
Foto: No machine-readable author provided. Hans B.~commonswiki assumed (based on copyright claims)., Public domain · bron
Varen · Dicksoniaceae
Boomvaren
Dicksonia antarctica
In andere talen: Fougère arborescente (Français) · Soft tree fern (English)
De boomvaren komt uit de vochtige bossen en ravijnen van Zuidoost-Australië en Tasmanië. Hij vormt een dikke, bruine stam, bedekt met een dichte mat van vezelige wortels, met bovenaan een kruin van grote, boogvormige bladeren van 1,5–3 m lang. De stam groeit maar een paar centimeter per jaar, zodat een plant van een paar meter vaak tientallen jaren oud is. In de tuin geeft hij meteen een tropisch, oerwoudachtig uitzicht in een beschutte, schaduwrijke hoek. In België is hij maar beperkt winterhard: de kruin moet je in de winter goed inpakken.
Let op: Niet betrouwbaar winterhard: zonder goede winterbescherming overleeft hij een strenge Belgische winter meestal niet. Hij heeft maar één groeipunt, bovenaan in de kruin; bevriest dat, dan sterft de hele plant.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand, leem of veen
zuur tot neutraal
Winterhard
tot -8 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
3 m
hoog, 3 m breed
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een boomvaren?
- Groeivorm
- Boomvormig: een rechte, onvertakte stam met bovenaan een brede kruin; in onze tuinen meestal 1,5–3 m hoog en tot 3 m breed.
- Stam
- Dik, zacht en vezelig: een stengel omgeven door een dikke mat van wortels, waarmee de plant ook water opneemt.
- Blad
- Twee tot drie keer geveerd, 1,5–3 m lang, donkergroen en wat ruw, in een rozet bovenaan de stam.
- Bladkrullen
- In het voorjaar ontrollen nieuwe bladkrullen, bedekt met bruine haren, uit het hart van de kruin.
- Groei
- Traag: de stam wordt maar een paar centimeter per jaar hoger.
- Sporen
- Sporenhoopjes aan de rand van de blaadjes van oudere bladeren; varens bloeien niet.
Planten: april–mei · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een spectaculaire blikvanger met een echt tropisch uitzicht, voor een schaduwrijke tuin of binnenkoer.
- In het voorjaar ontrollen de nieuwe bladkrullen uit het hart: een schouwspel dat weken duurt.
- Je koopt hem met een stam van de gewenste hoogte, dus meteen met een volwassen uitzicht.
- In zachte winters blijft het blad groen en is de kruin het hele jaar mooi.
- Groeit ook in een grote pot op een beschut, schaduwrijk terras.
Waar staat een boomvaren graag?
- Halfschaduw tot schaduw; in de volle zon verdrogen de bladeren snel.
- Humusrijke, vochthoudende grond: zand, leem of veen, zuur tot neutraal, rijk aan bladcompost.
- Vochtig tot nat, maar met afvoer: geen stilstaand water rond de stamvoet in de winter.
- Een beschutte plek uit de wind, bijvoorbeeld tussen hoge heesters of in een binnenkoer: wind beschadigt en droogt de grote bladeren uit.
- Reken op 2,5–3 m ruimte voor de kruin; vochtige lucht bij een vijver of onder hoge bomen is een plus.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 3 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -8 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Hosta: Grote bladeren aan de voet van de stam, in dezelfde vochtige schaduw.
- Japans bosgras: Fijn, overhangend gras als lage onderbeplanting.
- Lagere varens: Varens aan de voet maken het oerwoudbeeld compleet.
- Hortensia: Bloeit in de zomer in dezelfde beschutte halfschaduw.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een boomvaren?
Planten in april–mei.
- Plant in april–mei, als de grond opgewarmd is: zo heeft hij een hele zomer om te wortelen voor de eerste winter.
- Graaf een plantgat dat ruim breder is dan de stam en meng veel bladcompost door de grond.
- Zet de stam zo diep dat hij stevig staat, bij een stam van 1 m zo’n 20–30 cm; geef hogere stammen de eerste jaren een paal als steun.
- Vul aan, druk de grond goed aan en giet flink water op de grond én bovenaan over de stam.
- Leg een dikke laag bladcompost of mulch rond de voet.
- Giet de eerste maanden regelmatig water over de stam, bij warm en droog weer elke dag.
Verzorgen
- Water
- Giet in droge periodes water bovenaan over de stam, zodat het naar beneden loopt: de stam neemt het op. In warme zomers dagelijks, liefst met regenwater.
- Bemesten
- Van mei tot augustus af en toe een verdunde, organische vloeibare meststof aan de voet en over de stam.
- Mulchen
- Een dikke laag bladcompost rond de voet houdt de grond koel en vochtig.
- In een pot
- Een grote, zware pot met humusrijke, goed doorlatende potgrond; giet ook in een pot over de stam.
- Oude bladeren
- Knip bruine, afgestorven bladeren af met een stompje aan de stam, zodat de stam niet beschadigd wordt.
Tip: Giet in droge periodes water bovenaan over de stam, want daar zitten de wortels waarmee hij water opneemt. Stop in november stro in het hart en wikkel de kruin in vlies: onder −8 °C vriest hij dood.
Wanneer snoei je een boomvaren?
Snoeimaanden: april.
Wanneer: In april–mei, als de winterbescherming eraf is en de vorst voorbij is. Alleen dode bladeren weghalen.
Hoe:
- Knip bruine, afgestorven bladeren af, met een stompje van een paar centimeter aan de stam.
- Laat groene bladeren staan, ook als ze wat beschadigd zijn: de plant heeft ze nodig om te groeien.
- Haal de bescherming pas weg als er geen strenge vorst meer verwacht wordt.
Let op: Knip nooit in het hart van de kruin: daar zit het enige groeipunt van de plant.
Vermeerderen
- Sporen
- De gebruikelijke methode: rijpe sporen in de zomer verzamelen en onder glas uitzaaien op steriele, vochtige zaaigrond. Het duurt jaren voor je een plant met een stam hebt.
- Zijplantjes
- Soms vormen oudere stammen kleine zijplantjes aan de voet of op de stam; die kun je voorzichtig losmaken en oppotten.
Hoe komt een boomvaren de winter door?
Winterhard tot −8 °C: beschermen in strenge winters.
- Beperkt winterhard: onder ongeveer −8 °C vriest de plant dood, en de kruin is nog gevoeliger dan de stam.
- Pak de kruin vanaf november in: stop stro of droog blad in het hart, vouw de oude bladeren omhoog over de kruin en wikkel alles in winterhard vlies.
- Wikkel bij strenge vorst ook de stam in met vlies, jute of stro, en haal de bescherming in april weer weg.
- In een pot: zet hem voor de winter in een koele, lichte en vorstvrije ruimte, en geef dan weinig water.
Ziektes en plagen
- Bruine bladeren: Verdroogde, bruine bladeren in de zomer: te weinig water op de stam, te veel zon of wind. Giet regelmatig over de stam en kies een beschuttere plek.
- Vorstschade: Zwarte, slappe bladkrullen in het voorjaar: het hart is bevroren. Pak de kruin voortaan beter in; is het hart dood, dan herstelt de plant niet.
- Geen nieuw blad: Na de winter komt er nog geen nieuw blad: wacht tot juni, want sommige planten lopen laat uit. Blijft het hart dan bruin en zacht, dan is de plant dood.
Het jaar rond
- Januari: Bescherming controleren, zeker na storm of sneeuw.
- Maart: Bescherming laten zitten tot de strenge vorst voorbij is.
- April: Bescherming weghalen. Dode bladeren wegknippen. Planten.
- Mei: Planten. Nieuwe bladkrullen ontrollen. Water over de stam geven.
- Juni: Water over de stam bij droogte. Af en toe bijvoeden.
- Juli: Dagelijks water over de stam bij warm weer.
- Augustus: Water over de stam bij droogte. Laatste keer bijvoeden.
- September: Minder water geven.
- Oktober: Potplanten binnenzetten voor de eerste vorst.
- November: Kruin inpakken met stro en vlies.
- December: Bij strenge vorst ook de stam inpakken.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De stam is geen hout: het is een stengel omgeven door een dikke laag wortels, die water en voeding opnemen.
- Veel stammen in de handel komen uit Tasmanië, waar ze worden gered van terreinen die gekapt worden; ze worden zonder wortels verscheept en wortelen in de tuin opnieuw.
- Een stam van twee meter is al gauw enkele tientallen jaren oud.