
Foto: Bernard DUPONT from FRANCE, CC BY-SA 2.0 · bron
Kamerplant · Cactaceae
Myrtillocactus
Myrtillocactus geometrizans
In andere talen: Blue candle (English)
Myrtillocactus geometrizans komt uit Mexico, waar hij als zuilvormige, kandelaarachtige cactus op droge hellingen groeit en meerdere meters hoog kan worden. De stam en de vertakkende armen zijn blauwgroen met een fijn waslaagje en hebben vijf of zes ribben met korte, zwarte stekels. Binnenshuis groeit hij vrij snel tot ongeveer 1 m hoog en blijft hij slank, wat hem geschikt maakt als sculpturale plant bij een zonnig raam. Bij oudere planten verschijnen kleine, roomwitte bloemen en kleine, paarsrode vruchtjes. Hij is stevig, groeit vlot en is dankzij zijn blauwe kleur een mooie tegenhanger van groene planten.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 10 °C
Grootte
1 m
hoog, 0,6 m breed
| Snoeimaanden | april–mei |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een myrtillocactus?
- Groeivorm
- Zuil- of kandelaarvormige cactus, binnenshuis ongeveer 1 m hoog en 60 cm breed, met zijtakken; in de natuur meerdere meters hoog.
- Stengel
- Blauwgroen met een waslaagje, met vijf of zes ribben; ongeveer 6–10 cm dik.
- Stekels
- Kleine stekelkussentjes op de ribben met korte, zwarte stekels; jonge planten hebben er weinig en korte.
- Bloem
- Kleine, roomwitte tot groenige bloemen van ongeveer 3 cm, zelden binnenshuis en alleen bij oudere planten.
- Vrucht
- Kleine, ronde, paarsrode besjes van ongeveer 1–2 cm, die op bosbessen lijken; ze worden in Mexico gegeten.
Planten: maart–april · Snoeien: april–mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een opvallende blauwgroene zuil die het hele jaar mooi is, ook zonder bloemen.
- Groeit vrij snel voor een cactus en wordt snel een stevige, sculpturale plant.
- Weinig werk: weinig water, geen strakke snoei en nauwelijks bemesting.
- Is makkelijk te vermeerderen met stengelstekken van afgebroken of ingekorte takken.
- Past in een moderne of tropisch aandoende woonkamer en kleurt mooi bij groene en grijze bladeren.
Waar staat een myrtillocactus graag?
- Volle zon, bijvoorbeeld op een zuid- of westraam. In de zomer mag hij buiten staan, onder dak en beschut tegen regen.
- Zeer goed doorlatend, mineraal mengsel: cactusgrond half om half met grof zand, fijn grind of puimsteen; neutraal.
- Droog: laat de grond tussen twee gietbeurten helemaal opdrogen en laat nooit water in de schotel staan.
- Plaats hem in een stevige, diepe pot op een vaste plek met ruimte voor de zijtakken; een zware pot voorkomt omvallen.
- Licht
- Zonnig
- Potgrond
- Cactusgrond
- Zuurtegraad
- Neutraal
- Water geven
- Weinig
- Grootte
- 1 m hoog, 0,6 m breed
- Temperatuur
- Minimum 10 °C
Mooi samen met
- Opuntia: Een platte cactus met ronde bladvormen als contrast met de rechte zuil.
- Agave: Een stevige, grijsblauwe rozet die goed past bij het blauwgroen.
- Aloë: Vlezig, rustig blad voor dezelfde zonnige en droge plek.
- Echeveria: Een lage rozet in blauwgrijze tinten aan de voet van de zuil.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een myrtillocactus?
Planten in maart–april.
- Pot in maart–april, bij het begin van de groei, of zodra de plant zijn pot vol heeft; meestal om de 2–3 jaar.
- Draag dikke handschoenen of hou de plant vast met een opgevouwen krant of schuimrubber; de stekels prikken.
- Kies een stevige, diepe pot met een gat in de bodem, een maat groter dan de oude; terracotta droogt sneller uit dan plastic.
- Vul met een mengsel van cactusgrond en grof zand of grind en zet de plant even diep als eerst; druk de grond lichtjes aan.
- Geef na het verpotten ongeveer een week geen water, zodat beschadigde wortels kunnen helen.
Verzorgen
- Water
- Van april tot september water geven als de grond helemaal droog is, ongeveer elke 1–2 weken afhankelijk van de warmte; het overtollige water laten weglopen. In de winter weinig of niets.
- Bemesten
- Van mei tot augustus één keer per maand cactusvoeding in de aangegeven dosis of iets zwakker. Niet in de winter.
- Licht
- Veel zon. Wen hem na de winter geleidelijk aan fel zonlicht, anders krijgt hij gele of bruine verbrandingsplekken.
- Draaien
- Draai de pot af en toe een kwartslag, zodat de plant recht en gelijkmatig groeit in plaats van naar het licht te buigen.
- Verpotten
- Om de 2–3 jaar in het voorjaar in verse, mineraal mengsel in een stevige pot.
Tip: Groeit vrij snel: geef hem een zware, diepe pot, volle zon en in de winter een droge, lichte plek boven 10 °C, dan blijft hij vlekkeloos.
Wanneer snoei je een myrtillocactus?
Snoeimaanden: april–mei.
Wanneer: Hij wordt niet echt gesnoeid. In april–mei kun je een te hoge of scheve plant inkorten, en dan krijg je meteen stekken.
Hoe:
- Snijd met een schone, scherpe zaag of mes door een tak of stam, op de hoogte die je wilt, met dikke handschoenen en een opgevouwen krant.
- Laat de wond aan de plant een paar dagen aan de lucht drogen; er ontstaan vaak nieuwe zijtakken onder de snede.
- Snijd rotte of verschrompelde delen weg tot in gezond, groen weefsel.
- Gebruik de afgesneden stukken als stek, zie vermeerderen.
Let op: Hij heeft stekels en is bij het snijden zwaar en onhandig: draag dikke handschoenen en bescherm je ogen.
Vermeerderen
- Stekken
- In het voorjaar of de zomer een tak met een schoon mes afsnijden en 1–2 weken laten drogen tot de wond een korstje heeft. Zet hem rechtop in droog, zandig mengsel en geef pas na 3–4 weken een klein scheutje water, wanneer hij wortelt.
- Zaaien
- In het voorjaar op een zandig mengsel zaaien, het zaad nauwelijks bedekken, onder folie bij 20–25 °C op een lichte plek. De plantjes groeien langzaam.
Hoe komt een myrtillocactus de winter door?
- Niet winterhard in België: houd hem boven 10 °C. De beste winterplek is licht en koel, bij 10–15 °C.
- Houd de grond van oktober tot maart droog of vrijwel droog; koude plus vocht geeft rot en vlekken.
- Zet hem niet in een koude tocht of tegen een koud raam, en niet vlak boven een radiator: droge, hete lucht werkt wolluis en schildluis in de hand.
Ziektes en plagen
- Vlekken: Gele, bruine of kurkachtige plekken op de stengel na koude, vochtige perioden, vooral in de winter. Houd hem droog en boven 10 °C; de vlekken verdwijnen niet, maar nieuwe groei blijft gezond.
- Rot: Zachte, bruine of donkere stengelvoet door te veel water of water bij koude. Stop met water, snijd rotte delen weg tot in gezond weefsel en laat een gezond stuk als stek opnieuw wortelen.
- Uitrekken: Een dunne, bleke, uitgerekte top betekent te weinig licht. Zet hem op een zonnigere plek; het uitgerekte deel kun je inkorten.
- Wolluis en schildluis: Witte, wollige plukjes of bruine schildjes tussen de ribben en bij de stekels. Haal ze weg met een zacht penseeltje of wattenstaafje en herhaal na een week.
- Zonnebrand: Gele of bruine verdroogde plekken na plots fel zonlicht, bijvoorbeeld na de winter. Wen hem geleidelijk aan zon.
Het jaar rond
- Januari: Rust: droog, licht, 10–15 °C. Geen water.
- Februari: Rust: droog en licht. Geen water.
- Maart: Verpotten kan. Geleidelijk aan meer zon laten wennen.
- April: Verpotten of inkorten. Beginnen met water geven bij droge grond.
- Mei: Water bij droge grond. Beginnen met bemesten. Stekken nemen.
- Juni: Water bij droge grond en bemesten. Veel zon en frisse lucht.
- Juli: Water bij droge grond en bemesten.
- Augustus: Water bij droge grond. Laatste keer bemesten.
- September: Laatste keer water bij droge grond. Niet meer bemesten.
- Oktober: Binnenhalen voor het koud wordt. Water bijna stopzetten.
- November: Rust: droog en licht, boven 10 °C.
- December: Rust: droog en licht, boven 10 °C.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Myrtillocactus verwijst naar het Latijnse myrtillus (kleine mirte of bosbes) en slaat op de bosbesachtige vruchtjes.
- De vruchten heten in Mexico garambullos en worden daar gegeten en verkocht.
- Het blauwe waslaagje op de stengel beschermt de plant tegen te veel zon en uitdroging.