
Foto: No machine-readable author provided. Aroche assumed (based on copyright claims)., CC BY-SA 2.5 · bron
Heester · Apiaceae
Bupleurum
Bupleurum fruticosum
In andere talen: Buplèvre ligneux (Français) · Shrubby hare’s-ear (English)
Bupleurum fruticosum, de struikvormige goudscherm, komt uit de droge, rotsige streken rond de Middellandse Zee, in Zuid-Europa en Noord-Afrika. Het is een van de weinige houtige planten uit de schermbloemenfamilie, die van venkel en dille. Hij vormt een ronde, groenblijvende struik van ongeveer 1,5 m hoog en breed, met leerachtig, blauwgroen blad. Van juli tot september draagt hij platte schermen van kleine, gele bloempjes, die veel bijen en zweefvliegen lokken. Tuiniers waarderen hem omdat hij droge kalkgrond, zeewind en hitte verdraagt en bloeit op een moment dat weinig struiken dat nog doen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
1,5 m
hoog, 1,5 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 1,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Hoe herken je een bupleurum?
- Groeivorm
- Ronde, wat losse struik van 1–1,5 m hoog en breed, met dunne, rechtopgaande tot gebogen takken.
- Blad
- Langwerpig eirond, 5–9 cm, leerachtig en gaafrandig; blauwgroen bovenaan, bleker aan de onderkant. Groenblijvend.
- Bloem
- Platte, samengestelde schermen van 7–10 cm met tientallen kleine, gele bloempjes, van juli tot september.
- Vrucht
- Kleine, geribde, bruine zaadjes in de uitgebloeide schermen, die in de herfst blijven staan.
- Wortels
- Diep en stevig: daardoor verdraagt hij droogte goed, maar verplant hij slecht.
Bloei: juli–september · Planten: april–mei · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Gele bloemschermen van juli tot september, als de meeste struiken al zijn uitgebloeid.
- Een drukbezochte nectarbron voor bijen, zweefvliegen en andere insecten.
- Groenblijvend, blauwgroen blad dat het hele jaar een rustige kleur geeft.
- Verdraagt droogte, kalk en zoute zeewind: ideaal voor een kusttuin of een droge, zonnige helling.
- Weinig werk: een lichte snoeibeurt in april volstaat.
Waar staat een bupleurum graag?
- Volle zon; in de schaduw groeit hij slap en bloeit hij weinig.
- Goed doorlatende grond: zand, leem of klei, liefst neutraal tot kalkrijk.
- Droog: natte voeten in de winter verdraagt hij niet.
- Bestand tegen wind en zoute zeelucht; in het binnenland graag een warme plek.
- Reken op 1–1,5 m ruimte per plant; voor een losse haag 70–80 cm tussen de planten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 1,5 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Russische salie: Lavendelblauwe pluimen naast de gele schermen in de late zomer.
- Lavendel: Een geurende, paarse voorgrond op dezelfde droge, zonnige plek.
- Cistusroos: Nog een groenblijvende struik uit het Middellandse Zeegebied, met grote bloemen in de vroege zomer.
- Blauwe haver: Een blauwgrijs siergras dat het blauwgroene blad herhaalt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een bupleurum?
Planten in april–mei.
- Plant in april–mei, zodat hij voor de winter goed is aangeslagen.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit; zware grond verbeter je met grof zand of fijn grind.
- Voeg geen mest toe: in arme grond blijft hij compacter.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Geef ruim water bij het planten en de eerste zomer bij langere droogte.
- Mulch eventueel met grind om de voet droog te houden.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte. Daarna is extra water zelden nodig.
- Bemesten
- Niet nodig; rijke grond maakt hem slap en minder winterhard.
- Uitgebloeide schermen
- Laat ze in de herfst staan: ze zijn decoratief en bieden insecten beschutting. Knip ze in april weg.
- Verplanten
- Liever niet: oudere planten slaan slecht aan op een nieuwe plek. Kies meteen de juiste plaats.
- In een pot
- Kan in een grote pot met goed doorlatende grond; geef dan in de zomer regelmatig water.
Tip: Geef hem de droogste, zonnigste plek van de tuin en laat de uitgebloeide schermen tot april staan: ze zijn mooi in de herfst en bieden insecten een schuilplaats.
Wanneer snoei je een bupleurum?
Snoeimaanden: april.
Wanneer: In april, als de ergste vorst voorbij is. Licht snoeien volstaat.
Hoe:
- Knip de uitgebloeide schermen van vorig jaar weg, tot net boven een paar gezonde bladeren.
- Kort te lange of scheefgegroeide takken in om de struik compact te houden.
- Haal bevroren of dode takdelen weg tot op gezond hout.
- Een oudere, uit vorm geraakte struik kun je in april met ongeveer een derde inkorten.
Let op: Snoei niet in de herfst: de wonden en nieuwe scheuten zijn dan gevoelig voor vorst.
Vermeerderen
- Halfrijpe stekken
- In juli–augustus stekken van 10 cm van niet-bloeiende scheuten, in een zanderig stekmengsel onder plastic. Overwinter de jonge planten vorstvrij en plant ze in het voorjaar uit.
- Zaad
- Oogst rijp zaad in de herfst en zaai het in het voorjaar in een bak in een koude bak of onverwarmde serre. Verspeen de zaailingen voorzichtig, want ze maken snel een penwortel.
Hoe komt een bupleurum de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C: in de meeste Belgische winters geen probleem op een goed doorlatende, zonnige plek.
- In een strenge winter kan het blad bruin worden of een deel van de takken afsterven; in het voorjaar loopt hij meestal opnieuw uit.
- Natte grond in de winter is gevaarlijker dan de kou zelf.
- In een pot: zet hem droog en beschut tegen een muur en wikkel de pot in.
Ziektes en plagen
- Wortelrot: De plant verwelkt en sterft af op natte, zware grond. Plant op een goed doorlatende plek, eventueel op een verhoging.
- Vorstschade: Bruin blad en dode takken na een strenge winter. Wacht tot april en knip terug tot gezond hout.
- Weinig bloemen: Teken van te veel schaduw of te rijke grond. Geef hem volle zon en stop met bemesten.
- Slappe, open groei: Treedt op in schaduw of na jaren zonder snoei. Snoei in april licht terug en kies een zonnigere plek.
Het jaar rond
- Maart: Winterschade bekijken. Wachten met snoeien.
- April: Snoeien en oude schermen wegknippen. Planten.
- Mei: Planten. Jonge planten water geven bij droogte.
- Juli: Begin van de bloei. Halfrijpe stekken nemen.
- Augustus: Volle bloei. Bijen en zweefvliegen.
- September: Laatste bloei. Zaad laten rijpen.
- Oktober: Zaad oogsten. Uitgebloeide schermen laten staan.
- December: Rust. Blauwgroen blad in de wintertuin.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij is een van de weinige struiken uit de schermbloemenfamilie, waartoe ook wortel, venkel en peterselie behoren.
- De naam Bupleurum komt van Griekse woorden voor ‘os’ en ‘rib’.
- Zijn open bloemschermen hebben goed bereikbare nectar, waardoor er veel kortgetongde insecten zoals zweefvliegen op afkomen.