
Foto: Unknown authorUnknown author, Public domain · bron
Kruidachtige plant · Schermbloemenfamilie (Apiaceae)
Venkel
Foeniculum vulgare
In andere talen: Fenouil (Français) · Fennel (English)
Komt in België in het wild voor.
Venkel is een hoge, sierlijke schermbloem met draadfijn, blauwgroen blad dat sterk naar anijs ruikt. Hij is het talrijkst rond de Middellandse Zee en langs zonnige kusten; in België is hij in het wild vrij zeldzaam en groeit hij op warme, droge plekken zoals dijken, spoorwegterreinen, ruigtes en braakliggende grond. Je herkent hem aan de kale, blauw berijpte stengels tot 2 m, het veerachtige blad en de gele schermen zonder schutbladen in de late zomer. Hij is een kruid voor de keuken en een magneet voor zweefvliegen en sluipwespen. Bovendien is hij een van de waardplanten van de koninginnenpage.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
1,5 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | maart en september |
|---|---|
| Hoogte | 1,5 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Vaste plant, vaak kortlevend, van 1–2 m hoog, met rechte, vertakte stengels uit een bossige voet.
- Blad
- Drie- tot viermaal geveerd in draadfijne slipjes, blauwgroen. Ruikt en smaakt sterk naar anijs. De bladvoet omvat de stengel als een schede.
- Bloem
- Gele, platte schermen van 5–15 cm breed met veel kleine schermpjes, zonder schutbladen, van juli tot september.
- Vrucht/Zaad
- Langwerpige, geribde vruchtjes van 4–6 mm, eerst groen, dan grijsbruin: het bekende venkelzaad.
- Stengel
- Rond, kaal, fijn gestreept en blauwgroen berijpt.
- Wortels
- Een dikke, diepe penwortel: daarom laat hij zich slecht verplanten.
- Verwarring met
- Dille is eenjarig, lager en ruikt naar dille, niet naar anijs. Pastinaak heeft ook gele schermen, maar breed geveerd blad en sap dat in de zon brandwonden op de huid geeft. Knolvenkel is een gekweekte vorm van dezelfde soort, met een verdikte bladvoet.
Bloei: juli–september · Snoeien: maart en september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- De gele schermen van juli tot september zijn een magneet voor zweefvliegen, sluipwespen, kevers en kleine bijen.
- Waardplant voor de rupsen van de koninginnenpage.
- Blad en zaad geven gerechten in de keuken een frisse anijssmaak.
- Het luchtige, blauwgroene blad is in een border een mooie, transparante achtergrond; er bestaat ook een vorm met bronskleurig blad.
- De droge stengels met zaadschermen blijven in de winter staan, decoratief en als schuilplaats voor insecten.
Waar staat een venkel graag?
- In het wild: warme, droge en open plekken zoals dijken, spoorwegterreinen, braakliggende grond, ruigtes en zonnige bermen, vaak in de buurt van bewoning.
- Volle zon.
- Droge tot frisse, goed doorlatende grond; kalkrijk of zandig is prima. Natte grond in de winter verdraagt hij slecht.
- In de tuin: een kruidentuin, een zonnige border, een grindtuin of een vlinderhoek tegen een warme muur.
Mooi samen met
- Slangenkruid: Blauwe aren op dezelfde droge, zonnige grond, en een bijenmagneet.
- Koningskaars: Hoge gele kaarsen naast de luchtige venkel.
- Wilde marjolein: Lage, roze bloei vooraan, voor vlinders.
- Wilde peen: Nog een waardplant van de koninginnenpage: samen trekken ze hem nog beter aan.
- Lavendel: Grijs blad en paarse bloemen in een warme kruidentuin.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een venkel?
- Koop een plant bij een kwekerij voor inheemse planten of kruiden, of zaai. Graaf nooit planten uit in de natuur.
- Zaai in april–mei rechtstreeks ter plaatse of in kleine potjes; het zaad heeft geen koudeperiode nodig en kiemt na 1–2 weken.
- Verplant zaailingen jong en met de hele kluit: de penwortel verdraagt geen beschadiging.
- Zet planten op 50–60 cm van elkaar, op een zonnige plek met goed doorlatende grond.
- Geef water tot de plant goed aangeslagen is; daarna is hij bestand tegen droogte.
- Zet hem niet vlak naast dille: ze kunnen kruisen, en dan is je zaad niet meer zuiver.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte. Daarna haalt de penwortel water uit de diepte.
- Bemesten
- Niet nodig. Op rijke grond wordt hij slap en valt hij om.
- Zaad laten vallen
- Zaait zich op een warme plek flink uit. Knip een deel van de schermen af voor het zaad valt, of oogst het.
- Oogsten
- Pluk jong blad van mei tot augustus en oogst het zaad in september, als het grijsbruin wordt.
- Rupsen
- Zie je groene rupsen met zwarte banden en oranje stippen op het blad, laat ze dan zitten: dat zijn koninginnenpages.
Tip: Venkel leeft vaak maar een paar jaar. Laat elk jaar enkele schermen rijpen: dan nemen zaailingen het vanzelf over en heb je altijd venkel in de tuin.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart en september.
Wanneer: In september knip je de zaadschermen af als je minder zaailingen wil; de oude stengels in maart tot vlak boven de grond.
Hoe:
- Knip de schermen af als het zaad grijsbruin wordt, en laat ze nadrogen in een papieren zak.
- Laat een deel van de stengels over de winter staan als schuilplaats voor insecten.
- Knip in maart de oude stengels weg, net boven de nieuwe scheuten aan de voet.
Let op: Snoei of oogst niet in de zomer als er rupsen van de koninginnenpage op de plant zitten.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai in april–mei ter plaatse of in kleine potjes. Zaait zichzelf ook vlot uit.
- Verplanten
- Scheuren lukt slecht door de penwortel. Een jonge zaailing met kluit en al verplanten in het voorjaar gaat wel.
Hoe komt een venkel de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Het blad sterft in de herfst af; de plant overwintert met haar penwortel en een knop aan de voet.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C op droge, goed doorlatende grond. In natte, koude grond rot hij soms weg.
- De droge stengels en zaadschermen zijn in de winter decoratief en een schuilplaats voor insecten.
Ziektes en plagen
- Te veel zaailingen: Op een warme, open plek zaait hij zich overal uit. Knip een deel van de schermen af voor het zaad rijpt en wied zaailingen jong, voor ze een penwortel hebben.
- Bladluis: Soms dicht op de schermen en stengels. Lieveheersbeestjes, zweefvliegen en gaasvliegen ruimen ze op; anders afspuiten met water.
- Wegrotten: Een plant die na de winter niet meer uitloopt, stond meestal te nat. Kies een droge, zonnige plek.
- Omvallen: Op rijke grond of in de schaduw wordt hij lang en slap. Een schralere, zonnige plek helpt.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen. Nieuwe scheuten aan de voet.
- April: Zaaien ter plaatse of in potjes.
- Mei: Jong blad oogsten. Zaailingen uitdunnen tot 50–60 cm.
- Juni: De stengels groeien snel. Let op rupsen van de koninginnenpage.
- Juli: Begin van de bloei.
- Augustus: Volle bloei. Zweefvliegen en sluipwespen op de schermen.
- September: Laatste bloemen. Zaad oogsten en schermen afknippen als je minder zaailingen wil.
- November: Het blad sterft af. Stengels laten staan.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Venkel staat al op de lijst van planten die Karel de Grote rond 800 op zijn landgoederen liet telen, het zogenaamde Capitulare de villis.
- Venkel heet in het Grieks marathon: de vlakte van Marathon, bekend van de veldslag, zou genoemd zijn naar de venkel die er groeide.
- Knolvenkel uit de groentewinkel is dezelfde soort, maar een gekweekte vorm met een verdikte, knolvormige bladvoet.