Bengaalse vijg (Ficus benghalensis)

Foto: Ahoerstemeier, CC BY-SA 3.0 · bron

Kamerplant · Moraceae

Bengaalse vijg

Ficus benghalensis

In andere talen: Figuier des banians (Français) · Banyan (English)

De Bengaalse vijg of banyan komt uit India en de omliggende landen, waar hij uitgroeit tot een reusachtige boom met luchtwortels die tot nieuwe stammen worden. Als kamerplant blijft hij een rechtopgaand boompje van 1,5–2,5 m met grote, ovale, leerachtige bladeren met opvallende, lichtgroene nerven. Jonge bladeren en twijgen zijn fijn behaard en voelen wat fluweelachtig aan. Liefhebbers waarderen hem omdat hij een statige kamerboom vormt en minder lastig is dan zijn bekende familielid, de vioolbladplant. In de handel vind je hem vaak onder de rasnaam ‘Audrey’.

Let op: Het witte melksap is giftig en irriteert huid en ogen. Bij knabbelen kan het bij katten en honden braken en irritatie van mond en maag veroorzaken. Houd de plant buiten bereik van kinderen en huisdieren, draag handschoenen bij het snoeien en was daarna je handen.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Potgrond

  • Winterhard

    Kamerplant

    min. 12 °C

  • Grootte

    2,5 m

    hoog, 1,2 m breed

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart–april
Hoogte2,5 m
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren

Herkennen

Hoe herken je een Bengaalse vijg?

Groeivorm
Rechtopgaand boompje met één stam; binnen 1,5–2,5 m hoog en tot 1,2 m breed.
Blad
Ovaal tot breed elliptisch, 10–20 cm lang, leerachtig, groen met opvallende, lichtgroene nerven; jong blad fijn behaard.
Stam
Lichtgrijs en glad; jonge twijgen fijn behaard.
Luchtwortels
In de natuur hangen ze uit de takken naar beneden en worden ze nieuwe stammen; binnen vormt hij ze zelden.
Melksap
Bij een wonde komt wit melksap vrij dat de huid kan irriteren.

Planten: maart–april · Snoeien: maart–april

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een statige kamerboom met groot, leerachtig blad: een blikvanger in een lichte kamer.
  • Sterk en vrij vergevingsgezind, als hij genoeg licht krijgt.
  • Groeit rustig en laat zich met snoeien makkelijk in vorm houden.
  • De lichte nerven en het fluweelachtige jonge blad geven hem een eigen karakter.
  • Blijft het hele jaar groen.

Waar staat een Bengaalse vijg graag?

  • Veel licht, liefst vlak bij een raam met een paar uur ochtend- of avondzon. Felle middagzon achter glas kan het blad verbranden.
  • Kamertemperatuur, 18–24 °C; nooit onder 12 °C. Geen tocht en geen koude ruit.
  • Kies een vaste plek: verhuizen kost vaak een paar bladeren. Draai de pot wel af en toe een kwartslag voor een rechte groei.
  • Reken op ruimte: binnen wordt hij tot 2,5 m hoog en 1,2 m breed.
  • Buiten bereik van kinderen en huisdieren.
Licht
Zonnig of licht, zonder felle zon
Potgrond
Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Water geven
Gewoon
Grootte
2,5 m hoog, 1,2 m breed
Temperatuur
Minimum 12 °C

Mooi samen met

  • Paradijsvogelbloem: Ook een grote, statige plant voor een lichte plek.
  • Kentiapalm: Sierlijke palmbladen als contrast met het grove ficusblad.
  • Gatenplant: Een andere grote bladplant voor een tropische hoek.
  • Vrouwentong: Laag en strak aan de voet van de boom.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een Bengaalse vijg?

Planten in maart–april.

  1. Verpot in maart–april, om de 2–3 jaar of als de wortels uit de pot groeien; een grote plant krijgt alleen een nieuwe bovenlaag potgrond.
  2. Kies een stevige pot die 3–5 cm breder is dan de oude, met een gat in de bodem.
  3. Gebruik goede potgrond voor kamerplanten, gemengd met wat perliet of fijne schors voor een goede afwatering.
  4. Zet de plant even diep als voordien en druk de grond goed aan.
  5. Geef water tot het uit de bodem loopt en giet de schotel na een kwartier leeg.

Verzorgen

Water
Laat de bovenste 3–5 cm potgrond opdrogen voor je opnieuw water geeft. Laat nooit water in de schotel staan. In de winter minder.
Bemesten
Van april tot september om de 2–3 weken kamerplantenvoeding.
Blad afstoffen
Neem de grote bladeren af en toe af met een vochtige doek: stof houdt licht tegen.
Luchtvochtigheid
Gewone kamerlucht is goed; zet hem niet vlak boven een radiator.
Draaien
Draai de pot om de paar weken een kwartslag, zodat hij recht groeit.

Tip: Geef hem de lichtste plek die je hebt, liefst met een paar uur ochtend- of avondzon, en verhuis hem daarna niet meer. Laat de bovenste laag potgrond opdrogen en stof de grote bladeren af en toe af.

Wanneer snoei je een Bengaalse vijg?

Snoeimaanden: maart–april.

Wanneer: In maart–april, als hij te hoog wordt of als je hem voller wilt laten groeien.

Hoe:

  • Knip de top of te lange takken af net boven een blad of een knop; daaronder lopen nieuwe zijtakken uit.
  • Snoei met een scherpe, schone snoeischaar.
  • Dep het melksap dat uit de wonde loopt met een vochtig doekje; het droogt na korte tijd op.
  • Gebruik de afgeknipte toppen als stek.

Let op: Het witte melksap irriteert huid en ogen: draag handschoenen en bescherm de vloer.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Topstek
In mei–juli toppen van 15–20 cm met 2–3 bladeren afknippen, het melksap laten opdrogen en in vochtige stekgrond of water zetten, op 22–25 °C onder plastic. Na 4–8 weken verschijnen wortels.
Luchtafleggen
Bij een oudere plant: een kleine kerf in de stam maken, omwikkelen met vochtig veenmos en folie. Zodra er wortels zichtbaar zijn, de top eronder afknippen en oppotten.

Hoe komt een Bengaalse vijg de winter door?

  • Het hele jaar binnen: hij verdraagt geen vorst en lijdt onder 12 °C.
  • Zet hem op de lichtste plek in huis: in de donkere maanden heeft hij al het licht nodig.
  • Geef minder water en geen voeding van oktober tot maart.
  • Weg van koude ramen, tocht en hete radiators.

Ziektes en plagen

  • Bladval: Plotseling bladverlies door verhuizen, tocht, kou of te weinig licht. Geef hem een vaste, lichte plek; meestal herstelt hij vanzelf.
  • Wortelrot: Gele, hangende bladeren en natte grond. Giet minder en laat de grond tussendoor opdrogen.
  • Schildluis: Bruine schildjes op de nerven en stengels, met kleverige honingdauw. Verwijder ze met een wattenstaafje of borsteltje met zeepwater.
  • Spint: Fijne spinsels en lichte stipjes, bij droge lucht. Spoel de plant af onder de douche.
  • Wolluis: Witte pluisjes in de bladoksels. Wegnemen met een wattenstaafje met wat alcohol.

Het jaar rond

  • Januari: Lichtste plek. Weinig water, geen voeding.
  • Maart: Verpotten of terugsnoeien.
  • April: Snoeien of verpotten. Weer bemesten.
  • Mei: Bemesten. Topstekken nemen.
  • Juni: Bemesten. Het blad afstoffen.
  • Juli: Bemesten. Stekken nemen. Letten op spint.
  • Augustus: Bemesten.
  • September: Laatste keer bemesten.
  • Oktober: Minder water geven. Naar de lichtste plek zetten.
  • December: Weinig water. Weg van koude ramen en hete radiators.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Het witte melksap van deze ficussen is giftig en irriterend: op de huid geeft het roodheid en jeuk, in de ogen pijn, en wie erop kauwt, krijgt last van mond, maag en darmen; katten en honden kwijlen en braken. Het sap bevat latex: wie allergisch is voor latex, reageert er soms ook op, en ook stof op de bladeren van een ficus binnen kan allergie geven. Draag handschoenen bij het snoeien en stekken, en was daarna je handen. Zet de plant buiten het bereik van katten, honden en kleine kinderen, en ruim afgeknipte takjes en afgevallen bladeren op. De kleine vruchtjes zijn geen vijgen om te eten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De Bengaalse vijg is de nationale boom van India.
  • In de natuur groeien zijn luchtwortels naar de grond en worden ze pilaren, zodat één boom uitgroeit tot een heel bosje. Het bekendste exemplaar, in de botanische tuin van Kolkata, beslaat meer dan een hectare.
  • De naam banyan verwijst naar Indiase handelaars, die in de schaduw van de boom samenkwamen om zaken te doen.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…