
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Struik · Helmkruidfamilie (Scrophulariaceae)
Vlinderstruik
Buddleja davidii · ook: Buddleja
De vlinderstruik is een struik van 2–4 m uit China, met lange pluimen geurende paarse, witte of roze bloemen van juli tot september. Op een zonnige dag zitten er vaak veel vlinders op. Maar hij heeft een keerzijde: elke struik vormt duizenden piepkleine zaadjes die met de wind ver wegwaaien, en hij verwildert massaal op spoorwegbermen, braakland en in de stad. Plant je hem toch, knip dan elke uitgebloeide pluim weg en zet hem niet in de buurt van natuurgebieden.
Let op: Verwildert makkelijk; knip uitgebloeide pluimen weg en plant hem niet bij natuurgebieden. Plant liever een inheemse struik zoals wilde liguster of sporkehout.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
2–4 m
hoog
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 2–4 m |
| Inheems in België | Nee, ingeburgerd |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Hoe herken je een vlinderstruik?
- Groeivorm
- Struik van 2–4 m met lange, overhangende takken; groeit na een stevige snoei elk jaar opnieuw op.
- Blad
- Tegenoverstaand, lancetvormig, 10–25 cm, fijn gezaagd; onderzijde wit viltig.
- Schors
- Bruin en afbladderend.
- Bloem
- Lange pluimen paarse (of witte, roze) geurende bloemen, juli–september.
- Vrucht
- Kleine doosvruchtjes vol stoffijne zaadjes; één struik vormt er vele duizenden, die met de wind verspreiden.
- Verschil met de schietwilg
- De schietwilg heeft verspreid staand blad en katjes.
Bloei: juli–september · Snoeien: maart–april
Herkennen per kenmerk: Lang en smal blad · Witte of zilveren onderkant · Paarse of blauwe bloemen
Lijkt op, maar is het niet
- Schietwilg Salix alba: verspreid staand blad en katjes. Verschil met schietwilg
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Lange, geurende bloempluimen van juli tot september, als veel andere struiken uitgebloeid zijn.
- Trekt veel vlinders en bijen voor nectar, al voedt hij geen rupsen.
- Groeit op droge, arme grond in volle zon.
Waar staat een vlinderstruik graag?
- Volle zon; in de schaduw bloeit hij matig en wordt hij slap.
- Elke goed doorlatende grond, ook droog en arm; geen natte voeten in de winter.
- Reken op 3 m breed.
- Niet in de buurt van natuurgebieden, bermen of braakland, waar de zaailingen makkelijk opschieten.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 4 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Wilde liguster: Inheems alternatief: geurende witte bloemen in juni–juli vol vlinders, en waardplant van de ligusterpijlstaart.
- Sporkehout: Inheemse struik die lang bloeit voor de bijen; de rupsen van de citroenvlinder leven op zijn blad.
- Wilde marjolein: Een inheemse vaste plant voor dezelfde droge, zonnige plek, druk bezocht door vlinders.
- Echte lavendel: Bloeit in de zomer op dezelfde zonnige, droge plek, voor vlinders en bijen.
Past goed bij, en liever niet bij
Liever niet bij
- Niet onder de dichte kroon van deze bomen planten: fijnspar, gewone zilverspar, kaukasische zilverspar, douglasspar, taxus, witte paardenkastanje, noorse esdoorn, gewone esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een vlinderstruik?
- Denk eerst aan een inheems alternatief: wilde liguster en sporkehout trekken ook vlinders en voeden ook rupsen (zie combineren).
- Plant in april–mei uit pot, zodat hij goed wortelt vóór de winter.
- Maak de grond los en meng er bij zware grond wat grof zand of grind door.
- Geef het eerste jaar water bij droogte; daarna is dat zelden nodig.
Verzorgen
- Uitgebloeide pluimen
- Knip elke uitgebloeide pluim weg tot boven een paar knoppen, het hele seizoen door: zo voorkom je zaad én bloeit hij langer.
- Zaailingen
- Trek zaailingen in en rond de tuin meteen uit; jong zijn ze nog makkelijk te verwijderen.
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna niet nodig.
- Bemesten
- Niet nodig; op rijke grond wordt hij slap en bloeit hij minder.
Tip: Heb je al een vlinderstruik, zet dan van juli tot oktober een wekelijkse ronde met de snoeischaar in je agenda: geen enkele pluim mag zaad zetten. Plant je iets nieuws voor vlinders, kies dan een inheemse struik.
Wanneer snoei je een vlinderstruik?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: Eind maart–april.
Hoe:
- Snoei hem elk voorjaar stevig terug tot 30–50 cm: hij bloeit op nieuwe scheuten.
- Haal bij een oude struik ook enkele van de oudste, dikke takken aan de voet weg.
- Knip in de zomer de uitgebloeide pluimen weg, vóór de zaden rijpen.
Let op: Wacht met de voorjaarssnoei tot eind maart, zodat de nieuwe scheuten niet bevriezen. Uitgeknipte pluimen met zaad horen niet op de composthoop.
Vermeerderen
- Stekken
- Zomer- en winterstekken wortelen makkelijk. Vermeerder hem liever niet: er staan al genoeg vlinderstruiken die verwilderen.
Hoe komt een vlinderstruik de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Winterhard; in strenge winters vriezen de takken soms terug, maar hij loopt vanaf de voet weer uit.
- Laat de takken staan tot de voorjaarssnoei, maar knip vóór de winter alle oude pluimen af.
Ziektes en plagen
- Verwildering: De zaadjes kiemen in elke spleet: in muren, op daken, langs spoorwegen en op braakland, waar de vlinderstruik inheemse planten verdringt. Knip uitgebloeide pluimen weg en trek zaailingen uit.
- Geen voedsel voor rupsen: Vlinders komen voor nectar, maar hun rupsen leven op inheemse planten zoals brandnetel, sporkehout en wegedoorn. Zonder die planten help je vlinders maar half.
- Spint en bladluis: In hete, droge zomers soms spint (fijne spinsels, gespikkeld blad) of luis. Spuit het blad af met water en geef water bij droogte.
- Hoge, kale struik: Zonder jaarlijkse snoei wordt hij hoog en kaal, met kleine pluimen bovenaan. Snoei elk voorjaar stevig.
Het jaar rond
- Maart: Eind maart: stevig terugsnoeien tot 30–50 cm.
- April: Laatste snoeimaand; planten uit pot.
- Juli: De bloei begint: elke week uitgebloeide pluimen wegknippen.
- Augustus: Volle bloei, vol vlinders; blijf uitgebloeide pluimen wegknippen.
- September: Laatste bloei; zaailingen in de buurt uittrekken.
- Oktober: Alle oude pluimen afknippen, vóór de zaden uitwaaien.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Zomerbloeier voor zonnige, droge plekken.
- Voor de natuur
- Trekt veel vlinders, al voedt hij geen rupsen.
Let op: Verwildert makkelijk; knip uitgebloeide pluimen weg en plant hem niet bij natuurgebieden.
Goed voor dieren
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
- Nachtvlinders
- Nectar voor nachtvlinders, vaak uit bloemen die ’s avonds geuren.
- Hommels
- Nectar en stuifmeel voor hommels, ook uit diepe bloemen en vroeg in de lente.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Verwildert op spoorwegbermen en braakland; knip uitgebloeide pluimen weg om uitzaaien te beperken.
- De naam eert de Engelse botanicus Adam Buddle; ‘davidii’ verwijst naar de Franse missionaris en natuuronderzoeker Armand David.
- Hij heeft zo weinig nodig dat je hem ziet groeien in muren, op daken en in dakgoten.
- Buddleja eert de Engelse dominee en plantkundige Adam Buddle; davidii de Franse missionaris Armand David, die de struik als eerste in China opmerkte.
- Na de Tweede Wereldoorlog schoot hij massaal op tussen de ruïnes van gebombardeerde steden zoals Londen: hij gedijt op puin en oude muren.