
Foto: Cricket Raspet https://www.inaturalist.org/people/chilipossum, CC BY 4.0 · bron
Boom · Cupressaceae
Arizonacipres
Cupressus arizonica
In andere talen: Cyprès de l’Arizona (Français) · Arizona cypress (English)
De Arizonacipres komt uit het zuidwesten van de Verenigde Staten en uit Noord-Mexico, waar hij op droge, zonnige hellingen groeit. In de tuin is hij een vrij snelle, kegelvormige conifeer met fijn, schubvormig blad in blauwgrijs tot zilverblauw dat aromatisch ruikt. De ronde, houtige kegels blijven vaak jaren aan de boom. Hij verdraagt hitte en droogte beter dan de meeste coniferen, maar heeft bij ons een zonnige, beschutte plek en doorlatende grond nodig. Smalle, blauwe selecties zoals ‘Blue Ice’ worden veel gebruikt als solitair, windscherm of hoge haag.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
12 m
hoog, 4 m breed
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 12 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een arizonacipres?
- Groeivorm
- Kegelvormige tot smalle boom van ongeveer 12 m hoog en 4 m breed, met rechtopgaande takken.
- Blad
- Fijne, schubvormige naalden op afgeplatte twijgjes, blauwgrijs tot zilverblauw, aromatisch.
- Kegels
- Ronde, houtige kegels van 2–3 cm die vaak jaren aan de boom blijven.
- Bloei
- Onopvallende mannelijke en vrouwelijke bloemetjes op dezelfde boom; geen sierwaarde.
- Geur
- Het blad ruikt harsachtig-aromatisch, vooral als je het fijnwrijft.
Planten: april–mei en september · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Het ganse jaar blauwgrijs tot zilverblauw blad, een mooi contrast met groene tuinplanten.
- Verdraagt hitte en droogte, ideaal voor warme, zonnige en doorlatende plekken.
- Het aromatische blad geeft een frisse geur, vooral op warme dagen of als je erover wrijft.
- Groeit vrij snel en vormt zo een windscherm of hoge groene wand.
- Houtige kegels en dichte takken geven vogels beschutting.
Waar staat een arizonacipres graag?
- Volle zon: in de schaduw wordt hij open en verliest hij zijn blauwe kleur.
- Doorlatende, liefst zandige tot leemachtige grond; zuur tot kalkrijk. Zware, natte klei is af te raden.
- Droog tot hooguit normaal vochtig: natte voeten zijn dodelijk.
- Zet hem beschut tegen koude, uitdrogende oostenwind, zeker als hij nog jong is.
- Reken op 3–4 m ruimte voor een solitair en op 1–1,5 m tussen planten voor een haag.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 12 m hoog, 4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Zelfde zonnige, droge plek; paarse bloemen bij het blauwe blad.
- Rozemarijn: Aromatische struik voor dezelfde warme, doorlatende grond.
- Zonneroosje: Bloeit rijk in de zon en houdt van dezelfde droge grond.
- Blauwzwenkgras: Sluit aan op het zilverblauw van het blad en blijft laag.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een arizonacipres?
Planten in april–mei en september.
- Plant in april–mei of in september, wanneer de grond warm genoeg is om snel te wortelen.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit. Meng zware grond met zand of grind voor een betere afwatering.
- Zet de plant even diep als in de pot, liefst iets verhoogd, zodat water niet bij de stam blijft staan.
- Plaats bij hoge planten of op winderige plekken een paal en bind de stam los vast.
- Geef meteen ruim water en houd de grond het eerste jaar licht vochtig.
- Leg een dunne laag grof mulch (schors of grind) rond de voet, maar houd de stam vrij.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig water geven bij droogte. Daarna redt hij zich meestal zelf; te veel water is erger dan te weinig.
- Bemesten
- Nauwelijks nodig. Op arme grond in het voorjaar een beetje organische mest of coniferenmest.
- Mulchen
- Een dunne laag schors of grind houdt onkruid weg; laat de stam vrij.
- Steun
- Bind jonge, hoge planten los vast aan een paal; ze kunnen in storm kantelen.
- Opruimen
- Kegels en afgestorven takjes kun je laten zitten of in het voorjaar wegnemen.
Tip: Plant hem in de zon op doorlatende grond en snoei hooguit de jonge scheuten licht bij in april. Wat in oud bruin hout wordt weggeknipt, groeit niet meer aan.
Wanneer snoei je een arizonacipres?
Snoeimaanden: april.
Wanneer: In april, licht, voor of net bij het begin van de nieuwe groei.
Hoe:
- Knip alleen de jonge, groene scheuten in: een lichte vormsnoei per jaar volstaat.
- Verwijder dode of beschadigde takken, zodat de plant luchtig blijft.
- Haal gebroken toppen weg; bij een solitair kun je één dubbele top terugbrengen tot één.
- Bij een haag knip je jaarlijks de nieuwe groei bij, iets smaller aan de top dan onderaan.
Let op: Snoei nooit in het bruine, bladloze oude hout: een cipres loopt daar niet meer uit en je houdt een kaal gat.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai in het voorjaar in een zandige zaaimengeling; zaad uit de kegels kiemt, maar de planten verschillen onderling in kleur en vorm.
- Stekken
- Halfhoutige stekken in augustus–september, in zand en potgrond. Ze wortelen traag en niet altijd; cultivars worden meestal zo of door enten vermeerderd.
Hoe komt een arizonacipres de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C; in België is dat meestal voldoende op een beschutte plek.
- Schade ontstaat vooral door koude, uitdrogende oostenwind en natte grond; jonge planten mogen in de eerste winters wat bescherming (een afscherming van jute) krijgen.
- Bruine toppen na een strenge winter niet meteen wegknippen: wacht tot het voorjaar en kijk wat weer groen wordt.
Ziektes en plagen
- Bruin worden: Bruine toppen of kale plekken na strenge vorst, koude wind of aanhoudende droogte. Wacht tot het voorjaar en knip dood hout weg tot in het groene; oud bruin hout loopt niet meer uit.
- Wortelrot: De hele plant wordt plots bruin, vooral op natte, dichte grond. Voorkom het met doorlatende grond; aangetaste planten zijn meestal niet meer te redden.
- Cipreskanker: Bruine, harsende kankers op takken en afstervende takken. Knip aangetaste takken ruim weg en ontsmet je schaar. Komt vooral in warmere streken voor.
- Spint: Fijne webjes en vergeelde toppen bij heet, droog weer. Af en toe krachtig afspuiten met water en voor een iets luchtiger plek zorgen.
Het jaar rond
- Maart: Schade na de winter bekijken; nog niet wegknippen.
- April: Planten. Licht bijknippen en dode takken verwijderen.
- Mei: Planten. Jonge planten water geven bij droogte.
- Juni: Bij droogte jonge planten water geven.
- Juli: Bij hitte jonge planten water geven.
- September: Planten. Laatste kans voor aanplant voor de winter.
- Oktober: Jonge planten tegen wind afschermen.
- November: Paal en bindmateriaal controleren.
- December: Rust. Zware sneeuw van de takken schudden.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De Arizonacipres hoort tot hetzelfde geslacht als de bekende Italiaanse cipres uit Toscane.
- De ronde, houtige kegels zijn 2–3 cm groot en kunnen jaren aan de boom hangen.
- In de zuidelijke Verenigde Staten wordt hij ook als kerstboom geteeld.