
Foto: juancruzado, CC BY-SA 4.0 · bron
Kamerplant · Asparagaceae
Olifantspoot
Beaucarnea recurvata
In andere talen: Pied d’éléphant (Français) · Ponytail palm (English)
De olifantspoot komt uit het oosten van Mexico, waar hij in droge streken uitgroeit tot een boom van enkele meters hoog. Ondanks zijn Engelse naam ‘ponytail palm’ is het geen palm, maar familie van de agave en de yucca. Hij valt op door zijn dikke, bolle stamvoet, waarin hij water opslaat, en door de pluim van lange, smalle, overhangende bladeren bovenaan de stam. Als kamerplant groeit hij heel traag en wordt hij pas na vele jaren 1–2 m hoog. Hij is ideaal voor wie een zonnig raam heeft en weleens vergeet water te geven.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 5 °C
Grootte
2 m
hoog, 1 m breed
| Hoogte | 2 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een olifantspoot?
- Groeivorm
- Rechtopgaande stam met een opgezwollen voet; binnen na vele jaren 1–2 m hoog en tot 1 m breed. Oude planten vertakken soms.
- Stamvoet
- Bol of uivormig verdikt, met een grijsbruine, ruwe schors; hierin zit de watervoorraad.
- Blad
- Lang, smal en lintvormig, vaak 50–100 cm lang, dun en buigzaam; in een dichte pluim die sierlijk overhangt.
- Bloei
- Binnen bloeit hij zelden. In zijn thuisland vormen oude planten grote pluimen met piepkleine, crèmewitte bloempjes.
- Wortels
- Vrij ondiep; ze verdragen geen natte voeten en rotten snel in een pot zonder afvoergat.
Planten: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een opvallende plant die er met zijn dikke stamvoet en haarpluim uitziet als een levend beeld.
- Heel weinig werk: dankzij de voorraad in zijn stamvoet kan hij weken zonder water.
- Groenblijvend en het hele jaar mooi.
- Groeit traag, dus hij past jarenlang in dezelfde pot en op dezelfde plek.
- Mag in de zomer naar buiten, op een zonnig en beschut terras.
- Kan met goede zorg tientallen jaren oud worden.
Waar staat een olifantspoot graag?
- Zo licht mogelijk: vlak bij een raam op het zuiden of westen. Volle zon is geen probleem.
- Gewone kamertemperatuur in de groeitijd; in de winter mag het koeler, maar nooit onder 5 °C.
- Arme, zanderige, goed doorlatende grond, zoals cactusgrond gemengd met wat grind.
- Droog: hij heeft liever te weinig dan te veel water.
- Van eind mei tot september mag hij buiten op een zonnige, beschutte plek; laat hem eerst een paar weken in de halfschaduw wennen.
- Licht
- Zonnig
- Potgrond
- Cactusgrond
- Zuurtegraad
- Neutraal
- Water geven
- Weinig
- Grootte
- 2 m hoog, 1 m breed
- Temperatuur
- Minimum 5 °C
Mooi samen met
- Vetplanten: Echeveria’s en andere vetplanten vragen dezelfde zon en droogte; mooi in een groep op de vensterbank.
- Cactussen: Dezelfde grond, dezelfde gietbeurten en dezelfde zonnige plek.
- Aloë: Ook een waterbewaarder; de dikke bladrozetten contrasteren met de fijne bladpluim.
- Jadeplant: Houdt van zon en weinig water en blijft compact naast de hogere olifantspoot.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een olifantspoot?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart of april, en alleen als de pot echt vol wortels zit: om de 3–4 jaar is genoeg.
- Kies een brede, ondiepe en zware pot, liefst van terracotta, met een afvoergat: de plant wordt topzwaar.
- Leg onderin een laagje grind of kleikorrels en gebruik cactusgrond, of potgrond gemengd met grof zand en grind.
- Zet de plant niet dieper dan voordien: de verdikte stamvoet moet boven de grond blijven.
- Druk de grond licht aan en wacht een week met water geven, zodat beschadigde wortels kunnen helen.
- Zet hem daarna terug op een zo licht mogelijke plek.
Verzorgen
- Water
- Geef pas water als de grond helemaal droog is, dan grondig, en laat het overtollige water weglopen. In de zomer is dat vaak om de 2–3 weken, in de winter eens per maand of minder.
- Bemesten
- Van april tot augustus eens per maand een halve dosis cactusmest. In herfst en winter niet bemesten.
- Verpotten
- Om de 3–4 jaar in het voorjaar. Hij staat graag krap; een te grote pot houdt te lang water vast.
- Bruine punten
- Knip bruine bladpunten weg met een schaar en laat een smal randje bruin staan, zodat je niet in het groene blad knipt.
- Draaien
- Draai de pot af en toe een kwartslag, zodat de stam recht groeit.
Tip: Giet liever één keer grondig dan vaak een beetje, en voel met je vinger of de grond ook dieper in de pot droog is. Een zware, ondiepe pot van terracotta voorkomt dat de plant omvalt en droogt sneller op.
Wanneer snoei je een olifantspoot?
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Je knipt alleen bruine bladpunten en verdroogde onderste bladeren weg, op elk moment van het jaar.
Hoe:
- Knip bruine punten schuin af, in de vorm van het blad.
- Trek verdorde onderste bladeren voorzichtig weg of knip ze vlak bij de stam af.
- Raakt de top beschadigd of wordt hij afgezaagd, dan loopt de stam vaak uit met meerdere nieuwe koppen.
Vermeerderen
- Zaad
- Leg vers zaad in het voorjaar op vochtige zaaigrond, dek het licht af en hou het warm (20–25 °C). Het kiemt meestal binnen enkele weken; de zaailingen groeien traag.
- Zijscheuten
- Soms vormt de stamvoet zijscheuten. Snijd ze in het voorjaar met een scherp mes af, laat het snijvlak een paar dagen drogen en zet ze in licht vochtige cactusgrond. Ze wortelen traag.
Hoe komt een olifantspoot de winter door?
- Niet winterhard: in de winter binnen houden, en van het terras naar binnen halen voor de nachten onder 10 °C zakken.
- Een koele, lichte kamer van 10–15 °C is ideaal in de winter; het mag nooit kouder worden dan 5 °C.
- Geef in de winter heel weinig water, eens per maand of minder, en bemest niet.
- Zet hem zo licht mogelijk: bij te weinig licht worden de nieuwe bladeren slap en bleek.
Ziektes en plagen
- Rot in de stamvoet: Een zachte, ingezakte of donkere stamvoet wijst op te veel water. Stop meteen met gieten, haal de plant uit de pot, snijd rotte delen weg en pot op in droge cactusgrond. Een volledig zachte stam is niet meer te redden.
- Bruine bladpunten: Droge lucht of onregelmatig water geven. Onschuldig: knip de punten weg.
- Spint: Fijne, gele spikkels en spinsel, vooral in warme, droge lucht. Spoel het blad af en controleer de plant regelmatig.
- Schildluis en wolluis: Bruine schildjes of witte pluisjes op blad en stam. Wegvegen met een wattenstaafje met wat spiritus.
- Slap, bleek blad: Te weinig licht. Zet de plant dichter bij een zonnig raam.
Het jaar rond
- Januari: Heel weinig water. Zo licht mogelijk zetten.
- Februari: Letten op spint en schildluis.
- Maart: Verpotten als de pot vol wortels zit. Weer wat meer water geven.
- April: Maandelijks bemesten. Zaaien.
- Mei: Eind mei mag hij naar buiten, eerst een paar weken in de halfschaduw.
- Juni: Water geven als de grond helemaal droog is. Bemesten.
- Juli: Zonnig laten staan. Na veel regen nakijken of de pot niet in het water staat.
- Augustus: Laatste bemesting.
- September: Binnenhalen voor de nachten onder 10 °C zakken.
- Oktober: Minder water geven. Niet meer bemesten.
- November: Koel en licht zetten, bij 10–15 °C.
- December: Weinig water. Niet boven een radiator zetten.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het is geen palm: de olifantspoot hoort bij de aspergefamilie en is verwant aan de agave en de yucca.
- De soortnaam recurvata betekent ‘teruggebogen’ en verwijst naar de overhangende bladeren.
- Er bestaan mannelijke en vrouwelijke planten; alleen vrouwelijke planten vormen zaad.