
Foto: Alvesgaspar, CC BY 2.5 · bron
Vaste plant · Asparagaceae
Grote graslelie
Anthericum liliago
In andere talen: Phalangère à fleurs de lis (Français) · St Bernard’s lily (English)
De grote graslelie is een sierlijke vaste plant uit Midden- en Zuid-Europa, waar hij op zonnige, kalkrijke hellingen, in droge graslanden en in lichte bossen groeit. Uit een pol van smalle, grasachtige bladeren komen in mei–juni onvertakte stengels tot 60 cm, met een losse tros witte, stervormige bloemen van 3–4 cm met goudgele meeldraden. De bloemen lijken op kleine lelies, vandaar de naam liliago. Hij groeit langzaam uit tot een stevige pol en kan dan jarenlang op dezelfde plek staan. Tuiniers waarderen hem om zijn lichte, natuurlijke uitstraling in een grindtuin, rotstuin of zonnige border.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een grote graslelie?
- Groeivorm
- Pol van grasachtig blad, 20–30 cm hoog, met rechtopgaande, onvertakte bloemstengels tot 60 cm.
- Blad
- Smal en lijnvormig, tot 40 cm lang, grasachtig groen.
- Bloem
- Witte, stervormige bloemen van 3–4 cm met zes bloemblaadjes en goudgele meeldraden, in een losse, onvertakte tros, in mei–juni.
- Vrucht
- Kleine, eivormige doosvruchtjes met zwarte zaden.
- Wortels
- Een korte wortelstok met dikke, vlezige wortels die water opslaan: daardoor is hij droogtebestendig.
Bloei: mei–juni · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Zuiver witte sterbloemen in mei–juni, fris en licht tussen andere planten.
- Droogtebestendig en sterk op een zonnige, goed drainerende plek.
- Bijen bezoeken de bloemen voor nectar en stuifmeel.
- Het grasachtige blad geeft een luchtige, natuurlijke sfeer, ideaal voor een grind- of prairietuin.
- Langlevend: een gevestigde pol vraagt nauwelijks verzorging.
Waar staat een grote graslelie graag?
- Volle zon: hoe zonniger, hoe rijker de bloei.
- Goed drainerende zand- of leemgrond, neutraal tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig; natte grond in de winter laat de vlezige wortels rotten.
- Ideaal in een grindtuin, een rotstuin of vooraan in een zonnige border.
- Reken op 25–30 cm tussen de planten; in groepjes van vijf of meer komt hij het best tot zijn recht.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Bloedooievaarsbek: Magentaroze bloemen voor dezelfde droge, zonnige, kalkrijke plek.
- Blauw schaapsgras: Grijsblauwe pollen die mooi afsteken tegen de witte sterren.
- Kattenkruid: Een blauwe wolk aan de voet, die lang doorbloeit.
- Lavendel: Geurende, paarse bloemen die het overnemen na de bloei van de graslelie.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een grote graslelie?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Kies meteen een vaste plek: hij groeit langzaam en houdt niet van verstoring.
- Meng zware grond met grof zand of fijn grind voor een goede afwatering.
- Zet de plant even diep als in de pot en spreid de vlezige wortels voorzichtig uit.
- Hou 25–30 cm afstand.
- Giet matig aan en leg een laagje grind rond de voet.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte; daarna zelden nodig.
- Bemesten
- Niet nodig; op heel arme grond eventueel een dun laagje compost in maart.
- Uitgebloeide stengels
- Knip ze in juli weg als je geen zaailingen wil; laat ze staan voor zaad.
- Blad
- Knip het oude, verdorde blad in maart weg, voor het nieuwe uitloopt.
- Rust
- Laat de pol ongestoord groeien; delen is pas na vele jaren nodig.
Tip: Plant hem in een groepje van vijf of meer tussen lage planten: dan lijken de witte sterren in mei en juni boven de border te zweven.
Wanneer snoei je een grote graslelie?
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: In juli, na de bloei, knip je de uitgebloeide stengels weg. In maart haal je het oude, verdorde blad weg.
Hoe:
- Knip de bloemstengels laag af, net boven het blad.
- Laat een paar stengels staan als je zaad wil oogsten.
- Knip of trek in maart het dode blad weg; het nieuwe blad komt snel.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai vers zaad in de herfst in een pot die buiten blijft staan: het kiemt na een koude periode in het voorjaar. Zaailingen bloeien na 2–3 jaar.
- Delen
- In maart of september een grote pol voorzichtig opgraven en verdelen in stukken met elk een paar knoppen en wortels. Ga zacht om met de vlezige wortels.
Hoe komt een grote graslelie de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Natte grond is gevaarlijker dan vorst: zorg voor een goede afwatering.
- In een pot of trog: gebruik een grindrijk mengsel en zet hem in de winter tegen een muur.
Ziektes en plagen
- Slakken: Vreten in het voorjaar aan jonge bladeren en bloemknoppen. Raap ze ’s avonds en leg scherp grind rond de plant.
- Wortelrot: In natte, zware grond rotten de vlezige wortels weg. Plant op een drainerende plek of in een verhoogd bed.
- Weinig bloei: Door te veel schaduw, of bij een jonge of pas verdeelde plant. Geef hem een zonnige plek en wat geduld.
- Bladluis: Op de bloemknoppen in mei. Meestal ruimen natuurlijke vijanden ze op; anders afspuiten met water.
Het jaar rond
- Maart: Oud blad wegknippen. Planten of delen.
- April: Planten. Letten op slakken.
- Mei: Begin van de bloei.
- Juni: Volle bloei. Bijen bezoeken de bloemen.
- Juli: Uitgebloeide stengels wegknippen of zaad laten rijpen.
- September: Planten of delen.
- Oktober: Vers zaad zaaien in een pot. Planten.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij is familie van de graslelie die je als kamerplant kent, Chlorophytum comosum: die heette vroeger zelfs Anthericum comosum.
- Je onderscheidt hem van de kleine graslelie aan de onvertakte bloemtros, de grotere bloemen en de gebogen stijl in het hart van de bloem.
- De naam liliago betekent zoveel als ‘lelieachtig’.