Foto: Paul Hermans, CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Cycadaceae
Palmvaren
Cycas revoluta
In andere talen: Cycas du Japon (Français) · Sago palm (English)
De palmvaren (Cycas revoluta) komt uit het zuiden van Japan en is, ondanks zijn naam, geen palm en geen varen. Hij hoort bij de cycaspalmen, een heel oude groep zaadplanten die al bestond in de tijd van de dinosaurussen. Op een dikke, ruwe stam staat een rozet van stijve, glanzend donkergroene, veervormige bladeren tot 1 m lang. Hij groeit heel traag: vaak komt er maar één krans nieuwe bladeren per jaar bij. Hij is sterk en weinig veeleisend en mag in de zomer naar buiten, maar alle delen zijn zeer giftig.
Let op: Alle delen zijn zeer giftig, vooral de zaden. Al een klein stukje kan bij honden en katten een ernstige, soms dodelijke vergiftiging veroorzaken, en ook voor kinderen is hij gevaarlijk. Zet hem buiten bereik van kinderen en huisdieren, draag handschoenen bij het verpotten en snoeien en was nadien je handen. Let ook op de scherpe bladpunten.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. -5 °C
Grootte
1 m
hoog, 1,2 m breed
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
Herkennen
Hoe herken je een palmvaren?
- Groeivorm
- Rozet van bladeren op een korte, dikke stam; in pot 0,5–1 m hoog en tot 1,2 m breed.
- Blad
- Veervormig, 50–100 cm lang, met stijve, smalle, glanzende blaadjes met een scherpe punt en naar onder omgerolde randen.
- Stam
- Dik en bedekt met oude bladvoeten; hij groeit maar enkele cm per jaar.
- Kegels
- Er zijn aparte mannelijke en vrouwelijke planten. Alleen oude planten vormen een kegel of een krans van viltige, zaaddragende bladeren met oranjerode zaden.
- Wortels
- Dik en vlezig, met daarnaast koraalachtige wortels waarin blauwalgen leven.
Planten: april–mei · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een architecturale plant die er exotisch uitziet en tientallen jaren meegaat.
- Weinig werk: hij wil veel licht, weinig water en weinig mest.
- Groenblijvend en het hele jaar mooi, binnen of in de zomer op het terras.
- Groeit zo traag dat hij jarenlang in dezelfde pot en op dezelfde plek past.
- Elke nieuwe bladkrans die zich ontrolt, is een klein spektakel.
Waar staat een palmvaren graag?
- Heel licht, met wat zon: bij een raam op het zuiden, oosten of westen. Bij te weinig licht worden de nieuwe bladeren lang en slap.
- In de zomer mag hij buiten in de zon of halfschaduw; laat hem eerst een week in de schaduw wennen.
- Goed doorlatende, zanderige grond: palmen- of cactusgrond gemengd met wat leem of grof zand, neutraal.
- Droog tot licht vochtig: natte voeten zijn zijn grootste vijand.
- Een vaste plek: verplaats of draai hem niet terwijl er nieuwe bladeren uitlopen.
- Licht
- Zonnig of licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Cactusgrond of gewone potgrond
- Zuurtegraad
- Neutraal
- Water geven
- Weinig of gewoon
- Grootte
- 1 m hoog, 1,2 m breed
- Temperatuur
- Minimum -5 °C
Mooi samen met
- Agave: Even architecturaal en net zo blij met zon en droge grond op een zomerterras.
- Olijfboom: Mediterrane sfeer in potten, met dezelfde behoefte aan licht en weinig water.
- Vetplanten: Lage echeveria’s of sedums in een schaal aan de voet zorgen voor contrast.
- Siergrassen: Zachte, wuivende halmen in een pot naast het stijve blad.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een palmvaren?
Planten in april–mei.
- Verpot in april–mei, en alleen om de drie à vier jaar of als de wortels de pot uit duwen.
- Kies een stevige, zware pot die maar een paar cm groter is, met een afvoergat en een laag grind onderin.
- Gebruik goed doorlatende potgrond: palmen- of cactusgrond met wat grof zand of fijn grind.
- Zet de stam even diep als voorheen: hij mag niet dieper in de grond verdwijnen.
- Draag handschoenen en lange mouwen tegen de scherpe bladpunten en het giftige plantmateriaal, en geef pas na een week water.
Verzorgen
- Water
- Giet als de bovenste centimeters droog zijn en laat het overtollige water weglopen. Giet niet in het hart van de rozet.
- Bemesten
- Van mei tot augustus eens per maand een halve dosis mest voor palmen of groene planten.
- Licht
- Hoe lichter, hoe beter; in de zomer graag buiten. Laat hem na de winter geleidelijk aan de volle zon wennen, anders verbrandt het blad.
- Nieuwe bladeren
- Als een nieuwe krans uitloopt, zijn de bladeren zacht. Verplaats de plant dan niet en geef iets meer water tot ze hard zijn.
- Stof
- Veeg het blad af en toe af met een vochtige doek, met handschoenen aan.
Tip: Laat hem in het voorjaar eerst een week in de schaduw wennen voor hij in de zon gaat: zo verbrandt het blad niet.
Wanneer snoei je een palmvaren?
Snoeimaanden: april.
Wanneer: Bijna niet nodig. Knip in april alleen helemaal gele of bruine oude bladeren weg.
Hoe:
- Knip oude bladeren met een scherpe snoeischaar vlak bij de stam af.
- Knip geen groene of half gele bladeren weg: de plant haalt er nog voeding uit.
- Draag dikke handschoenen en ruim alle afgeknipte delen meteen op.
Let op: Ook afgeknipte bladeren en zaden zijn giftig: gooi ze meteen weg, buiten bereik van kinderen en dieren.
Vermeerderen
- Zijscheuten
- Oudere planten vormen soms kleine ‘kindjes’ aan de voet. Snijd ze in het voorjaar los, laat de wonde een paar dagen drogen en zet ze in vochtig zand. Wortelen duurt maanden.
- Zaad
- Alleen van een bestoven vrouwelijke plant. Leg vers zaad half in vochtig zand bij 25–30 °C; kiemen kan maanden duren. Het zaad is zeer giftig.
Hoe komt een palmvaren de winter door?
- Oudere planten verdragen kort lichte vorst tot ongeveer −5 °C, maar natte kou is gevaarlijker dan droge vorst.
- In België haal je hem in oktober, voor de eerste vorst, binnen.
- Ideaal is een lichte, koele plek bij 5–15 °C, zoals een serre of een onverwarmde kamer; in de woonkamer kan ook, zo licht mogelijk.
- Geef in de winter heel weinig water, alleen als de grond bijna helemaal droog is, en bemest niet.
Ziektes en plagen
- Schildluis: Bruine of witte schildjes op de bladeren, vaak aan de onderkant. Wrijf ze weg met een zacht borsteltje of een doek met zeepwater.
- Wolluis: Witte, wollige plukjes in de bladvoeten. Wegvegen met een wattenstaafje met spiritus.
- Gele bladeren: Een of twee oude bladeren per jaar is normaal. Worden veel bladeren geel, dan staat hij te nat of te donker.
- Stamrot: Een zachte, rottende stam door te veel water, zeker in de winter. Laat de grond altijd tussendoor opdrogen.
- Bruine vlekken: Verbrand blad na een plotse verhuis naar de volle zon. Laat hem in het voorjaar geleidelijk wennen.
Het jaar rond
- Januari: Koel en licht. Heel weinig water.
- Maart: Iets meer water als de dagen lengen.
- April: Oude, bruine bladeren wegknippen. Verpotten indien nodig.
- Mei: Verpotten. Na half mei naar buiten, eerst in de schaduw. Maandelijks bemesten.
- Juni: Buiten in zon of halfschaduw. Nieuwe bladeren niet verplaatsen.
- Juli: Water geven als de grond droog is. Bemesten.
- Augustus: Laatste keer bemesten. Letten op schildluis.
- Oktober: Voor de vorst binnenhalen op een lichte, koele plek.
- November: Rust. Weinig water.
- December: Licht en koel. Niet bemesten.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Palmvaren (Cycas) en zamia zijn geen palmen maar cycaden, en in al hun delen zeer giftig, vooral de zaden: ze bevatten cycasine, dat de lever aantast. Vooral honden, die graag op zaden, stam of blad kauwen, lopen gevaar: al een paar zaden kunnen leverfalen geven, en zelfs met behandeling kan dat dodelijk aflopen. Ook voor katten en kinderen is de plant gevaarlijk. De eerste klachten (braken, diarree, sufheid) komen soms pas na enkele uren: bel meteen je dierenarts als je hond of kat eraan heeft geknaagd, ook als hij nog niets laat merken. Zet de pot buiten het bereik van huisdieren en kinderen, ruim afgeknipte bladeren en zaden meteen op, en draag handschoenen bij verpotten en snoeien. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Palmvarens horen bij een van de oudste nog levende groepen zaadplanten: hun verwanten groeiden al in de tijd van de dinosaurussen.
- In de koraalachtige wortels leven blauwalgen die stikstof uit de lucht vastleggen.
- Revoluta betekent ‘teruggerold’: de randen van de blaadjes zijn naar onder omgekruld.