
Foto: Pamla J. Eisenberg from Anaheim, USA, CC BY-SA 2.0 · bron
Kamerplant · Cactaceae
Cleistocactus
Cleistocactus strausii
In andere talen: Silver torch cactus (English)
Cleistocactus strausii komt uit de bergen van Bolivia en het noordwesten van Argentinië, waar hij op rotsige hellingen groeit op 2000–3000 m hoogte. Het is een slanke zuilcactus met opgaande stammen van 5–8 cm dik, die in huis ongeveer 1,5 m hoog worden. De stam is bedekt met dichte, zilverwitte stekels, waardoor de plant er van afstand harig en zacht uitziet. Op oudere planten verschijnen karmijnrode, buisvormige bloemen die maar half opengaan. Hij is makkelijk te kweken en een mooie, opvallende zuil voor een zonnig raam of een serre. Hij vormt vaak zijscheuten aan de voet, zodat er een groepje ontstaat.
Let op: Fijne, scherpe stekels: draag dikke handschoenen of gebruik een opgevouwen krant bij verpotten en hanteren. Zet hem buiten bereik van kinderen en huisdieren.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 0 °C
Grootte
1,5 m
hoog, 0,5 m breed
| Hoogte | 1,5 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een cleistocactus?
- Groeivorm
- Slanke zuilcactus, opgaand tot overhangend, ongeveer 1,5 m hoog en 50 cm breed, vaak met zijscheuten aan de voet.
- Stam
- Dun, 5–8 cm doorsnede, met ongeveer 20–25 lage ribben, volledig bedekt met stekels.
- Stekels
- Dicht, fijn, zilverwit en geelbruin, kort; ze zitten in groepjes op vaste plekken (areolen).
- Bloem
- Buisvormig, karmijn- tot donkerrood, 6–9 cm lang, gaat maar half open; alleen op oudere planten.
- Wortels
- Fijn en ondiep; hij houdt van doorlatende grond en rot bij natte voeten.
Planten: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Opvallende zilverwitte stekels geven de plant een bijzondere, zachte uitstraling.
- Slanke, architecturale vorm die weinig plaats inneemt.
- Erg makkelijk: hij verdraagt droogte en heeft weinig water nodig.
- Bloeit op oudere planten met karmijnrode buisbloemen, vooral na een koele, droge winterrust.
- Mag in de zomer buiten staan en verdraagt ook lagere temperaturen als hij droog staat.
Waar staat een cleistocactus graag?
- Zo zonnig mogelijk: een zuidraam of een serre is ideaal; hij verdraagt volle zon.
- Goed doorlatende, zandige cactusgrond; neutraal tot kalkrijk.
- Droog: laat de grond tussen twee gietbeurten helemaal opdrogen.
- Warm in de zomer (18–30 °C); in de winter koeler en droog bij 5–10 °C.
- Een stevige, wat zware pot, want de zuil kan topzwaar worden.
- Licht
- Zonnig
- Potgrond
- Cactusgrond
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Water geven
- Weinig
- Grootte
- 1,5 m hoog, 0,5 m breed
- Temperatuur
- Minimum 0 °C
Mooi samen met
- Echeveria: Lage rozetten in zachte kleuren onderaan de zuil, met dezelfde eisen.
- Agave: Een stoere, bladrijke vetplant die goed past in een zonnige groep.
- Gasteria: Verdraagt wat minder licht en geeft donker, stevig blad als contrast.
- Vetkruid: Lage, droogteminnende plantjes voor in de pot of bak.
- Cereus: Een andere zuilcactus voor een stoere, zonnige kamerhoek.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een cleistocactus?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart–april, als de plant weer begint te groeien.
- Kies een pot met een gat onderin, bij voorkeur van terracotta, die maar iets groter is dan de wortelkluit.
- Gebruik cactusgrond of meng potgrond met een derde grof zand, perliet of puimsteen.
- Pak de plant vast met een opgevouwen krant of dikke handschoenen en zet hem even diep als voorheen.
- Wacht ongeveer een week met water geven, zodat beschadigde wortels kunnen herstellen.
- Leg een laagje grind rond de voet tegen rot.
Verzorgen
- Water
- In de zomer pas water geven als de grond helemaal droog is, dan flink. In de winter nauwelijks of niet.
- Bemesten
- Van april tot augustus om de vier weken een cactusmest of een mest met weinig stikstof.
- Licht
- Zo veel mogelijk zon. Hij mag in de zomer buiten staan; laat hem geleidelijk aan de zon wennen tegen verbranding.
- Temperatuur
- Zomer 18–30 °C; winter koeler, 5–10 °C. Droog verdraagt hij kortstondig lagere temperaturen, tot ongeveer 0 °C.
- Verpotten
- Om de twee tot drie jaar in het voorjaar, of als de pot te klein of te licht is geworden.
Tip: Geef hem zo veel mogelijk zon en zet hem in de zomer buiten. Houd hem in de winter droog en koel: dan verdraagt hij ook lagere temperaturen en heb je kans op bloemen.
Wanneer snoei je een cleistocactus?
Wanneer: Hij wordt niet gesnoeid.
Hoe:
- Verwijder zachte, bruine of rotte delen met een schoon mes tot in gezond weefsel; laat de snijvlakken drogen.
- Zijscheuten kun je laten staan voor een groepje of afsnijden als stek.
- Wordt de plant te hoog, dan kun je de top afsnijden en laten drogen; hij loopt dan vaak met zijscheuten uit.
Let op: Fijne, scherpe stekels: draag dikke handschoenen of gebruik een opgevouwen krant. Zet hem buiten bereik van kinderen en huisdieren.
Vermeerderen
- Stekken
- In het voorjaar of de zomer: een zijscheut of een stuk van de top afsnijden, 1–2 weken laten drogen en rechtop in droge cactusgrond zetten. Pas water geven als er wortels zijn.
- Zaaien
- Zaai in het voorjaar in zandige grond bij 20–25 °C. Het kiemt traag; de plantjes groeien langzaam.
Hoe komt een cleistocactus de winter door?
- Niet winterhard in onze tuin: houd hem in de winter binnen en vorstvrij.
- Zet hem in de winter licht en koel, bij 5–10 °C, en geef nauwelijks of geen water.
- Droog verdraagt hij kortstondig temperaturen rond 0 °C, maar nat en koud geeft rot.
- Haal hem in het najaar binnen voor de nachten te koud worden.
Ziektes en plagen
- Stamrot: De stam wordt zacht, bruin of zwart, vooral aan de voet. Meestal door te veel water, vooral bij kou. Snij het aangetaste deel weg tot gezond weefsel en laat drogen; geef minder water.
- Wolluis: Witte wattenvlokjes verstopt tussen de stekels. Betten met een wattenstaafje met alcohol of een zachte zeepoplossing.
- Spint: Fijne spinsels en vale, bruine plekjes bij droge, warme lucht. Spoel de plant af en zet hem iets koeler en luchtiger.
- Dunne, bleke groei: De top groeit spitser en dunner naar het licht. Geef meer licht.
- Geen bloemen: Te jong, te weinig licht of geen koele winterrust. Zet hem lichter en koeler in de winter en wees geduldig.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Licht en koel (5–10 °C) en droog.
- Februari: Rust. Droog houden.
- Maart: Verpotten. Daarna pas weer heel spaarzaam water geven.
- April: Verpotten. Geleidelijk meer water bij actieve groei. Beginnen met bemesten.
- Mei: Langzaam aan de zon laten wennen of buiten zetten na de ijsheiligen.
- Juni: Water geven als de grond droog is. Elke vier weken bemesten.
- Juli: Groeiseizoen. Mogelijk bloemen op oudere planten.
- Augustus: Laatste mestbeurt. Stekken nemen.
- September: Minder water. Niet meer bemesten.
- Oktober: Binnenhalen voor het koud wordt. Water bijna stopzetten.
- November: Rust. Droog en licht bij 5–10 °C.
- December: Rust. Droog houden.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Cleistocactus komt van het Griekse ‘kleistos’, gesloten, omdat de buisvormige bloemen maar half opengaan.
- In het wild worden de rode buisbloemen bezocht door kolibries, die er nectar uit drinken.
- De dichte, witte stekels helpen de plant in de bergen te beschermen tegen sterke zon en koude nachten.