
Foto: Raffi Kojian, CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Cactaceae
Cereus
Cereus repandus
In andere talen: Cierge du Pérou (Français) · Peruvian apple cactus (English)
De cereus (Cereus repandus, ook bekend als Cereus peruvianus) komt uit het noorden van Zuid-Amerika en van Caribische eilanden als Curaçao, Aruba en Bonaire. In het wild groeit hij uit tot een boomachtige zuilcactus van enkele meters tot ongeveer 10 m hoog. Als kamerplant groeit hij veel trager en bereikt hij na jaren ongeveer 2 m. De stam is blauwgroen, met vier tot acht ribben en kleine, scherpe stekels. Op oudere planten verschijnen grote witte bloemen die ’s nachts opengaan, gevolgd door eetbare vruchten, maar binnen gebeurt dat zelden. Hij is erg sterk en is een vaste waarde onder de kamercactussen.
Let op: Scherpe stekels: draag dikke handschoenen of gebruik een opgevouwen krant bij verpotten en hanteren. Zet hem buiten bereik van kinderen en huisdieren.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 5 °C
Grootte
2 m
hoog, 0,5 m breed
| Hoogte | 2 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een cereus?
- Groeivorm
- Zuilvormige cactus met een rechte of vertakte stam, binnen ongeveer 2 m hoog en 50 cm breed.
- Stam
- Blauwgroen, met vier tot acht duidelijke ribben, soms met een waslaagje.
- Stekels
- Kleine, scherpe stekels in groepjes op vaste plekken (areolen) langs de ribben.
- Bloem
- Groot, wit, tot ongeveer 15 cm; gaat ’s nachts open en verwelkt snel. Alleen op oudere, grote planten.
- Vrucht
- Eetbaar, rond tot eivormig, roodachtig tot geel, met wit vruchtvlees en zwarte zaadjes.
Planten: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een stoere, architecturale zuilcactus die een kamer meteen karakter geeft.
- Zeer onderhoudsarm: hij verdraagt droogte en heeft maar weinig water nodig.
- Groeit rustig en blijft jarenlang mooi, ook in een grote pot.
- Past goed in een zonnige serre, een lichte hoek of op een zonnig terras in de zomer.
- Er bestaat een gedraaide, grillig gevormde vorm, de ‘Monstrosus’, die erg gewild is bij verzamelaars.
Waar staat een cereus graag?
- Zo licht en zonnig mogelijk: een zuidraam of een serre is ideaal; hij verdraagt volle zon als hij er geleidelijk aan went.
- Goed doorlatende, zandige cactusgrond; neutraal tot licht zuur.
- Droog: laat de grond tussen twee gietbeurten helemaal opdrogen.
- Een warme plek in de zomer (20–30 °C); in de winter koeler en droog bij 5–10 °C.
- Geef hem ruimte: een zuil van 2 m heeft een stevige, zware pot nodig.
- Licht
- Zonnig
- Potgrond
- Cactusgrond
- Zuurtegraad
- Neutraal
- Water geven
- Weinig
- Grootte
- 2 m hoog, 0,5 m breed
- Temperatuur
- Minimum 5 °C
Mooi samen met
- Echeveria: Lage rozetten in zachte kleuren onderaan de cactus, met dezelfde eisen.
- Agave: Een andere stoere, bladrijke vetplant die goed past in een zonnige groep.
- Aloë vera: Makkelijk, zonminnend en leuk in een gemengde pot- of bakkenopstelling.
- Kalanchoë: Kleurige bloemen in de winter of lente bij een kale cactus.
- Vetplanten en cactussen: Een groepje potten met verschillende vormen maakt een mooie zonnige hoek.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een cereus?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart–april, als de plant weer aan het groeien gaat.
- Kies een pot met een groot gat onderin, bij voorkeur van terracotta. De pot is liefst maar iets groter dan de wortelkluit.
- Gebruik cactusgrond of meng potgrond met een derde grof zand, perliet of puimsteen.
- Pak de plant vast met een opgevouwen krant of dikke handschoenen en zet hem even diep als voorheen.
- Wacht ongeveer een week met water geven, zodat beschadigde wortels kunnen herstellen.
- Leg een laagje grind of fijne kiezel op de grond tegen rot onderaan de stam.
Verzorgen
- Water
- In de zomer pas water geven als de grond helemaal droog is, dan flink. In de winter nauwelijks of niet.
- Bemesten
- Van april tot augustus om de vier weken een cactusmest of een mest met weinig stikstof.
- Licht
- Zo veel mogelijk licht. In de zomer mag hij buiten staan, geleidelijk aan de zon wennen om verbranding te voorkomen.
- Temperatuur
- Zomer 20–30 °C; winter koeler, 5–10 °C. Onder 5 °C kan hij schade oplopen.
- Verpotten
- Om de twee tot drie jaar in het voorjaar, of als de pot te klein of te licht is geworden.
- Stof verwijderen
- Veeg of spuit het stof af met een zachte borstel of een zacht waterstraaltje; zo kan hij licht opnemen.
Tip: Geef hem veel zon en een goed doorlatende cactusgrond. Geef in de zomer pas water als de grond droog is en houd hem in de winter droog bij 5–10 °C.
Wanneer snoei je een cereus?
Wanneer: Hij wordt nauwelijks gesnoeid. Wordt hij te hoog, dan kun je in het voorjaar of de zomer de top afsnijden.
Hoe:
- Snijd de top met een schoon, scherp mes dwars af; de stam loopt dan vaak met zijtakken uit.
- Laat de snijvlakken, zowel op de stam als op het afgesneden stuk, een tot twee weken drogen voor je het verder gebruikt.
- Het afgesneden stuk kan als stek dienen; zet het droog en laat het wortelen.
- Verwijder zachte, bruine of rotte delen met een schoon mes tot in gezond weefsel.
Let op: Scherpe stekels: gebruik een opgevouwen krant of dikke handschoenen bij snoeien en verpotten. Zet hem buiten bereik van kinderen en huisdieren.
Vermeerderen
- Stekken
- In het voorjaar of de zomer: een stuk van de top of een zijtak afsnijden, 1–2 weken laten drogen en rechtop in droge cactusgrond zetten. Pas water geven als er wortels zijn.
- Zaaien
- Vers zaad uit de vruchten in het voorjaar uitzaaien in zandige grond bij 20–25 °C. Het gaat traag; de plantjes blijven lang klein.
Hoe komt een cereus de winter door?
- Niet winterhard: hij kan niet tegen vorst en moet in de winter binnen vorstvrij blijven.
- Zet hem in de winter licht en koel bij 5–10 °C, en geef nauwelijks of geen water.
- Kan het niet koel, laat hem dan op een lichte plek staan en geef sporadisch een klein beetje water; in de winter groeit hij nauwelijks.
- Haal hem in het najaar binnen voor de nachttemperatuur onder 10 °C zakt.
Ziektes en plagen
- Stamrot: De stam wordt zacht, bruin of zwart, vooral aan de voet. Meestal door te veel water, vooral bij koude. Snij het aangetaste deel weg tot gezond weefsel en laat drogen; geef minder water.
- Wolluis en schildluis: Witte wattenvlokjes of bruine schildjes tussen de ribben en stekels. Betten met een wattenstaafje met alcohol, of met een zachte zeepoplossing behandelen.
- Dunne, bleke groei: De top groeit spitser en dunner naar het licht toe. Meer licht geven; de plant herstelt zich niet in het deel dat al dun gegroeid is.
- Zonnebrand: Witte of bruine, verdroogde plekken na plotselinge zon. Laat de plant altijd geleidelijk aan zon wennen.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Licht en koel (5–10 °C) en droog.
- Februari: Rust. Droog houden.
- Maart: Verpotten. Daarna pas weer heel spaarzaam water geven.
- April: Verpotten. Geleidelijk meer water bij actieve groei. Beginnen met bemesten.
- Mei: Na de ijsheiligen langzaam aan de zon laten wennen of buiten zetten.
- Juni: Water geven als de grond droog is. Elke vier weken bemesten.
- Juli: Groeiseizoen. Vooral water bij warm weer.
- Augustus: Laatste mestbeurt. Stekken nemen.
- September: Minder water. Niet meer bemesten.
- Oktober: Binnenhalen voor het koud wordt. Water bijna stopzetten.
- November: Rust. Droog en licht bij 5–10 °C.
- December: Rust. Droog houden.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Op Curaçao heet de plant kadushi en wordt hij als levende afrastering gebruikt; ook de jonge delen worden er in soep gegeten.
- De grote witte bloemen gaan maar één nacht open en worden in het wild bezocht door nachtdieren zoals vleermuizen en nachtvlinders.
- In de natuur kan hij tot ongeveer 10 m hoog worden, terwijl hij als kamerplant veel kleiner blijft.