
Foto: Franz Xaver, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Plantaginaceae
Roestig vingerhoedskruid
Digitalis ferruginea
In andere talen: Digitale ferrugineuse (Français) · Rusty foxglove (English)
Het roestig vingerhoedskruid komt uit Zuid-Europa en West-Azië, van Italië en de Balkan tot Turkije en de Kaukasus, waar het groeit in lichte bossen en op open, stenige plekken. Het vormt een rozet van smalle, glanzend donkergroene bladeren, waaruit in de zomer kaarsrechte, slanke aren tot 1,2 m hoog groeien. Die zitten dicht bezet met kleine, bolle bloempjes in goudgeel tot roestbruin, met een fijn netwerk van donkere adertjes en een behaarde onderlip. Tuiniers gebruiken het als verticaal accent tussen grassen en prairieplanten. Het is vaak tweejarig of kortlevend, maar zaait zich gemakkelijk uit.
Let op: Alle delen van de plant zijn zeer giftig, ook de zaden en het sap. Gevaarlijk voor kinderen, katten, honden, paarden en ander grazend vee. Plant hem niet waar kleine kinderen spelen, niet langs een weide en niet in of naast de moestuin, en draag handschoenen als je met de plant werkt.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
1,2 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | augustus–september |
|---|---|
| Hoogte | 1,2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een roestig vingerhoedskruid?
- Groeivorm
- Bladrozet aan de grond, met één of enkele rechte bloeistengels van 1–1,2 m, soms hoger.
- Blad
- Smal lancetvormig, glanzend donkergroen en kaal; de rozet blijft in de winter vaak groen.
- Bloem
- Kleine, bolle klokjes van 1,5–3 cm, dicht opeen langs het bovenste deel van de stengel, van juni tot augustus.
- Kleur
- Goudgeel tot roestbruin, van binnen fijn roodbruin geaderd, met een lichtere, behaarde onderlip.
- Levensduur
- Tweejarig of kortlevend vast: eerst een rozet, daarna bloei en zaad.
- Zaad
- Talrijke stoffijne zaadjes in doosvruchten langs de aar.
Bloei: juni–augustus · Zaaien: maart–juni · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: augustus–september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Strakke, verticale aren die een border hoogte en structuur geven zonder veel ruimte in te nemen.
- Een ongewone, warme bloemkleur die mooi samengaat met grassen en herfsttinten.
- Hommels en bijen kruipen in de bloemen voor nectar en stuifmeel.
- De uitgebloeide aren blijven als slanke silhouetten staan tot in de herfst.
- Weinig werk: hij zaait zichzelf uit en duikt elk jaar op een andere plek op.
Waar staat een roestig vingerhoedskruid graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon blijven de aren steviger en rechter.
- Goed drainerende zand-, leem- of kleigrond, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig: hij verdraagt een droge zomer, maar geen natte voeten in de winter.
- Plant op 30–40 cm afstand, liefst verspreid tussen andere planten in plaats van in een rij.
- Kies een plek uit de buurt van spelende kinderen, huisdieren en de moestuin.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 1,2 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Pijpenstrootje: De fijne halmen en de slanke aren versterken elkaar, ook in de herfst.
- Reuzenvedergras: Goudkleurige pluimen die mooi bij de roestbruine bloemen passen.
- Rode zonnehoed: Ronde, roze bloemen als contrast met de verticale aren.
- Kogeldistel: Blauwe bollen en dezelfde voorkeur voor zon en goed drainerende grond.
- Steppesalie: Lage, blauwpaarse aren aan de voet van de hoge kaarsen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een roestig vingerhoedskruid?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Maak een plantgat iets groter dan de pot; in zware grond meng je er wat grind door.
- Zet de rozet even diep als in de pot: het hart mag niet onder de grond zitten.
- Houd 30–40 cm afstand tussen de planten.
- Geef water bij het planten en de eerste weken bij droogte.
- Draag handschoenen bij het planten en verplanten: alle delen zijn giftig.
Verzorgen
- Water
- Alleen bij aanhoudende droogte in het eerste jaar. Daarna redt hij zich prima.
- Bemesten
- Niet nodig; in rijke grond worden de aren slap.
- Steun
- Meestal overbodig. Op een winderige plek kun je een dunne stok bij de aar zetten.
- Uitgebloeide aren
- Knip ze weg als je geen zaailingen wilt, of laat er een paar staan voor zaad.
- Zaailingen
- Wied overtollige zaailingen weg en laat de sterkste staan op de plek waar je ze wilt.
Tip: Plant hem niet in een blok, maar verspreid hem met losse exemplaren tussen grassen: zo lijkt het alsof hij zich spontaan heeft uitgezaaid, en dat doet hij daarna ook.
Wanneer snoei je een roestig vingerhoedskruid?
Snoeimaanden: augustus–september.
Wanneer: Na de bloei, in augustus of september. Verder hoeft hij niet gesnoeid te worden.
Hoe:
- Knip de hoofdaar terug tot op de rozet als de meeste bloemen uitgebloeid zijn; soms volgen er dan nog kleinere zijaren.
- Wil je dat hij zich uitzaait, laat dan één of twee aren staan tot de zaaddozen bruin zijn en openspringen.
- Haal in het voorjaar dode bladeren uit de rozet.
Let op: Draag handschoenen bij het snoeien en was daarna je handen: het sap en alle plantendelen zijn giftig.
Vermeerderen
- Binnen zaaien
- In maart–april: strooi het stoffijne zaad op vochtige zaaigrond en dek het niet af, want het kiemt in het licht. Uitplanten vanaf mei.
- Buiten zaaien
- In mei–juni in een zaaibed of ter plaatse; zet de jonge rozetten in september op hun definitieve plek.
- Zelfuitzaai
- Laat een paar aren zaad zetten; daarna verschijnen de zaailingen vanzelf in de buurt.
Hoe komt een roestig vingerhoedskruid de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Winterhard tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- De bladrozet blijft vaak groen in de winter; laat hem met rust.
- Natte, zware grond in de winter kan de rozet doen rotten. Zorg voor een goede drainage.
Ziektes en plagen
- Rot in de rozet: Het hart wordt zacht en bruin na een natte winter. Plant op een goed drainerende plek en houd bladafval weg.
- Slakken: Jonge rozetten worden in het voorjaar aangevreten. Controleer ’s avonds en vang de slakken weg.
- Verdwijnen na de bloei: Normaal voor een tweejarige of kortlevende plant: laat hem uitzaaien of zaai elk jaar bij.
- Bladvlekken: Bruine vlekken op oudere bladeren bij vochtig weer. Knip aangetaste bladeren weg en laat ruimte rond de plant.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Binnen zaaien. Dode bladeren uit de rozet halen.
- April: Planten. Binnen zaaien. Letten op slakken.
- Mei: Buiten zaaien. Voorgezaaide planten uitplanten.
- Juni: Begin van de bloei. Buiten zaaien.
- Juli: Volle bloei. Hommels op bezoek.
- Augustus: Einde van de bloei. Hoofdaar terugknippen of zaad laten zetten.
- September: Uitgebloeide aren wegknippen of zaad oogsten. Jonge rozetten verplanten. Planten.
- Oktober: Planten. Overtollige zaailingen wieden.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van vingerhoedskruid zijn giftig: de stoffen erin werken sterk op het hart. De bladrozetten worden in het voorjaar verward met die van smeerwortel of bernagie; vingerhoedskruid heeft zachte, fijn behaarde bladeren zonder stekelige haren en zonder komkommergeur. Pluk dus geen kruiden voor thee in de buurt van vingerhoedskruid als je niet zeker bent. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Digitalis komt van het Latijnse digitus, vinger: de bloemen passen als een vingerhoed over een vingertop.
- Ferruginea betekent ‘roestkleurig’, naar het Latijnse ferrum, ijzer.
- Hommels landen op de behaarde onderlip en kruipen dan diep in de bloem; zo bestuiven ze hem.