Vlinderstruik (Buddleja globosa)

Foto: Corsario CL, CC BY-SA 4.0 · bron

Heester · Scrophulariaceae

Vlinderstruik

Buddleja globosa

In andere talen: Buddléia (Français) · Orange-ball tree (English)

Deze vlinderstruik met oranje bolletjes komt uit de Andes van Chili, Argentinië en Peru. Het is een grote, halfwintergroene struik van zo’n 3 m hoog en breed, met lange, donkergroene, licht gerimpelde bladeren die onderaan viltig zijn. In juni en juli hangen er honderden oranjegele bolletjes van ongeveer 2 cm aan de twijgtoppen, met een zoete honinggeur. Bijen en vlinders zijn er dol op, en hij is even dankbaar als de bekende gewone vlinderstruik. Anders dan die soort bloeit hij op het hout van vorig jaar, dus hij vraagt een andere snoei.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    tot -15 °C

    jonge planten beschermen

  • Grootte

    3 m

    hoog, 3 m breed

  • Bloei

    juni–juli

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuli
Hoogte3 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen en vlinders
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni–juli

Herkennen

Hoe herken je een vlinderstruik?

Groeivorm
Grote, losse, wat opgaande struik tot 3 m hoog en even breed.
Blad
Lancetvormig, 10–20 cm lang, donkergroen en gerimpeld, onderaan grijs- tot bruinviltig; halfwintergroen.
Bloem
Bolronde hoofdjes van ongeveer 2 cm, in trosjes aan de twijgtoppen, in juni–juli.
Kleur
Diep oranje tot oranjegeel.
Geur
Zoete honinggeur, vooral op warme dagen.

Bloei: juni–juli · Planten: april–mei · Snoeien: juli

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bijzondere, geurende oranje bolbloemen in juni, een kleur die je bij struiken zelden ziet.
  • Een echte trekpleister voor bijen, hommels en vlinders.
  • Verdraagt droogte, wind en arme grond zodra hij goed geworteld is.
  • Groeit snel: na twee à drie jaar heb je al een flinke struik als scherm of achtergrond.
  • Halfwintergroen: in zachte winters houdt hij een groot deel van zijn blad.

Waar staat een vlinderstruik graag?

  • Volle zon: daar bloeit hij het rijkst en blijft hij compact.
  • Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
  • Droog tot normaal vochtig; natte voeten in de winter verdraagt hij slecht.
  • Kies een plek beschut tegen koude oosten- en noordenwind, bijvoorbeeld voor een zuidmuur of tussen andere struiken.
  • Reken op 2,5–3 m ruimte.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Droog of normaal
Grootte
3 m hoog, 3 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -15 °C)

Mooi samen met

  • Californische sering: Blauwe bloemen in mei–juni, prachtig naast de oranje bolletjes.
  • Lavendel: Ook een droogteminnende bijenplant voor een zonnige plek.
  • Kattenkruid: Een lange lila-blauwe bloei aan de voet van de struik.
  • Fakkellelie: Herhaalt de warme oranje kleur later in de zomer.
  • Siergrassen: Lichte, wuivende pluimen geven rust rond de grote struik.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een vlinderstruik?

Planten in april–mei.

  1. Plant in april–mei, zodat hij voor de winter goed kan wortelen.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en maak de bodem los; op zware klei meng je er wat grof zand of grind door.
  3. Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
  4. Houd 2,5–3 m afstand tot andere struiken of een muur.
  5. Geef meteen een flinke gieter water en het eerste jaar ook bij droogte.
  6. Leg een dunne laag compost of houtsnippers rond de voet, niet tegen de stam.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar regelmatig bij droogte; daarna enkel in lange droge periodes.
Bemesten
Weinig nodig: in het voorjaar een schep compost volstaat. Te veel mest geeft veel blad en minder bloemen.
Mulchen
Een laag mulch houdt jonge planten in de zomer vochtig en de wortels in de winter warmer.
Uitgebloeide bloemen
Knip de uitgebloeide trosjes weg bij de lichte snoei na de bloei.
Pot
Kan enkele jaren in een grote kuip van 50 cm of meer, maar wordt eigenlijk te groot voor een pot.

Tip: Snoei pas na de bloei en dan nog licht: de bloemen van volgend jaar komen aan de twijgen die na de bloei groeien. Kies een beschutte plek, want in strenge winters kan hij terugvriezen.

Wanneer snoei je een vlinderstruik?

Snoeimaanden: juli.

Wanneer: Meteen na de bloei, in juli. Hij bloeit op het hout van vorig jaar: wat je in het voorjaar wegknipt, kost bloemen.

Hoe:

  • Knip de uitgebloeide twijgen terug tot net boven een paar jonge, nieuwe scheuten.
  • Haal elk jaar een of twee van de oudste, kale takken aan de voet weg om de struik jong te houden.
  • Dode of bevroren twijgjes knip je weg zodra je in het voorjaar ziet waar hij uitloopt.
  • Een te grote, verwaarloosde struik verjong je beter gespreid over twee à drie jaar.

Let op: Snoei hem niet hard in het voorjaar zoals de gewone vlinderstruik: dan bloeit hij dat jaar nauwelijks.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Halfrijpe stekken
In juli–augustus: stekken van 10–15 cm van niet-bloeiende scheuten, onderste bladeren weg, in een mengsel van zand en potgrond onder plastic of in een koude bak.
Winterstekken
In oktober–november: houtige stekken van 20–25 cm voor twee derde in de grond steken op een beschutte plek; tegen het voorjaar hebben ze wortels.

Hoe komt een vlinderstruik de winter door?

Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.

  • Winterhard tot ongeveer −15 °C: in de meeste Belgische winters geen probleem, maar in strenge winters kan hij terugvriezen.
  • Bescherm jonge planten de eerste winters met een dikke laag mulch over de wortels en bij strenge vorst met winterdoek.
  • In een strenge winter verliest hij zijn blad; hij loopt in het voorjaar vaak weer uit vanuit het oudere hout.
  • In een kuip: zet hem tegen een beschutte muur en wikkel de pot in jute of noppenfolie.

Ziektes en plagen

  • Vorstschade: Bruine, dode twijgtoppen na een strenge winter. Wacht tot hij uitloopt en knip dan terug tot in gezond hout.
  • Rupsen: In de zomer vreten rupsen soms gaten in het blad. Haal ze met de hand weg; de struik herstelt snel.
  • Kale, uitgezakte struik: Door te weinig of verkeerd snoeien. Neem elk jaar na de bloei een paar oude takken weg.
  • Wortelrot: Gele bladeren en afstervende takken in natte, zware grond. Zorg bij het planten voor een goede afwatering.
  • Spint: Fijne gele vlekjes en webjes op het blad bij droog, heet weer. Spuit de struik af met water.

Het jaar rond

  • Januari: Rust. Jonge planten afdekken bij strenge vorst.
  • Maart: Compost geven rond de voet.
  • April: Planten. Mulch aanbrengen.
  • Mei: Planten. Water geven bij droogte.
  • Juni: Bloei: geurende oranje bolletjes vol bijen en vlinders.
  • Juli: Na de bloei licht snoeien en een paar oude takken wegnemen. Halfrijpe stekken nemen.
  • Augustus: Stekken nemen. Jonge planten water geven bij droogte.
  • Oktober: Winterstekken in de grond steken.
  • November: Mulch over de wortels van jonge planten.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Vlinders
Nectar voor dagvlinders.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Het geslacht Buddleja is genoemd naar Adam Buddle (1662–1715), een Engelse dominee en plantkundige.
  • Buddleja globosa kwam al in 1774 naar Engeland en was een van de eerste vlinderstruiken in Europese tuinen.
  • Een kruising tussen deze soort en de gewone vlinderstruik is Buddleja × weyeriana, met bolletjes in lange trossen die later in de zomer bloeien.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…