
Foto: USDA-NRCS PLANTS Database / Herman, D.E. et al. 1996. North Dakota tree handbook. USDA NRCS ND State, Public domain · bron
Naaldboom · Dennenfamilie (Pinaceae)
Blauwspar
Picea pungens · ook: Coloradospar
De blauwspar komt uit de Rocky Mountains en is bij ons een populaire tuin- en kerstboom, vooral om zijn zilverblauwe naalden. Die kleur komt van een waslaagje op de zeer stijve, scherp stekende naalden. Hij wordt 15–25 m hoog, in tuinen meestal 10–15 m, met een regelmatige kegelvorm van zo’n 5 m breed. Hij houdt van volle zon en is niet kieskeurig wat de grond betreft, maar hij wortelt ondiep en verzuurt de grond eronder. Voor een kleine tuin bestaan er trage en dwergvormen. In ons zachte, vochtige klimaat is hij wel gevoelig voor de sitkaluis, die de binnenste naalden bruin doet kleuren.
Let op: De naalden prikken scherp: plant hem niet naast een pad, een speelplek of een zitplek.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
15–25 m (in tuinen meestal 10–15 m)
hoog
| Snoeimaanden | mei–juni |
|---|---|
| Hoogte | 15–25 m (in tuinen meestal 10–15 m) |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een blauwspar?
- Groeivorm
- Boom van 15–25 m, in tuinen meestal 10–15 m, met een regelmatige kegel van zo’n 5 m breed en takken tot op de grond.
- Naalden
- 2–3 cm, vierkant in doorsnede, zeer stijf en scherp stekend, blauwgrijs tot zilverblauw (‘Glauca’), rondom de twijg op kleine houten pinnetjes.
- Schors
- Grijs en schubbig.
- Kegels
- Hangende, lichtbruine kegels van 6–10 cm met gekreukte schubranden.
- Verschil met de fijnspar
- De fijnspar heeft groene, minder stekende naalden, langere kegels (10–15 cm) en hangende zijtwijgen.
Snoeien: mei–juni
Herkennen per kenmerk: Stekende naalden
Lijkt op, maar is het niet
- Fijnspar Picea abies: groene, minder stekende naalden, langere kegels (10–15 cm) en hangende zijtwijgen. Verschil met fijnspar
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een opvallend zilverblauwe kleur, het hele jaar door.
- Een strakke, regelmatige kegelvorm die weinig snoei vraagt.
- Volledig winterhard en bestand tegen koude wind.
- Dichte takken als schuilplaats voor vogels in de winter.
- Er zijn vormen voor elke tuin, van dwergbolletjes tot een grote solitaire boom.
Waar staat een blauwspar graag?
- Volle zon: in de schaduw wordt hij ijl en minder blauw.
- Elke goed doorlatende grond; natte voeten verdraagt hij slecht.
- Hij wortelt ondiep en dicht, en de afgevallen naalden verzuren de grond: onder de kroon groeit weinig.
- Reken in een tuin op 10–15 m hoog en 5 m breed: plant hem niet vlak voor een raam of tegen het huis. Voor een kleine tuin kies je een trage of dwergvorm.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 15 m hoog, 5 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Winterheide: Bloeit roze of wit in de winter aan de zonnige voet, en verdraagt de wat zure grond rond naaldbomen.
- Sierjeneverbes: Een lage, groenblijvende conifeer met groene of gele naalden als contrast.
- Witte kornoelje: Rode twijgen in de winter: een prachtig contrast met het zilverblauw.
- Japanse esdoorn: Rood blad en een vurige herfstkleur naast het koele blauw.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Houden van de zure grond onder deze boom: struikhei, rododendron, skimmia, framboos, blauwe bes, toverhazelaar, brem, gaspeldoorn
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een blauwspar?
- Plant in september–oktober of in maart–april, met kluit of in pot.
- Plant niet dieper dan hij stond en geef water na het planten en de eerste twee zomers bij droogte.
- Kies voor een kleine tuin een trage vorm, zoals de compacte kegel ‘Fat Albert’ of de dwergvorm ‘Glauca Globosa’.
- Een kerstboom met kluit kan na de feestdagen naar buiten: houd hem binnen kort en koel, en laat hem enkele dagen wennen in een koude garage voor je hem plant.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar bij droogte; daarna alleen in lange, droge zomers.
- Bemesten
- Niet nodig.
- Onderste takken
- Laat de onderste takken staan: zonder die takken verliest hij zijn vorm, en ze groeien niet terug.
- Sitkaluis
- Controleer in februari–maart of er groene luisjes op de naalden zitten: klop een tak af boven een wit blad papier.
Tip: Blauwspar als kerstboom? Kies een boom die in pot gekweekt is: die heeft meer wortels dan een uitgestoken boom met kluit en slaat na de feestdagen beter aan.
Wanneer snoei je een blauwspar?
Snoeimaanden: mei–juni.
Wanneer: Dode, zieke en gebroken takken kan je het hele jaar verwijderen. Om hem compact te houden, knip je in mei–juni de nieuwe scheuten in.
Hoe:
- Knip nooit tot in kale takken: een spar loopt daar niet meer uit.
- Een spar zonder top krijgt een nieuwe als je een zijtak omhoog bindt.
Let op: Gevoelig voor de sitkaluis: bruine, afvallende naalden aan de binnenkant in de lente.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai in het voorjaar in een bak. De zaailingen verschillen van kleur, van groen tot blauw; kwekers kiezen de mooiste blauwe uit.
- Enten
- Blauwe rassen zoals ‘Hoopsii’ en ‘Koster’ worden geënt; dat is werk voor de kweker.
Hoe komt een blauwspar de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard: hij komt uit de koude Rocky Mountains.
- Na een zachte winter kan de sitkaluis zich sterk vermeerderen: kijk in februari–maart naar luisjes.
Ziektes en plagen
- Sitkaluis: Bruine, afvallende naalden aan de binnenkant van de kroon in de lente, vooral na een zachte winter. Klop in februari–maart een tak af boven wit papier; zie je veel groene luisjes, spuit dan met een middel op basis van plantaardige olie of zeep.
- Spint: In hete, droge zomers worden de naalden dof en geelachtig, met fijne spinsels. Spuit de boom bij droogte af met water.
- Afstervende onderste takken: Vaak door een schimmelkanker, soms met witte harsdruppels op de takken. Zaag dode takken bij droog weer weg tot aan de stam.
- Minder blauw: Oudere naalden worden groener, en in de schaduw is hij minder blauw. Zet hem in volle zon.
Het jaar rond
- Februari: Sitkaluis controleren: klop een tak af boven wit papier.
- Maart: Plantseizoen; opnieuw letten op sitkaluis.
- April: Laatste plantmaand in het voorjaar.
- Mei: Nieuwe scheuten innijpen om hem compact te houden.
- Juni: Laatste maand om de nieuwe scheuten in te knippen.
- Juli: Let op spint bij heet, droog weer; jonge bomen water geven.
- September: Plantseizoen begint.
- December: Een kerstboom met kluit kort en koel binnen houden.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Solitaire tuinboom met opvallend blauwe kleur; ook als kerstboom met wortelkluit.
- Voor de natuur
- Dichte takken als schuilplaats voor vogels in de winter.
Goed voor dieren
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Afkomstig uit de Rocky Mountains. De blauwe kleur komt van een waslaagje op de naalden.
- De wetenschappelijke naam ‘pungens’ betekent ‘stekend’: wie hem vastpakt, voelt waarom.
- Hij is de staatsboom van Colorado; de bekende blauwe vorm ‘Koster’ werd eind 19e eeuw geselecteerd in Boskoop.
- In het wild is lang niet elke blauwspar blauw: de kleur varieert van groen tot zilverblauw. Kwekers selecteren de blauwste bomen en vermeerderen ze door enten.
- De bekende zilverblauwe cultivar ‘Koster’ werd geselecteerd door de kwekerij Koster in het Nederlandse Boskoop.