
Foto: Włodzimierz Wysocki, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Campanulaceae
Kluwenklokje
Campanula glomerata
In andere talen: Campanule agglomérée (Français) · Clustered bellflower (English)
Het kluwenklokje is een inheemse vaste plant van kalkrijke graslanden, bermen en bosranden in grote delen van Europa, ook in België. Hij vormt pollen van ruw behaarde, eironde bladeren, met van juni tot augustus rechte stengels die eindigen in een dicht kluwen van rechtopstaande, violetblauwe klokjes. Met zijn wortelstokken breidt hij langzaam uit tot een groep. Tuiniers waarderen hem als stevige, makkelijke borderplant voor zon en lichte schaduw, en als snijbloem. Bekende rassen zijn ‘Superba’ (diep violet), ‘Alba’ (wit) en de lage ‘Acaulis’.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,45 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,5 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een kluwenklokje?
- Groeivorm
- Pol van 40–50 cm hoog en ongeveer 45 cm breed, met rechte, onvertakte stengels; breidt uit met wortelstokken.
- Blad
- Eirond tot lancetvormig, donkergroen en ruw behaard; de onderste bladeren hebben een lange steel, de stengelbladeren zitten direct aan de stengel.
- Bloem
- Rechtopstaande, trechtervormige klokjes van 2–3 cm in een dicht kluwen aan de stengeltop en in de bovenste bladoksels, van juni tot augustus.
- Kleur
- Violetblauw tot diep purper; er zijn ook witte en lilaroze rassen.
- Wortels
- Kruipende wortelstokken waarmee hij langzaam uitbreidt, op rijke grond sneller.
Bloei: juni–augustus · Zaaien: maart–april · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Dichte bolletjes violetblauwe klokjes van juni tot augustus, met een nabloei als je terugknipt.
- Inheems en goed voor bijen, waaronder wilde bijen die gespecialiseerd zijn in klokjes.
- Een goede snijbloem voor een zomerboeket.
- Verdraagt droogte en kalkrijke grond, en is volledig winterhard.
- Breidt langzaam uit tot een groep die weinig ruimte laat voor onkruid.
Waar staat een kluwenklokje graag?
- Zon of lichte halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
- Leem- of kleigrond, neutraal tot kalkrijk en goed doorlatend.
- Droog tot normaal vochtig: hij verdraagt droogte, maar geen natte voeten in de winter.
- Plant op 35–45 cm, in groepjes van drie of meer, en geef hem ruimte om uit te breiden.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,5 m hoog, 0,45 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Roos: Een klassieke combinatie: blauwe klokjes aan de voet van roze of witte rozen.
- Vrouwenmantel: Zacht geelgroen naast violetblauw, ook in de voorrand.
- Margriet: Witte bloemen naast de blauwe kluwens, in dezelfde zon en grond.
- Wilde marjolein: Ook inheems, ook graag op kalkrijke grond, en een trekpleister voor bijen en vlinders.
- Duizendblad: Platte schermen in geel of wit als vormcontrast met de bolletjes.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kluwenklokje?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Maak de grond los en meng er wat compost door; op zware klei een beetje grof zand voor een betere afwatering.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Houd 35–45 cm tussen de planten.
- Geef meteen een flinke gieter water, en de eerste weken bij droogte.
- Een dunne laag compost rond de voet houdt de grond vochtig zolang de plant wortelt.
Verzorgen
- Water
- Na het planten bij droogte; eens ingeworteld kan hij goed tegen een droge periode.
- Bemesten
- In maart een schep compost. Te veel mest geeft slappe stengels.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip uitgebloeide stengels in juli terug tot op het blad aan de voet voor een nabloei.
- Snijbloemen
- Snijd de stengels als de eerste klokjes van het kluwen open zijn.
- Uitlopers
- Wordt de groep te groot, steek dan in het voorjaar de buitenste stukken af met een spade.
Tip: Knip de uitgebloeide stengels in juli terug tot op het blad en geef water en compost: zo krijg je in de late zomer een tweede, kleinere bloei. Wordt de groep te groot, steek dan in het voorjaar de rand af.
Wanneer snoei je een kluwenklokje?
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: Knip in juli, na de eerste bloei, de uitgebloeide stengels terug. In maart ruim je de dode resten van vorig jaar op.
Hoe:
- Knip de uitgebloeide bloemstengels af tot net boven het blad aan de voet.
- Geef daarna water en wat compost: in de late zomer volgt vaak een kleinere nabloei.
- Knip uitgebloeide kluwens tussendoor weg als je geen zaailingen wilt.
- Knip in maart de afgestorven stengels en bladeren van vorig jaar tot de grond af.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of in september: steek een pol op of een stuk van de rand af, met wortelstokken en scheuten, en plant het meteen elders. Water geven.
- Zaaien
- In maart–april binnen: strooi het fijne zaad op vochtige zaaigrond en druk het licht aan, zonder het te bedekken. Zet het licht bij 15–20 °C; het kiemt na 2–4 weken. Uitplanten in mei; meestal bloeit hij vanaf het tweede jaar.
Hoe komt een kluwenklokje de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: geen bescherming nodig.
- Bovengronds sterft hij grotendeels af; in het voorjaar loopt hij weer uit vanuit de wortelstokken.
- Natte grond in de winter is gevaarlijker dan vorst: zorg voor een goede afwatering, zeker in een pot.
Ziektes en plagen
- Slakken: Vreten in het voorjaar aan de jonge scheuten. Raap ze ’s avonds op, vooral bij vochtig weer.
- Woekeren: Op rijke, vochtige grond breidt hij snel uit. Steek in het voorjaar de uitlopers aan de rand af met een spade.
- Roest: Oranje sporenhoopjes aan de onderkant van het blad. Knip aangetast blad weg en gooi het niet op de composthoop.
- Meeldauw: Wit poeder op de bladeren, vooral na de bloei in droge zomers. Terugknippen na de bloei helpt: het nieuwe blad is weer gezond.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels opruimen. Planten of scheuren. Binnen zaaien. Compost geven.
- April: Planten. Binnen zaaien. Letten op slakken.
- Mei: Zaailingen uitplanten. Water geven bij droogte.
- Juni: Begin van de bloei. Bloemen snijden.
- Juli: Na de eerste bloei terugknippen. Water en compost geven.
- Augustus: Nabloei. Water geven bij droogte.
- September: Planten of scheuren.
- Oktober: Planten. Het blad begint af te sterven.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- ‘Glomerata’ betekent ‘tot een kluwen samengebald’: de bloemen zitten dicht opeen als een bolletje wol. De Nederlandse naam zegt hetzelfde.
- Sommige wilde bijen, zoals de klokjesbijen, verzamelen alleen stuifmeel van klokjes.
- Bij klokjes gaan de helmknoppen al in de knop open: het stuifmeel blijft aan haartjes op de stijl kleven, waar bijen het later oppikken.