Foto: Xemenendura, CC BY-SA 4.0 · bron
Siergras · Poaceae
Reuzenvedergras
Celtica gigantea
In andere talen: Stipe géante (Français) · Giant feather grass (English)
Het reuzenvedergras komt uit Spanje, Portugal en Noord-Afrika, waar het op droge, zonnige hellingen groeit. Het vormt een dichte, groenblijvende pol van smal, grijsgroen blad van 60–70 cm hoog, waaruit in juni lange, stevige stengels tot 2 m oprijzen. Die dragen grote, open pluimen met haverachtige aartjes en lange naalden, eerst paarsachtig en daarna goudgeel, die schitteren in het licht van de lage zon. Ondanks zijn hoogte is de plant zo doorzichtig dat je erdoorheen kijkt, zodat hij ook vooraan in de border kan staan. In de handel heet hij meestal nog Stipa gigantea.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
2 m
hoog, 1 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een reuzenvedergras?
- Groeivorm
- Dichte, groenblijvende pol van 60–70 cm hoog en ongeveer 1 m breed; bloeistengels tot 2 m.
- Blad
- Smal, ingerold en grijsgroen, stug en licht overhangend.
- Bloem
- Van juni tot augustus grote, open pluimen met haverachtige aartjes en lange naalden; eerst paarsachtig, dan goudgeel.
- Stengels
- Stevig en stijf; ze blijven lang staan en kleuren strogeel.
- Wortels
- Diep en vezelig; een grote pol laat zich slecht verplanten.
Bloei: juni–augustus · Planten: april–mei · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Spectaculaire, goudkleurige pluimen tot 2 m hoog, van juni tot ver in de zomer.
- Doorzichtig: je kijkt door de pluimen heen, dus hij kan zelfs vooraan in de border.
- Groenblijvend en droogtebestendig: eens ingeworteld heeft hij nauwelijks water nodig.
- De pluimen vangen het licht van de ochtend- en avondzon en bewegen bij elke bries.
- De stengels zijn mooi in grote boeketten en droogboeketten.
- Een blikvanger als solitair in een grindtuin of prairiebeplanting.
Waar staat een reuzenvedergras graag?
- Volle zon, de warmste plek die je hebt.
- Goed doorlatende zand- of leemgrond, neutraal tot kalkrijk; op natte, zware klei verkwijnt hij.
- Droge tot normaal vochtige grond: eens ingeworteld verdraagt hij lange droogte.
- Geef hem ongeveer 1 m doorsnee, met lage planten eromheen zodat de pol zichtbaar blijft.
- Het mooist tegen een donkere achtergrond of met de avondzon erachter.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 2 m hoog, 1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Lage, paarse bloei aan de voet, voor dezelfde droge, zonnige plek.
- Zonnehoed: Stevige bloemen in de nazomer onder de goudkleurige pluimen.
- Kogeldistel: Blauwe bollen in juli–augustus, eveneens droogtebestendig.
- Kattenkruid: Een zachte, blauwe zee van bloemen rond de voet van de pol.
- Patagonisch ijzerhard: Paarse bloemen op lange, dunne stengels die mooi door de pluimen heen groeien.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een reuzenvedergras?
Planten in april–mei.
- Plant in april–mei, als de grond opwarmt; in de herfst geplant komt hij een natte winter slecht door.
- Graaf een ruim plantgat en meng grof zand of grind door zware grond; geen mest.
- Zet de pol even diep als in de pot, niet dieper.
- Houd ongeveer 1 m tussen de planten of tussen de pol en zijn buren.
- Giet goed aan en geef het eerste seizoen water bij droogte.
- Mulch eventueel met grind in plaats van compost: dat houdt het hart droog.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte. Daarna niet meer nodig, behalve in een pot.
- Bemesten
- Niet nodig: op arme grond blijven de stengels steviger.
- Opruimen
- Trek in maart–april het dode blad met gehandschoende handen uit de pol.
- Bloeistengels
- Laat ze staan zolang ze mooi zijn; knip ze aan de voet weg als ze omvallen, uiterlijk in maart.
- Geduld
- Het eerste jaar na het planten bloeit hij vaak weinig; vanaf het tweede jaar komt hij op kracht.
Tip: Plant hem waar de lage ochtend- of avondzon door de pluimen schijnt, en trek in het voorjaar alleen het dode blad uit de pol in plaats van te knippen.
Wanneer snoei je een reuzenvedergras?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: Niet terugknippen: in maart–april trek je enkel het dode blad uit de pol en knip je de oude bloeistengels weg.
Hoe:
- Trek het dode, grijze blad in maart–april met handschoenen aan uit de pol; het laat makkelijk los.
- Knip oude bloeistengels laag bij de pol af als ze niet meer mooi zijn.
- Een hark met fijne tanden helpt om een grote pol uit te kammen.
Let op: Knip de pol niet kort zoals andere grassen: dat verzwakt hem en kan het hart doen afsterven.
Vermeerderen
- Zaaien
- In het voorjaar in potjes met zaaigrond, dun afdekken en op een lichte, warme plek zetten. Plant de jonge planten pas het volgende voorjaar uit.
- Scheuren
- Kan in mei, als de groei begint, maar grote pollen laten zich moeilijk scheuren en slaan traag aan. Neem stukken met veel wortels en geef ze extra water.
Hoe komt een reuzenvedergras de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C: in de meeste Belgische winters geen probleem op doorlatende grond.
- Natte grond in de winter is gevaarlijker dan vorst: zorg voor goede drainage.
- Het grijsgroene blad blijft staan; de strokleurige bloeistengels sieren de tuin vaak tot ver in de herfst.
- In een grote pot: zet hem beschut tegen een muur, uit de regen, en houd hem in de winter vrij droog.
Ziektes en plagen
- Rot in het hart: Het midden van de pol wordt bruin en slap, vaak na een natte winter of na kort knippen. Verbeter de drainage en knip de pol niet terug.
- Weinig pluimen: Te weinig zon, te rijke grond of een te jonge plant. Geef hem de zonnigste plek en geen mest.
- Omvallende stengels: Na zware regen of wind. Op arme, doorlatende grond blijven ze steviger; knip gebroken stengels weg.
- Kaal midden: Bij oudere planten sterft het midden af. Scheur in mei de levende randstukken los en plant ze opnieuw.
Het jaar rond
- Maart: Dood blad uittrekken. Oude bloeistengels wegknippen.
- April: Dood blad uittrekken. Planten.
- Mei: Planten of scheuren. De bloeistengels verschijnen.
- Juni: Bloei: paarsachtige pluimen.
- Juli: Goudgele pluimen. Stengels snijden voor een boeket.
- Augustus: Bloei. Alleen jonge planten water geven bij droogte.
- September: Strokleurige pluimen in het najaarslicht.
- November: Stengels laten staan zolang ze mooi zijn.
- December: Groenblijvende pol. Niet terugknippen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Botanici hebben hem van het geslacht Stipa naar een eigen geslacht, Celtica, verplaatst; in tuincentra heet hij meestal nog Stipa gigantea.
- ‘Gigantea’ slaat op de bloeistengels: het blad zelf blijft laag, maar de pluimen halen ongeveer 2 m.
- In het Engels heet hij ook ‘golden oats’, gouden haver, omdat de aartjes op haver lijken.