
Foto: Photo by and (c)2009 Derek Ramsey (Ram-Man), GFDL 1.2 · bron
Vaste plant · Apocynaceae
Knolzijdeplant
Asclepias tuberosa
In andere talen: Asclépiade tubéreuse (Français) · Butterfly weed (English)
De knolzijdeplant komt uit Noord-Amerika, waar hij groeit in droge prairies, open bossen en langs wegbermen. Hij vormt een rechtopgaande pol van behaarde stengels met smalle, lancetvormige bladeren. Van juli tot september staan bovenaan platte schermen van kleine, stervormige bloempjes in feloranje, waar vlinders en bijen graag op afkomen. Daarna volgen spoelvormige zaaddozen met zaden aan zijdezachte pluizen. Er zijn ook gele vormen, zoals ‘Hello Yellow’; hij wordt oud als hij een zonnige, droge plek krijgt en niet verplant wordt.
Let op: Alle delen zijn giftig bij inslikken: gevaarlijk voor kinderen, katten, honden en vooral voor grazers zoals paarden, koeien en schapen. Plant hem niet in of naast een weide. Het sap kan huid en ogen irriteren: draag handschoenen en wrijf niet in je ogen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,7 m
hoog, 0,45 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | maart en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,7 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Hoe herken je een knolzijdeplant?
- Groeivorm
- Rechtopgaande pol van 70 cm hoog en 45 cm breed, met stevige, behaarde stengels.
- Blad
- Smal lancetvormig, verspreid langs de stengel, donkergroen en ruw behaard.
- Bloem
- Platte schermen van kleine, stervormige bloempjes in feloranje, soms geel of rood, van juli tot september.
- Vrucht
- Smalle, spoelvormige zaaddozen die openbarsten; de zaden vliegen weg aan zijdeachtige pluizen.
- Wortels
- Een dikke, vlezige penwortel die diep de grond in gaat.
Bloei: juli–september · Zaaien: maart–april · Planten: mei–juni · Snoeien: maart en augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de felste oranje bloemkleuren in de border, van juli tot september.
- Een echte vlinder- en bijenplant vol nectar.
- Droogtebestendig dankzij de diepe penwortel: ideaal voor een droge, zonnige plek of een grindtuin.
- Sierlijke zaaddozen met zijdepluis in de herfst.
- Mooi als snijbloem in een zomerboeket.
Waar staat een knolzijdeplant graag?
- Volle zon: hoe zonniger en warmer, hoe rijker de bloei.
- Arme tot gewone, goed doorlatende zand- of leemgrond, zuur tot neutraal.
- Droog: natte voeten, vooral in de winter, zijn zijn grootste vijand.
- Plant op 40–45 cm afstand, op een plek waar hij jaren mag blijven staan.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,7 m hoog, 0,45 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Rode zonnehoed: Ook een prairieplant, met roze bloemen naast het oranje.
- Kattenkruid: Blauwe wolken naast het oranje, op dezelfde droge grond.
- Steppesalie: Donkerblauwe aren als contrast, even droogtebestendig.
- Vedergras: Fijne, wuivende halmen voor een prairiesfeer.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een knolzijdeplant?
Planten in mei–juni.
- Plant in mei of juni, als de grond goed opgewarmd is.
- Graaf een diep plantgat, zodat de penwortel recht naar beneden kan.
- Zet de plant even diep als in de pot en beschadig de wortelkluit niet.
- Houd 40–45 cm tussen de planten.
- Geef meteen water en daarna de eerste weken bij droogte; later nauwelijks nog.
- Markeer de plek met een stokje, want in het voorjaar komt hij pas laat op.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte; daarna redt hij zich met regenwater.
- Bemesten
- Niet nodig: op arme grond bloeit hij het best.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip uitgebloeide schermen weg voor een nabloei, of laat er een paar staan voor de zaaddozen.
- Markeren
- Zet een label of stokje bij de plant: hij loopt pas in mei uit en wordt makkelijk beschadigd bij het wieden.
- Verplanten
- Vermijd verplanten: de penwortel breekt makkelijk en de plant herstelt slecht.
Tip: Markeer de plek met een stokje: hij komt pas in mei op en wordt zo niet per ongeluk uitgeschoffeld. Verplant hem nooit, want de penwortel herstelt slecht.
Wanneer snoei je een knolzijdeplant?
Snoeimaanden: maart en augustus.
Wanneer: Uitgebloeide schermen knip je in augustus weg; de dode stengels snoei je in maart.
Hoe:
- Knip uitgebloeide schermen terug tot op een zijscheut: vaak volgt er een tweede bloei.
- Laat in de winter een paar stengels staan, zodat je weet waar hij staat.
- Knip in maart de oude stengels af tot 10 cm boven de grond; de stompjes tonen de plek.
Let op: Draag handschoenen: het sap is giftig en kan huid en ogen irriteren.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zet het zaad in februari een maand in vochtig zand in de koelkast. Zaai het in maart–april binnen, 1 cm diep, in diepe potjes bij ongeveer 20 °C. Plant de jonge planten in mei–juni uit zonder de wortel te storen.
- Scheuren
- Af te raden: de diepe penwortel laat zich slecht delen en gescheurde planten slaan vaak niet aan.
Hoe komt een knolzijdeplant de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Winterhard tot ongeveer −30 °C: in België verdraagt hij de vorst goed, als de grond droog blijft.
- Natte winterse grond doet de wortel rotten: plant hem op een goed doorlatende, liefst wat verhoogde plek.
- Bovengronds sterft hij volledig af en hij loopt pas in mei weer uit: wees geduldig.
- In een diepe pot: zet de pot in de winter droog en beschut, bijvoorbeeld onder een afdak.
Ziektes en plagen
- Gele bladluis: Gele tot oranje bladluizen op de toppen in de zomer. Afspuiten met water of wegvegen; lieveheersbeestjes helpen.
- Wortelrot: Na een natte winter komt de plant niet meer op. Kies een drogere, zanderige plek.
- Uitgeschoffeld: Hij komt pas laat op en wordt vaak per ongeluk weggeschoffeld. Markeer de plek.
- Slakken: Ze vreten aan de jonge scheuten in mei. Raap ze ’s avonds weg.
Het jaar rond
- Februari: Zaad een maand koud zetten in de koelkast.
- Maart: Oude stengels afknippen. Binnen zaaien.
- April: Binnen zaaien. Plek markeren en daar niet schoffelen.
- Mei: De scheuten komen op. Planten. Letten op slakken.
- Juni: Planten. Jonge planten water geven bij droogte.
- Juli: Begin van de bloei. Vlinders en bijen op de bloemen.
- Augustus: Uitgebloeide schermen wegknippen voor een nabloei. Letten op bladluis.
- September: Laatste bloei. De zaaddozen rijpen.
- Oktober: Zaad oogsten. Een paar stengels laten staan als merkteken.
- November: Rust. Zorg dat de plek niet te nat wordt.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de zijdeplant zijn giftig: het witte melksap bevat hartglycosiden, stoffen die net als die van vingerhoedskruid op het hart werken; de rupsen van de monarchvlinder slaan ze op en worden er zelf giftig door. Inslikken geeft braken, buikpijn en diarree, en bij grotere hoeveelheden een onregelmatige hartslag. Grazende dieren, vooral schapen, maar ook paarden en koeien, kunnen er ernstig ziek van worden, ook van gedroogde planten in hooi: plant hem niet in of naast een weide. Het sap irriteert huid en ogen: draag handschoenen, wrijf niet in je ogen en was je handen na het snoeien. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Anders dan de meeste zijdeplanten heeft hij geen wit melksap, maar helder sap.
- In Noord-Amerika is hij een waardplant voor de rupsen van de monarchvlinder.
- De zaden hangen aan zijdezachte pluizen: daaraan dankt de zijdeplant zijn naam.