
Foto: Ton Rulkens from Mozambique, CC BY-SA 2.0 · bron
Bol- of knolgewas · Iridaceae
Acidanthera
Gladiolus murielae
In andere talen: Glaïeul d’Abyssinie (Français) · Abyssinian gladiolus (English)
De acidanthera, botanisch Gladiolus murielae en in de handel vaak nog Acidanthera bicolor, is een knolgewas uit de hooglanden van Oost-Afrika, onder meer Ethiopië, het vroegere Abessinië. Uit een smalle waaier van zwaardvormige bladeren groeien sierlijk gebogen stengels tot 90 cm hoog. Van augustus tot in oktober dragen ze stervormige, witte bloemen met een donkerpaars hart, die zoet en sterk geuren, vooral ’s avonds. Tuiniers houden van hem omdat hij laat in het seizoen nog fris en elegant bloeit, weinig plaats vraagt en een prachtige snijbloem is. Hij is niet winterhard: je plant de knollen in het voorjaar en rooit ze in de herfst, net als gladiolen.
Let op: Alle delen, vooral de knollen, zijn giftig bij inslikken. Bewaar de knollen in de winter buiten het bereik van kinderen, honden en katten, en verwar ze niet met sjalotten of andere eetbare knollen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
tot -5 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,9 m
hoog, 0,15 m breed
Bloei
augustus–oktober
| Hoogte | 0,9 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | augustus–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een acidanthera?
- Groeivorm
- Rechtopgaande waaier van bladeren met sierlijk overhangende bloemstengels, 70–90 cm hoog en maar 15 cm breed.
- Blad
- Smal, zwaardvormig en in de lengte geribd, frisgroen, zoals bij een kleine gladiool.
- Bloem
- Stervormig, 5–7 cm breed, met zes witte bloemblaadjes en een donkerpaarse vlek in het hart, aan een lange, slanke bloembuis. Tot een tiental bloemen per stengel, die van onder naar boven opengaan.
- Geur
- Zoet en sterk, het krachtigst bij valavond.
- Knol
- Een kleine, platronde knol met een vezelig vliesje. Elk jaar groeit een nieuwe knol bovenop de oude, met kleine broedknolletjes errond.
Bloei: augustus–oktober · Planten: april–mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit laat, van augustus tot in oktober, als veel zomerbloeiers al over hun hoogtepunt zijn.
- De bloemen geuren heerlijk, vooral ’s avonds: zet hem bij een terras of zitplek.
- Een elegante snijbloem: de knoppen aan een stengel gaan in de vaas één voor één open.
- Neemt weinig plaats in: tussen andere planten in de border of in een pot op het terras.
- De knollen zijn makkelijk te bewaren, zodat je er jaar na jaar van geniet.
Waar staat een acidanthera graag?
- Volle zon en een warme, beschutte plek, bijvoorbeeld voor een zuidmuur: hoe warmer de zomer, hoe rijker de bloei.
- Lichte, goed doorlatende grond: zand of leem, neutraal tot kalkrijk. In zware, natte klei rotten de knollen.
- Normaal vochtige grond: in de zomer regelmatig water, maar nooit natte voeten.
- Plant in groepjes van minstens tien knollen, op 10–15 cm van elkaar.
- In een pot van 30 cm doorsnede passen 8–10 knollen; gebruik potgrond met wat scherp zand.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,9 m hoog, 0,15 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -5 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Patagonisch ijzerhard: Luchtige, paarse bloemhoofdjes die even laat bloeien en de witte sterren mooi laten uitkomen.
- Siergrassen: Lampenpoetsersgras of vedergras geeft beweging en een zachte achtergrond voor de overhangende bloemen.
- Dahlia: Bloeit tegelijk, wil dezelfde warme plek en wordt ook in de herfst gerooid.
- Cosmea: Een luchtige eenjarige die tot de vorst doorbloeit, mooi in wit of roze.
- Lavendel: Zilvergrijs blad en geur vooraan in de border, op dezelfde zonnige plek.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een acidanthera?
Planten in april–mei.
- Plant buiten van eind april tot eind mei, als de grond opgewarmd is. Voor een vroegere bloei start je de knollen in april in potjes binnen.
- Maak de grond goed los en meng op zware grond wat scherp zand of fijn grind door het plantgat.
- Plant de knollen 8–10 cm diep, met de punt naar boven.
- Houd 10–15 cm tussen de knollen en plant in losse groepjes, niet in een rij.
- Geef na het planten water en houd de grond licht vochtig tot de eerste bladeren boven komen.
- Een dun laagje compost als mulch houdt de grond in de zomer gelijkmatig vochtig.
Verzorgen
- Water
- Geef regelmatig water bij droogte, vooral vanaf juli als de bloemstengels groeien. Controleer potten in de zomer bijna dagelijks.
- Bemesten
- Planten in een pot krijgen vanaf juni om de twee weken vloeibare mest voor bloeiende planten. In de border volstaat compost bij het planten.
- Steun
- Op een winderige plek helpt een dun stokje of steun van buurplanten, zodat de stengels niet omvallen.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip uitgebloeide stengels af, maar laat het blad staan tot het geel wordt: het voedt de nieuwe knol.
- Snijden
- Snij een stengel als de onderste knop kleur toont; de andere knoppen gaan in de vaas nog open.
Tip: Plant de knollen in twee of drie keer, van eind april tot eind mei: zo bloeit hij langer. Zet een pot vlak bij je zitplek, zodat je ’s avonds van de geur geniet.
Wanneer snoei je een acidanthera?
Wanneer: De acidanthera wordt niet gesnoeid. Je knipt alleen uitgebloeide stengels af en verwijdert het blad bij het rooien in oktober.
Hoe:
- Knip uitgebloeide stengels net boven het blad af, zodat de plant geen energie in zaad steekt.
- Laat het blad zo lang mogelijk groen staan: zo krijg je volgend jaar een krachtige knol.
- Knip bij het rooien het blad af tot 2–3 cm boven de knol.
Vermeerderen
- Broedknolletjes
- Bij het rooien zitten er kleine knolletjes rond de nieuwe knol. Bewaar ze apart en plant ze in het voorjaar in een pot of rijtje; na twee à drie jaar zijn ze groot genoeg om te bloeien.
- Zaad
- Mogelijk, maar traag: zaailingen bloeien pas na enkele jaren en in onze korte zomer rijpt het zaad zelden. Broedknolletjes gaan sneller.
Hoe komt een acidanthera de winter door?
Winterhard tot −5 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: de knol verdraagt hooguit lichte vorst tot ongeveer −5 °C en rot in natte wintergrond. Rooi hem in oktober, voor de eerste strenge nachtvorst.
- Laat de knollen twee à drie weken drogen op een luchtige, vorstvrije plek. Verwijder dan de oude, verschrompelde knol en de aarde.
- Bewaar ze droog en donker bij 10–15 °C, in een papieren zak of een open bakje.
- Een pot mag in zijn geheel droog en vorstvrij overwinteren in een garage of kelder.
Ziektes en plagen
- Trips: Zilverachtige vlekjes en streepjes op blad en bloemen, soms misvormde knoppen. Knip aangetaste delen weg, spuit jonge planten af met water en bewaar de knollen koel en droog.
- Rotte knollen: Zachte, beschimmelde of verkleurde knollen tijdens het bewaren. Laat ze goed drogen, bewaar ze luchtig en gooi aangetaste knollen meteen weg.
- Geen of late bloei: Te laat geplant, te kleine knollen of te weinig zon en warmte. Plant tijdig op de warmste plek of start de knollen vroeg binnen.
- Slakken: Ze vreten in mei–juni aan de jonge scheuten. Raap ze ’s avonds weg en houd de grond rond de planten vrij van schuilplekken.
Het jaar rond
- Januari: Bewaarde knollen controleren op rot.
- Maart: Knollen kopen en nakijken: ze moeten stevig en droog zijn.
- April: Knollen binnen in potjes opzetten voor een vroegere bloei. Eind april buiten planten op een warme plek.
- Mei: Buiten planten, 8–10 cm diep. Letten op slakken.
- Juni: Water geven bij droogte. Potten om de twee weken bemesten.
- Juli: De bloemstengels groeien. Water geven en waar nodig steun plaatsen.
- Augustus: Begin van de bloei. Bloemen snijden voor de vaas.
- September: Volle bloei en geur. Uitgebloeide stengels afknippen.
- Oktober: Laatste bloemen. Knollen rooien voor de eerste vorst en laten drogen.
- November: Knollen schoonmaken, oude knol verwijderen en droog en vorstvrij bewaren.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de gladiool zijn giftig, vooral de knollen: ze kunnen braken, kwijlen en diarree geven, bij kinderen en ook bij honden, katten en paarden. Gladiolen die je in de herfst rooit, zoals de grootbloemige tuingladiool en acidanthera, bewaar je vorstvrij tot het voorjaar, vaak in de kelder of de garage, waar ook de aardappelen en uien liggen: de platte knollen met hun bruine rok kunnen dan verward worden met sjalotten of uien. Bewaar ze dus apart, in een gelabelde doos of zak, buiten het bereik van kinderen en huisdieren. Laat geen knollen rondslingeren waar honden ze kunnen vinden, en draag handschoenen bij het rooien, schoonmaken en planten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Lang stond hij in een eigen geslacht, Acidanthera. Nu hoort hij bij de gladiolen, maar in de handel heet hij vaak nog acidanthera.
- De Franse en Engelse naam verwijzen naar Abessinië, de oude naam van Ethiopië, waar de plant in het wild groeit.
- De lange, smalle bloembuis en de sterke avondgeur passen bij bestuiving door nachtvlinders.