Foto: b:User:SBJohnny, Public domain · bron
Vaste plant · Asteraceae
Zonnehoed
Rudbeckia triloba
In andere talen: Rudbeckie trilobée (Français) · Brown-eyed Susan (English)
Deze zonnehoed komt uit het oosten en midden van Noord-Amerika, waar hij langs bosranden, in weiden en op open plekken groeit. Hij vormt een los vertakte, struikachtige plant van 0,6–1,2 m die van augustus tot oktober met talloze kleine gele bloemen met een donkerbruine kegel bedekt is. De naam verwijst naar de onderste bladeren, die drie lobben hebben. Hij is geen langlevende plant, maar zaait zich zo makkelijk uit dat er elk jaar nieuwe planten bijkomen. Bijen en vlinders bezoeken de bloemen en in de vaas houden ze goed stand. Hij is volledig winterhard.
Let op: Hij zaait zich flink uit. Wil je dat niet, knip dan de zaadhoofdjes in de herfst weg en wied zaailingen in het voorjaar.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
1,2 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
augustus–oktober
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 1,2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | augustus–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een zonnehoed?
- Groeivorm
- Losse, sterk vertakte plant van 0,6–1,2 m hoog en ongeveer 60 cm breed; gedraagt zich als kortlevende vaste plant of tweejarige.
- Blad
- De onderste bladeren zijn drielobbig, de bovenste ongedeeld; ruw behaard en donkergroen.
- Bloem
- Veel kleine, gele bloemen van 3–5 cm met een donkerbruine kegel, van augustus tot oktober.
- Zaad
- De kegels worden na de bloei donkerder en bolrond; ze bevatten veel zaad dat zich makkelijk uitzaait.
- Wortels
- Een vezelig wortelstelsel; de plant leeft maar enkele jaren, maar de zaailingen nemen de plek over.
Bloei: augustus–oktober · Zaaien: maart–april · Planten: april–mei en september · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een wolk van kleine gele bloemen van augustus tot oktober, juist als veel andere planten uitgebloeid zijn.
- Groeit ook in halfschaduw, waar veel andere zonnehoeden minder bloeien.
- Bijen en vlinders bezoeken de talrijke bloemen.
- Goede snijbloem met een losse, natuurlijke uitstraling.
- Zaait zich vanzelf uit, zodat hij jaar na jaar terugkomt zonder dat je hoeft te herplanten.
- Eenvoudig te zaaien en weinig veeleisend.
Waar staat een zonnehoed graag?
- Zon of halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
- Zandgrond, leem of klei, zuur tot kalkrijk; geen veeleisende plant.
- Normaal vochtig; in lange droge periodes af en toe water geven.
- Een open plek met wat luchtstroom, want in een benauwde hoek krijgt hij makkelijker meeldauw.
- Reken op 40–50 cm ruimte per plant; zaailingen vullen de gaten.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 1,2 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Siergrassen: Fijne pluimen passen goed bij de losse, luchtige bloemenwolk.
- Herfstaster: Paarse en blauwe bloemen in dezelfde late periode.
- Kattenkruid: Lila bloemen die lang bloeien en de voet van de plant bedekken.
- Helenium: Warme oranje en rode tinten die tegelijk bloeien.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een zonnehoed?
Planten in april–mei en september.
- Plant in april–mei of in september, als de grond niet bevroren of drassig is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit en meng er een beetje compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 40–50 cm afstand en zet ze in een groepje van drie tot vijf voor een volle wolk.
- Geef meteen water en leg een dun laagje mulch rond de voet.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks. Daarna volstaat water in lange droge periodes, aan de voet.
- Bemesten
- In het voorjaar een beetje compost. Op voedselrijke grond wordt hij te lang en slap.
- Mulchen
- Een dun laagje bladcompost in het voorjaar; een dikke laag belet het zaaien.
- Uitzaaien
- Laat een deel van de zaadhoofdjes staan, zodat nieuwe planten de oude vervangen; wied overtollige zaailingen in het voorjaar.
- Steun
- Op een winderige plek kunnen de hogere stengels wat steun gebruiken met takken.
Tip: Laat enkele zaadhoofdjes staan: hij leeft maar enkele jaren, maar zaait zich vlot uit en vult zo zelf de gaten op. Zaai in maart–april binnen: bij een vroege zaai bloeit hij soms al hetzelfde jaar.
Wanneer snoei je een zonnehoed?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In februari–maart, voor de nieuwe scheuten uitlopen.
Hoe:
- Knip de afgestorven stengels van vorig jaar tot vlak boven de grond af.
- Laat een deel van de zaadhoofdjes staan als je wilt dat hij zich uitzaait.
- Knip verlepte bloemen in de zomer weg als je zaaien wilt beperken; dat lengt ook de bloei.
Let op: Hij zaait zich flink uit. Wil je dat niet, knip dan de zaadhoofdjes in de herfst weg en wied zaailingen in het voorjaar.
Vermeerderen
- Zaaien
- In maart–april binnen zaaien in een zaaibak; het zaad nauwelijks bedekken. Uitplanten na half mei. Bij een vroege zaai bloeit hij soms al in het eerste jaar.
- Zaailingen verplanten
- In het voorjaar zaailingen die vanzelf opkomen met een schepje verplanten naar een andere plek.
Hoe komt een zonnehoed de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in Belgische winters is geen bescherming nodig.
- Laat de zaadhoofdjes in de winter staan: ze zorgen voor zaailingen en bieden insecten een schuilplaats.
- Hij is kortlevend; hou daarom zaailingen in het voorjaar in de gaten om de groep in stand te houden.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in droge, benauwde zomers. Geef ruimte, water aan de voet en knip aangetaste bladeren weg.
- Slakken: Jonge scheuten en zaailingen worden in het voorjaar aangevreten. Raap slakken ’s avonds op of leg een barrière van grof zand.
- Te veel zaailingen: Op een goede grond staat het snel vol. Wied zaailingen in het voorjaar of knip zaadhoofdjes weg.
- Bladluis: Op jonge scheuten en bloemknoppen. Meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op; anders afspuiten met water.
Het jaar rond
- Februari: Afgestorven stengels tot vlak boven de grond afknippen.
- Maart: Binnen zaaien. Compost geven.
- April: Binnen zaaien. Planten. Letten op slakken.
- Mei: Uitplanten na half mei. Zaailingen verplanten.
- Juni: Water geven bij droogte.
- Juli: Water geven bij droogte. Knoppen vormen zich.
- Augustus: Start van de bloei. Bloemen snijden voor de vaas.
- September: Volle bloei. Planten.
- Oktober: Laatste bloei. Zaadhoofdjes laten staan.
- November: Rust. Zaadhoofdjes mogen blijven staan.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam triloba betekent ‘driekwab’ en verwijst naar de drielobbige onderste bladeren.
- In het Engels heet hij ‘brown-eyed Susan’, naar de donkerbruine kegel; hij wordt vaak verward met de verwante ‘black-eyed Susan’ (Rudbeckia hirta).
- Op een goede plek kan één plant in één seizoen tientallen bloemen tegelijk dragen.