
Foto: Le.Loup.Gris, CC BY-SA 3.0 · bron
Siergras · Poaceae
Koeleria glauca
In andere talen: Koelérie glauque (Français) · Blue hair grass (English)
Koeleria glauca komt van nature voor op droge, zandige graslanden en heiden in Europa, vaak op open zandgrond. Het is een klein, groenblijvend siergras dat een nette pol vormt van ongeveer 30 cm hoog en breed, met smalle, blauwgrijze bladeren. In juni en juli verschijnen compacte, cilindervormige aren die eerst zilverig groen zijn en later strokleurig worden. Het gras is droogtebestendig en volledig winterhard (tot ongeveer −25 °C). Het is een mooi alternatief voor blauw schapengras (Festuca glauca) op zandgrond, mits de drainage goed is.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juni–juli
| Hoogte | 0,3 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een Koeleria glauca?
- Groeivorm
- Compacte, dichte, groenblijvende pol van ongeveer 30 cm hoog en breed, de bloeiaren erbij.
- Blad
- Smal, stijf en blauwgrijs door een waslaagje.
- Bloem
- Dichte, smalle, cilindervormige aren in juni en juli, eerst zilverig groen of paarsachtig, later strokleurig.
- Wortels
- Vezelig wortelgestel dat droogte verdraagt maar geen natte voeten.
- Gebruik
- Rotstuin, grindtuin, randen, bakken en dakbeplanting.
Bloei: juni–juli · Planten: maart–mei en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Blauwgrijze, groenblijvende pollen die in alle seizoenen kleur geven.
- Compacte, cilindervormige aren in juni en juli.
- Droogtebestendig en volledig winterhard: ideaal voor zand en grind.
- Blijft laag: handig voor rotstuin, grind, randen en bakken.
- Weinig onderhoud: geen snoei en geen mest nodig.
Waar staat een Koeleria glauca graag?
- Volle zon: in de schaduw verliest hij zijn blauwe kleur en valt de pol open.
- Arme tot gewone, doorlatende grond: zand of leem, neutraal tot kalkrijk. Heel geschikt voor zandgrond.
- Droog: zeer droogtebestendig. Natte, zware grond is zijn grootste vijand.
- Plant op 25–30 cm van elkaar, in groepjes van minstens drie voor het mooiste effect.
- Heeft geen beschutting nodig: hij verdraagt wind en warmte.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,3 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Tijm: Een aromatisch tapijt op dezelfde droge, zonnige plek.
- Vetkruid: Dikke bladeren en late bloemen, met dezelfde behoefte aan zon en droge grond.
- Lavendel: Blauwpaarse bloemen en grijs blad op doorlatende grond.
- Duizendblad: Gele of oranje schermen in de zomer boven de lage pollen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Koeleria glauca?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren is.
- Werk zware grond los en meng er grof zand of fijn grind door. Op zandgrond hoef je niets te verbeteren.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de kroon op bodemniveau.
- Plant op 25–30 cm van elkaar, in groepjes of rijen.
- Geef flink water na het planten en daarna het eerste seizoen enkel bij langdurige droogte.
- Leg een dun laagje grind of split rond de planten; geen organische mulch.
Verzorgen
- Water
- Het eerste seizoen bij langdurige droogte. Daarna zelden nodig, in een pot of bak wel af en toe.
- Bemesten
- Niet nodig: arme grond houdt de pol compact en blauwgrijs.
- Uitkammen
- Trek in het voorjaar dode bladeren met je vingers of een vingerhark uit de pol.
- Uitgebloeide aren
- Laat ze staan als strokleurig accent of knip ze in augustus weg.
- Delen
- Een pol die in het midden kaal wordt, deel je elke 3–4 jaar in het voorjaar.
Tip: Plant hem in groepjes op schrale, doorlatende zandgrond en bemest niet: zo blijft de pol compact en blauwgrijs. Op zware grond meng je grind door de grond.
Wanneer snoei je een Koeleria glauca?
Wanneer: Niet snoeien. Trek enkel in maart–april de dode bladeren uit de pol.
Hoe:
- Kam met je vingers of een vingerhark door de pol: de dode bladeren komen los.
- Knip de uitgebloeide aren in augustus weg of laat ze als strokleurig accent staan.
- Knip de pol zelf niet kort: hij herstelt slecht.
Let op: Niet kort afknippen: een groenblijvende pol herstelt daar slecht van.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of in september: steek de pol uit, verdeel hem in stukken met wortels en plant ze meteen. Doe dit elke 3–4 jaar.
- Zaaien
- In het voorjaar op zaaigrond bij 15–20 °C, de zaden nauwelijks bedekken. De zaailingen groeien vrij snel, maar de blauwe kleur kan variëren.
Hoe komt een Koeleria glauca de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard tot ongeveer −25 °C: geen bescherming nodig in Vlaanderen.
- Natte voeten zijn het gevaar: zorg voor goede drainage en laat het blad in de winter staan.
- In een pot of bak: zet hem op voetjes zodat overtollig water wegloopt en plaats hem beschut tegen een muur.
Ziektes en plagen
- Winternat: Bruine of rottende pol in het voorjaar door te natte grond. Verbeter de drainage met grind en plant op een lichte verhoging.
- Kaal midden: Een pol sterft na enkele jaren in het midden af. Deel hem in het voorjaar en plant de levende buitenstukken terug.
- Roest: Oranje poederige bultjes op het blad in een vochtige zomer. Trek aangetaste bladeren eruit en houd de pol luchtig.
- Verlies van blauwe kleur: Het blauw verdwijnt in schaduw of in rijke grond. Geef volle zon en bemest niet.
Het jaar rond
- Maart: Dode bladeren uit de pol trekken. Planten of delen.
- April: Planten of delen.
- Mei: Planten. De aren vormen zich.
- Juni: Bloei begint.
- Juli: Bloei. Weinig of geen water nodig.
- Augustus: Uitgebloeide aren wegknippen of laten staan.
- September: Planten of delen.
- Oktober: Planten.
- November: Zorgen voor goede afwatering.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het geslacht Koeleria is genoemd naar Georg Ludwig Koeler (1765–1807), een Duitse botanicus. In het Nederlands heet het fakkelgras.
- De soortnaam glauca betekent blauwgrijs, naar het waslaagje op de bladeren.