei is niet nodig. In mei–juni kun je de jonge scheuten, de ‘kaarsen’, inkorten om de boom compact te houden.
Hoe:
- Knip of breek de jonge kaarsen tot op de helft in, voor de nieuwe naalden zich helemaal ontvouwen.
- Haal dode of beschadigde takken weg tot aan de stam of een gezonde zijtak.
- Wil je een parasolkroon, verwijder dan geleidelijk de onderste takken, telkens een paar per jaar.
- Snoei niet in oud hout zonder naalden: daar loopt een den niet meer uit.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai verse, onbewerkte zaden in april ongeveer 2 cm diep in diepe potjes. Hou ze warm en licht vochtig; ze kiemen meestal na een paar weken. Verplant de zaailingen jong, vanwege de penwortel. Gekochte pijnboompitten kiemen meestal niet: ze zijn vaak bewerkt of van een andere soort.
- Stekken
- Dennen zijn met stekken bijna niet te vermeerderen; zaaien is de praktische methode.
Hoe komt een parasolden de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C. In een normale Belgische winter overleeft hij in de vrije grond op een beschutte, droge plek; jonge planten zijn gevoeliger.
- Natte grond in combinatie met vorst is het grootste gevaar: zorg voor een goede afwatering.
- Bij strenge vorst en koude wind kunnen de naalden bruin verkleuren; bescherm jonge bomen dan met een vlies.
- In een pot bevriezen de wortels sneller: wikkel de pot in en zet hem tegen een muur, of bij strenge vorst in een koude, lichte ruimte zoals een onverwarmde serre.
Ziektes en plagen
- Wortelrot: Gele naalden en een kwijnende boom op natte grond of in een pot zonder afvoer. Zorg voor een betere drainage; zwaar aangetaste bomen zijn niet te redden.
- Vorstschade: Bruine naalden na een strenge winter. Wacht het voorjaar af: zolang de knoppen leven, loopt hij opnieuw uit.
- Dennenbladwesp: Groepjes groene, rupsachtige larven die in de zomer de naalden kaalvreten. Pluk ze met de hand weg of knip het takje af.
- Dennenwolluis: Witte, wollige pluisjes op scheuten en naalden. Spuit ze af met water of borstel ze weg.
- Uitdroging in pot: Bruine naaldpunten in de zomer. Geef regelmatiger water, liefst ’s ochtends.
Het jaar rond
- Januari: Pot bij strenge vorst beschermen. Weinig water geven.
- Februari: Vorstbescherming controleren.
- Maart: Bescherming weghalen bij zacht weer. Verpotten.
- April: Planten. Zaaien. Potplanten wat mest geven.
- Mei: Planten. Kaarsen inkorten voor een compacte vorm.
- Juni: Kaarsen inkorten afronden. Potten regelmatig water geven.
- Juli: Potten water geven bij droogte. Letten op bladwesplarven.
- Augustus: Potten water geven bij droogte.
- September: Planten op lichte grond.
- November: Pot op potvoetjes zetten en tegen een muur plaatsen.
- December: Pot inpakken. Bij strenge vorst een vlies over jonge bomen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De kegels hebben ongeveer drie jaar nodig om te rijpen, langer dan bij de meeste andere dennen.
- De parasoldennen in en rond Rome inspireerden de Italiaanse componist Ottorino Respighi tot zijn symfonisch gedicht ‘Pini di Roma’ uit 1924.
- Jonge zaailingen hebben de eerste jaren alleenstaande, blauwgroene jeugdnaalden; pas later verschijnen de lange naalden per twee.