
Foto: Ezra Katz, CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Euphorbiaceae
Christusdoorn
Euphorbia milii
In andere talen: Épine du Christ (Français) · Crown of thorns (English)
De christusdoorn (Euphorbia milii) is een vetplant uit Madagaskar, uit de wolfsmelkfamilie. Het is een vertakte, dicht bestekelde struik met grijsbruine stengels, waarop alleen aan de toppen heldergroene blaadjes staan. Van maart tot oktober, en op een warme, lichte plek nog langer, verschijnen er trosjes ‘bloemen’ in rood, roze, zalm, geel of wit. Die kleurige delen zijn eigenlijk schutbladen rond heel kleine echte bloempjes. Hij is sterk en verdraagt droge kamerlucht en een vergeten gietbeurt, maar het witte melksap is giftig.
Let op: Het witte melksap is giftig en irriteert huid, ogen en slijmvliezen. Zet de plant buiten bereik van kinderen, katten en honden, die er niet aan mogen knabbelen, en let op de scherpe doorns. Draag handschoenen bij snoeien, stekken en verpotten, en was daarna goed je handen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 10 °C
Grootte
0,8 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
maart–oktober
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | maart–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een christusdoorn?
- Groeivorm
- Vertakte, rechtopgaande tot wat uitgezakte struik, in pot 30–80 cm hoog en tot 50 cm breed.
- Stengels
- Dik, grijsbruin en dicht bezet met scherpe doorns tot ongeveer 2 cm.
- Blad
- Ovaal, heldergroen, 3–5 cm, alleen aan de toppen; valt af bij droogte of kou en groeit later terug.
- Bloem
- Kleine echte bloempjes, elk omringd door twee ronde, gekleurde schutbladen, in trosjes op lange steeltjes.
- Kleur
- Meestal rood, ook roze, zalm, geel, crème of wit.
- Melksap
- Wit en kleverig; het komt vrij bij elke wonde en is giftig en irriterend.
Bloei: maart–oktober · Planten: maart–april · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit bijna het hele jaar, met trosjes felgekleurde schutbladen.
- Verdraagt droge kamerlucht, volle zon en een vergeten gietbeurt.
- Groeit traag en blijft jaren compact in dezelfde pot.
- Een sterke plant voor een zonnige vensterbank op het zuiden, waar veel kamerplanten verbranden.
- In de zomer mag hij buiten op een warme, beschutte plek.
Waar staat een christusdoorn graag?
- Zo zonnig mogelijk: een raam op het zuiden of westen. Hoe meer licht, hoe meer bloemen.
- Warm, 18–25 °C, en nooit lang onder ongeveer 10 °C.
- Goed doorlatende cactusgrond, of potgrond gemengd met een derde grof zand.
- Droog: de grond mag tussen twee gietbeurten helemaal opdrogen.
- Van juni tot september mag hij buiten op een warme, beschutte plek, eerst een paar dagen in de halfschaduw.
- Licht
- Zonnig
- Potgrond
- Cactusgrond
- Zuurtegraad
- Neutraal
- Water geven
- Weinig
- Grootte
- 0,8 m hoog, 0,5 m breed
- Temperatuur
- Minimum 10 °C
Mooi samen met
- Aloë: Ook een zonaanbidder die weinig water vraagt, met dik, stekelig blad.
- Cactussen: Dezelfde cactusgrond, dezelfde zonnige plek en dezelfde zuinige verzorging.
- Vrouwentong: Rechtopstaand, gestreept blad als rustig contrast naast de kleurige bloemen.
- Echeveria: Lage rozetten in een schaal naast de christusdoorn.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een christusdoorn?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart–april, om de twee à drie jaar of als de pot vol wortels zit.
- Kies een pot die maar iets groter is, met een afvoergat; terracotta is ideaal, want die is zwaar en droogt goed uit.
- Gebruik cactusgrond of gewone potgrond gemengd met een derde grof zand of fijn grind.
- Draag dikke handschoenen en houd de plant vast met een opgerolde krant, tegen de doorns en het melksap.
- Zet hem even diep als voorheen en geef pas na een week een beetje water.
Verzorgen
- Water
- Van maart tot oktober giet je als de grond droog is, en laat je het overtollige water weglopen. In de winter heel weinig.
- Bemesten
- Van april tot september eens per maand een halve dosis cactusmest.
- Licht
- Volle zon, het hele jaar door; hoe meer licht, hoe rijker de bloei.
- Bladval
- Kou, tocht of een te natte kluit doen hem zijn blad verliezen. Het groeit terug als hij weer warm en licht staat.
- Verpotten
- Om de twee à drie jaar in het voorjaar, met handschoenen aan.
Tip: Geef hem een vaste, zonnige plek en verhuis hem niet te vaak: hij reageert op veranderingen met bladval.
Wanneer snoei je een christusdoorn?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: In maart–april, als de groei begint. Snoeien is niet nodig, alleen om hem in vorm te houden of te verjongen.
Hoe:
- Knip te lange of kale stengels met een scherpe schaar in tot net boven een vertakking.
- Dep of besproei de snijwonde met lauw water, dan stopt het melksap sneller.
- Gebruik de afgeknipte toppen als stek.
- Draag handschoenen, een bril en lange mouwen, en leg krantenpapier onder de plant.
Let op: Krijg je melksap in je ogen, spoel dan meteen lang met water en zoek bij klachten medische hulp.
Vermeerderen
- Stekken
- In het voorjaar of de zomer: snijd toppen van 8–10 cm af, spoel het melksap weg met lauw water en laat de stekken een paar dagen drogen. Zet ze in licht vochtige cactusgrond op een warme, lichte plek; na enkele weken wortelen ze.
Hoe komt een christusdoorn de winter door?
- Kamerplant: houd hem het hele jaar bij minstens 10–12 °C, en haal hem in september binnen als hij buiten stond.
- Zet hem zo licht mogelijk, vlak bij het raam; op een warme, lichte plek bloeit hij ook in de winter door.
- Geef in de winter alleen water als de grond helemaal droog is, en dan maar een beetje; niet bemesten.
- Wat bladval op een koele plek is normaal; in het voorjaar loopt hij weer uit.
Ziektes en plagen
- Bladval: Door kou, tocht, te veel water of een plotse verhuis. Zet hem warm en licht en giet minder.
- Wortel- en stengelrot: Een zachte, zwarte stengelvoet door natte grond, vooral in de winter. Laat de grond tussendoor helemaal opdrogen; neem gezonde toppen als stek.
- Wolluis: Witte, wollige plukjes tussen de doorns. Wegvegen met een wattenstaafje met spiritus.
- Weinig bloemen: Te weinig licht. Zet hem op de zonnigste plek in huis of in de zomer buiten.
Het jaar rond
- Januari: Licht en warm. Heel weinig water.
- Maart: Snoeien en verpotten. Bloei begint. Iets meer water geven.
- April: Snoeien indien nodig. Bemesten. Stekken nemen.
- Mei: Bloei. Water geven als de grond droog is.
- Juni: Naar buiten op een warme, beschutte plek. Stekken.
- Juli: Volle bloei. Maandelijks bemesten.
- Augustus: Bloei. Letten op wolluis.
- September: Binnenhalen. Laatste keer bemesten.
- Oktober: Minder water. Zo licht mogelijk zetten.
- December: Rust. Alleen water als de grond helemaal droog is.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Wolfsmelken als kamerplant, zoals de christusdoorn en Euphorbia trigona (die op een cactus lijkt), bevatten in alle delen een wit melksap dat giftig en bijtend is: op de huid geeft het roodheid en jeuk, in de ogen hevige pijn en mogelijk schade aan het hoornvlies. Katten, honden en kleine kinderen die eraan knabbelen, kunnen een branderige mond krijgen, kwijlen en braken. Zet de pot buiten hun bereik, draag handschoenen en een bril bij snoeien, stekken en verpotten, en was daarna je handen en je gereedschap. Krijg je melksap in je ogen, spoel ze dan meteen minstens een kwartier met lauw stromend water en ga naar een arts. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De kleurrijke ‘bloemblaadjes’ zijn schutbladen, net als bij de kerstster, die tot hetzelfde geslacht behoort.
- De soort is genoemd naar baron Milius, gouverneur van het eiland Réunion, die de plant in 1821 naar Frankrijk liet brengen.
- Het geslacht Euphorbia heet in het Nederlands wolfsmelk, naar het witte melksap dat de soorten gemeen hebben.