Vissenstaartpalm (Caryota mitis)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Kamerplant · Arecaceae

Vissenstaartpalm

Caryota mitis

In andere talen: Palmier queue de poisson (Français) · Fishtail palm (English)

De vissenstaartpalm komt uit de tropische bossen van Zuidoost-Azië, van Myanmar en Zuid-China tot Indonesië en de Filipijnen. Hij is meteen herkenbaar aan zijn dubbel geveerde bladeren met driehoekige, aan de top gerafelde blaadjes die op de staart van een vis lijken. Caryota mitis groeit in pollen: aan de voet komen telkens nieuwe stammetjes bij, zodat hij een volle, brede plant vormt. In huis wordt hij 1,5–2,5 m hoog en zorgt hij voor een weelderige, tropische sfeer. Hij vraagt warmte, licht zonder felle zon en vochtige lucht, en beloont je met een exotische blikvanger in een ruime kamer.

Let op: De vruchten en het sap bevatten scherpe kristallen (oxalaten) die huid, mond en keel irriteren. Zet de plant buiten bereik van kinderen, katten en honden, raap afgevallen vruchten op en draag handschoenen bij het snoeien of zaaien.

  • Licht

    Halfschaduw

    geen felle middagzon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Potgrond

  • Winterhard

    Kamerplant

    min. 15 °C

  • Grootte

    2,5 m

    hoog, 1,5 m breed

Feiten op een rij
Hoogte2,5 m
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren

Herkennen

Hoe herken je een vissenstaartpalm?

Groeivorm
Meerstammige pol, in huis 1,5–2,5 m hoog en 1–1,5 m breed; in de tropen veel groter.
Blad
Dubbel geveerd, tot 1 m lang en meer, met driehoekige, aan de top gerafelde blaadjes.
Stam
Dunne, groene tot bruine stammetjes. Elke stam sterft na de bloei af, maar de pol leeft verder.
Bloem en vrucht
In huis zelden. Hangende bloeiaren, gevolgd door ronde, rode tot zwartpaarse vruchtjes.
Wortels
Vlezig en gevoelig voor beschadiging; hij houdt van een diepe pot.

Planten: april–mei

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een uitzonderlijke bladvorm: geen andere kamerpalm heeft zo’n gerafeld, vissenstaartachtig blad.
  • Groeit in een pol met meerdere stammetjes en wordt dus vol in plaats van kaal.
  • Groenblijvend en het hele jaar een tropische blikvanger in een ruime kamer.
  • Verdraagt een lichte plek zonder directe zon, zoals bij een groot oost- of westraam.
  • Een indrukwekkende kuipplant voor een warme serre, wintertuin of lichte hal.

Waar staat een vissenstaartpalm graag?

  • Licht, maar zonder felle middagzon: bij een groot oost- of westraam, of wat van een zuidraam af.
  • Warm: 18–25 °C, nooit onder 15 °C, en niet in de tocht.
  • Vochtige lucht: in droge kamerlucht krijgt hij bruine bladpunten en spint.
  • Humusrijke, luchtige potgrond die vochtig blijft maar goed afwatert.
  • Reken op ruimte: de bladeren hebben 1–1,5 m breedte nodig.
Licht
Licht, zonder felle zon
Potgrond
Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Water geven
Gewoon of veel
Grootte
2,5 m hoog, 1,5 m breed
Temperatuur
Minimum 15 °C

Mooi samen met

  • Kentiapalm: Een rustige palm met gewoon geveerd blad als contrast.
  • Gatenplant: Groot, ingesneden blad voor een echte junglehoek.
  • Calathea: Laag, getekend blad aan de voet, dat ook van vochtige lucht houdt.
  • Zwaardvaren: Fris groen dat dezelfde warme, vochtige lucht waardeert.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een vissenstaartpalm?

Planten in april–mei.

  1. Verpot in april of mei, alleen als de wortels de pot vullen, om de twee à drie jaar.
  2. Kies een diepe, stevige pot die net iets groter is, met een afvoergat en een laag kleikorrels.
  3. Gebruik palmengrond of goede potgrond met wat grof zand of perliet.
  4. Haal de kluit voorzichtig uit de pot, beschadig de vlezige wortels zo weinig mogelijk en zet de plant even diep als voordien.
  5. Giet goed aan en laat het overtollige water weglopen.
  6. Grote, oude planten verpot je niet meer: vervang elk voorjaar de bovenste 3–5 cm grond door verse.

Verzorgen

Water
Houd de grond gelijkmatig vochtig, maar nooit drassig: giet als de bovenste 2 cm droog is. Gebruik liefst regenwater of water op kamertemperatuur.
Luchtvochtigheid
Zet de pot op een grote schaal met natte kleikorrels, groepeer planten of gebruik in de winter een luchtbevochtiger.
Bemesten
Van april tot september één keer per maand vloeibare mest voor groene planten of palmen.
Blad
Spoel stof af en toe af onder een lauwe douche of neem het af met een vochtige doek.
Draaien
Draai de pot af en toe een kwartslag, zodat de plant gelijkmatig groeit.

Tip: Zet hem op een grote schaal met natte kleikorrels en giet gelijkmatig: zo voorkom je de bruine bladpunten waar palmen in droge kamers zo vaak last van hebben.

Wanneer snoei je een vissenstaartpalm?

Wanneer: Een vissenstaartpalm wordt niet gesnoeid; dode bladeren en stammen haal je weg wanneer nodig.

Hoe:

  • Knip volledig bruine bladeren met een scherpe snoeischaar dicht bij de stam af.
  • Knip groene bladeren niet weg: de palm heeft ze nodig en maakt maar langzaam nieuwe.
  • Bruine bladpunten mag je wegknippen, maar laat een smal randje bruin staan.
  • Een stam die gebloeid heeft en afsterft, snijd je aan de voet weg.

Let op: Draag handschoenen als er vruchten aan de plant hangen: het vruchtvlees irriteert de huid.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Scheuren
In april–mei een zijscheut met eigen wortels voorzichtig van de pol losmaken en apart oppotten. Warm en vochtig houden tot hij aanslaat.
Zaaien
Vers zaad in vochtige zaaigrond bij 25–30 °C. Kiemen is traag en onregelmatig en kan maanden duren. Draag handschoenen bij het schoonmaken van de zaden.

Hoe komt een vissenstaartpalm de winter door?

  • Een kamerplant die warmte wil: niet onder 15 °C, ook niet ’s nachts.
  • Geef hem in de winter de lichtste plek, uit de buurt van radiatoren en koude ruiten.
  • Giet wat minder, maar laat de kluit nooit uitdrogen; stop met bemesten.
  • Droge lucht is het grootste winterprobleem: verhoog de luchtvochtigheid.

Ziektes en plagen

  • Bruine bladpunten: Door droge lucht, onregelmatig gieten of te veel mest. Verhoog de luchtvochtigheid en giet gelijkmatig.
  • Spint: Fijne webjes en grijs gespikkeld blad in droge lucht. Afspoelen onder de douche en de luchtvochtigheid verhogen.
  • Schildluis en wolluis: Bruine bultjes of witte pluisjes op bladstelen en blad. Wegvegen met een doekje met wat spiritus.
  • Gele onderste bladeren: Af en toe normaal, door ouderdom. Vergelen veel bladeren tegelijk, dan is de grond meestal te nat: minder gieten.

Het jaar rond

  • Januari: Licht en warm zetten. Luchtvochtigheid verhogen.
  • Februari: Letten op spint en schildluis.
  • Maart: Bij grote planten de bovenste laag grond vervangen.
  • April: Verpotten indien nodig. Weer bemesten.
  • Mei: Verpotten of zijscheuten afnemen. Regelmatig water geven.
  • Juni: Maandelijks bemesten. Uit de felle zon houden.
  • Juli: Gelijkmatig vochtig houden. Afspoelen onder de douche.
  • Augustus: Water en mest geven.
  • September: Laatste mestbeurt.
  • Oktober: Iets minder water geven. Stoppen met bemesten.
  • November: Uit de buurt van de radiator zetten.
  • December: Luchtvochtigheid verhogen. Dode bladeren wegknippen.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. De vruchten en het sap van de vissenstaartpalm zitten vol naaldvormige kristallen (oxalaten), die op de huid jeuk en een branderig gevoel geven, en in de mond een hevige, brandende pijn en zwelling van mond en keel. Binnen bloeit hij zelden; draagt hij toch trosjes rode tot zwarte bessen, raap ze dan meteen op en houd ze buiten het bereik van kinderen, katten en honden. Draag handschoenen bij het snoeien, bij het wegknippen van bloeiwijzen en bij het zaaien, en was daarna je handen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Caryota is het enige palmengeslacht met dubbel geveerde bladeren.
  • Elke stam bloeit één keer, van boven naar beneden, en sterft daarna af; de pol leeft verder via nieuwe stammen.
  • Van verwante soorten wordt in Azië het sap uit de bloeiaren gebruikt om palmsuiker te maken.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…