
Foto: Pascal Volk, CC BY-SA 4.0 · bron
Struik · Sandelhoutfamilie (Santalaceae)
Maretak
Viscum album
In andere talen: Gui blanc (Français) · Mistletoe (English)
Komt in België in het wild voor.
De maretak is een wintergroene halfparasiet die als een ronde bol in de kruin van bomen groeit. Hij zuigt water en voedingszouten uit zijn gastheer, maar maakt zelf suikers met zijn groene bladeren. In België groeit hij vooral in het zuiden en oosten, bijvoorbeeld in de hoogstamboomgaarden van Haspengouw en in populierenrijen langs de Maas; in het westen van Vlaanderen is hij veel zeldzamer. In de winter herken je hem meteen aan de groene bollen in kale bomen en aan de witte, kleverige bessen. Lijsters en zwartkoppen eten de bessen en verspreiden zo de zaden, en rond Kerstmis en Nieuwjaar hangt hij boven heel wat deuren.
Let op: De bessen, bladeren en stengels zijn giftig. Hang maretak binnen buiten het bereik van kinderen en huisdieren en ruim gevallen bessen meteen op.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,8 m breed
Bloei
februari–april
| Snoeimaanden | december–februari |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | februari–april |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Bolvormig, wintergroen struikje van 30–100 cm doorsnee, hoog in de takken van een boom.
- Stengel
- Groen, glad en geleed; vertakt zich telkens in twee (gaffelvormig), waardoor de typische bol ontstaat. Breekt makkelijk op de knopen.
- Blad
- Tegenoverstaand, smal ovaal tot tongvormig, 2–8 cm, dik en leerachtig, geelgroen, zonder tanden.
- Bloem
- Heel klein, geelgroen en onopvallend, in groepjes in de takvorken, van februari tot april. Mannelijke en vrouwelijke bloemen groeien op aparte planten.
- Vrucht
- Witte, half doorschijnende bes van 6–10 mm met taai, kleverig vruchtvlees en één zaad; rijp in november–december en blijft lang hangen.
- Wortels
- Geen echte wortels: een zuigwortel (haustorium) groeit in het hout van de gastheer en tapt er water en voedingszouten uit.
- Verwarring met
- Heksenbezems (dichte takkenbossen door een schimmel, vooral in berken) en vogelnesten lijken van ver op maretak, maar ze zijn in de winter niet groen.
Bloei: februari–april · Snoeien: december–februari
In je tuin
Waarom in je tuin?
- De witte bessen zijn in de winter voedsel voor vogels zoals de grote lijster en de zwartkop, net als er weinig ander voedsel is.
- Bloeit al vanaf februari: de piepkleine bloemen geven vroeg in het jaar nectar en stuifmeel aan vliegen en bijen.
- Wintergroen: de groene bollen brengen kleur in kale bomen.
- Een plant vol folklore, van de druïden tot het kussen onder de maretak met Kerstmis en Nieuwjaar.
- Een bijzondere levenswijze: hij groeit zonder ooit de grond te raken.
- Takjes met bessen zijn een mooie kerstversiering uit je eigen boomgaard.
Waar staat een maretak graag?
- In het wild op bomen met een zachte schors: vooral appelboom, populier, linde, meidoorn, wilg en robinia; zelden op eik.
- Hij zoekt licht: aan de buitenkant van de kroon, in boomgaarden, bomenrijen, parken en langs wegen.
- Hij kiest zijn gastheer niet zelf: vogels laten de zaden achter waar ze zitten, vaak in een vrijstaande boom die ze als uitkijkpost gebruiken.
- In de tuin: op een gezonde, wat oudere appelboom, meidoorn of linde, op een lichtrijke tak van minstens 20 cm omtrek.
Mooi samen met
- Hoogstamappel: De klassieke gastheer in de boomgaard, met een zachte schors waarop de zaden goed kiemen.
- Eenstijlige meidoorn: Een inheemse gastheer die ook bloesem en bessen voor vogels geeft.
- Winterlinde: Een grote, lichte kroon waarin maretak graag groeit.
- Populier: Langs beken en dreven een gastheer waarop maretak heel goed groeit.
- Hulst: Samen met maretak het klassieke wintergroen voor kerstversiering; ook de hulstbessen zijn vogelvoer.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een maretak?
- Maretak koop je niet in een pot: je zaait hem rechtstreeks op een boom. Gebruik verse, goed rijpe bessen van februari tot april, liefst van dezelfde boomsoort als die van jou.
- Kies een gezonde, lichtrijke tak van minstens 20 cm omtrek, hoog genoeg om er niet tegen te lopen.
- Knijp de bes open en druk het kleverige zaad tegen de schors, in een spleetje of aan de onderkant van de tak, waar vogels het minder snel vinden. In de schors snijden is niet nodig: het slijm plakt het zaad vanzelf vast.
- Zet 10–20 zaden op verschillende plekken: maar een klein deel kiemt, en je hebt mannelijke en vrouwelijke planten nodig voor bessen.
- Wees geduldig: het eerste jaar zie je alleen een groen knobbeltje, na twee à drie jaar de eerste blaadjes en na vier à vijf jaar bessen.
- Pluk geen maretak uit bomen in de natuur of bij anderen zonder toestemming; neem bessen uit je eigen tuin of van iemand die ze graag deelt.
Verzorgen
- Gastheer
- Een gezonde gastheer is de beste zorg: geef de boom water bij droogte en laat de grond eronder met rust.
- Water en bemesten
- Niet nodig: de maretak haalt alles uit de boom.
- Uitdunnen
- Te veel bollen verzwakken een boom. Haal er in de winter een deel weg, vooral op oude fruitbomen.
- Oogsten
- Knip in december takjes met bessen voor binnen; laat er genoeg hangen voor de vogels.
- Takbreuk
- Grote bollen vangen veel wind en sneeuw: kijk na een storm of de tak nog gezond is.
Tip: Haal de bessen om te zaaien in februari of maart: dan zijn ze echt rijp. De bessen van een kersttakje zijn vaak nog te onrijp om te kiemen.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: december–februari.
Wanneer: In de winter, van december tot februari, als de boom kaal is en je de bollen goed ziet.
Hoe:
- Knip bollen die te groot worden of te dicht op elkaar zitten aan de basis weg.
- De zuigwortel blijft in de tak zitten en loopt opnieuw uit. Wil je een bol helemaal kwijt, zaag de tak dan zo’n 30 cm onder de aanhechting af.
- Laat op een grote boom altijd een paar bollen staan voor de vogels en voor de bessen van volgend jaar.
- Gebruik een stevige ladder of een stokzaag en werk nooit alleen hoog in een boom.
Let op: Te veel maretak verzwakt oude fruitbomen: dun tijdig uit in plaats van alles in één keer weg te halen.
Vermeerderen
- Zaad
- Van februari tot april rijpe bessen op een tak van een gastheer drukken. Kiemt in het voorjaar, eerste blaadjes na twee jaar.
- Vogels
- De natuurlijke manier: lijsters en zwartkoppen eten de bessen en laten de kleverige zaden achter op takken. Een boom waar vogels graag zitten, krijgt vaak vanzelf maretak.
Hoe komt een maretak de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Wintergroen: in de winter vallen de groene bollen het meest op in de kale kruinen.
- De bessen rijpen in november–december en blijven tot diep in de winter hangen: belangrijk voedsel voor lijsters en zwartkoppen.
- Volledig winterhard in België, tot ongeveer −25 °C.
- Het beste moment om uit te dunnen en takjes te knippen voor Kerstmis.
Ziektes en plagen
- Geen kieming: Zaden worden door vogels opgegeten of drogen uit. Zet er meer, op verschillende takken, en gebruik verse, rijpe bessen.
- Geen bessen: Alleen vrouwelijke planten dragen bessen, en enkel als er een mannelijke plant in de buurt groeit. Zaai daarom altijd meerdere zaden.
- Verzwakte boom: Te veel bollen nemen veel water op en takken sterven af. Dun elke winter uit.
- Afbrekende takken: Zware bollen op dunne takken breken bij storm of natte sneeuw. Haal ze tijdig weg.
Het jaar rond
- Januari: De bessen hangen er nog: kijk naar lijsters en zwartkoppen. Uitdunnen als het nodig is.
- Februari: Begin van de bloei. Rijpe bessen op een gastheer drukken. Uitdunnen kan nog.
- Maart: Bloei. Zaden op takken zetten.
- April: Einde van de bloei. Laatste bessen zaaien.
- Mei: Nieuwe scheutjes lopen uit.
- Augustus: Jonge, groene bessen vormen zich.
- Oktober: De bessen kleuren wit.
- November: Bessen rijp. Takken nakijken na de eerste stormen.
- December: Takjes knippen voor Kerstmis. Uitdunnen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De grote lijster heet in het Latijn Turdus viscivorus, ‘maretakvreter’: in de winter verdedigt hij soms een hele boom vol maretak tegen andere vogels.
- Volgens de Romeinse schrijver Plinius de Oudere sneden druïden maretak van eiken met een gouden sikkel. Maretak op eik is zeldzaam, en dat maakte hem zo bijzonder.
- Viscum is Latijn voor vogellijm: van de kleverige bessen maakte men vroeger lijm om vogels te vangen.