Blaasspirea (Physocarpus opulifolius)

Foto: Eric Hunt, CC BY-SA 4.0 · bron

Snoeigids · Struik

Blaasspirea snoeien: wanneer en hoe

Physocarpus opulifolius

Een blaasspirea snoei je na de bloei, eind juni–juli: zaag elk jaar enkele van de oudste takken aan de voet weg, en knip uitgebloeide takken terug tot op een sterke, jonge scheut.

De blaasspirea is een sterke, makkelijke struik van 2–3 m, in tuinen vooral bekend om de vormen met donkerpaars of goudgeel blad. In juni bloeit hij met bolle witte schermen, waarna opgeblazen, roodachtige vruchtjes volgen. Hij bloeit op het hout van vorig jaar. Snoeien is bij hem vooral vernieuwen: jonge takken hebben het mooiste, felst gekleurde blad. Wie elk jaar wat oud hout wegneemt, houdt de struik jong, kleurrijk en binnen de perken.

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuni–juli
Broedseizoen (15 maart–15 augustus)Let op in juni–juli
Bloeijuni
Inheems in BelgiëNee, aangeplant

Wanneer snoei je een blaasspirea?

Snoei na de bloei, eind juni–juli. Dan heeft de struik de rest van de zomer om nieuwe takken te maken die volgend jaar bloeien.

Een verwaarloosde struik mag je ook in de late winter helemaal terugzetten, maar dan bloeit hij dat jaar niet.

Snoei niet in de winter als je bloemen wil: hij bloeit op het hout van vorig jaar.

Wat snoei je nog in die maanden? juni · juli

Hoe snoei je een blaasspirea?

  1. Zaag elk jaar enkele van de oudste takken aan de voet weg. Je herkent ze aan de schors die in lange repen afschilfert.
  2. Knip uitgebloeide takken terug tot op een sterke, jonge scheut lager op de tak.
  3. Een verwaarloosde struik mag je helemaal terugzetten tot 20–30 cm boven de grond. Hij loopt krachtig weer uit, met fel gekleurd blad.
  4. Knip bij gekleurde vormen takken met gewoon groen blad weg tot op hun aanzet.
  5. Knip een haag van blaasspirea na de bloei in vorm, iets smaller bovenaan dan onderaan.

Hoeveel snoei je, en hoe vaak?

  • Elk jaar: ongeveer een vijfde van de oudste takken, en de uitgebloeide takken.
  • Een verwaarloosde struik: in één keer terug tot 20–30 cm, en een jaar zonder bloemen.

Wat merkt de natuur ervan?

  • Eind juni–juli valt in het broedseizoen (15 maart–15 augustus). In een dichte blaasspirea nestelen graag merels en heggenmussen: kijk eerst goed, en spaar een bezet nest.
  • De bolle bloemschermen in juni trekken bijen, hommels en zweefvliegen. De vruchtjes blijven tot in de winter hangen.
  • De afschilferende schors van oude takken biedt kleine insecten een schuilplaats. Laat een paar oude takken staan in een hoek waar het niet stoort.
  • Het is een exoot uit Noord-Amerika. Combineer hem met inheemse struiken zoals Gelderse roos of wilde liguster, die ook voedsel geven aan rupsen en vogels.

Veelgemaakte fouten

  • In de winter snoeien, zodat de bloemen van dat jaar wegvallen.
  • Nooit oude takken weghalen, zodat het blad dof en klein wordt.
  • Bij gekleurde vormen de groene takken laten staan.
  • Snoeien zonder eerst naar nesten te kijken.

Let op: Snoei niet in de winter als je bloemen wil: hij bloeit op het hout van vorig jaar.

In de buurt: verwante snoeigidsen

Lijkt op: Verschil met Gelderse roos · Verschil met pruikenboom

Fiche: Blaasspirea · Snoeikalender en basisregels

Laden…