
Foto: Averater, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Lamiaceae
Siberisch kattenkruid
Nepeta sibirica
In andere talen: Népéta de Sibérie (Français) · Siberian catmint (English)
Het Siberisch kattenkruid komt uit Siberië, Mongolië en Noord-China en is een rechtopgroeiende, sterke vaste plant van ongeveer 80 cm. Zijn lange, losse bloemaren dragen van juni tot augustus grote, lavendelblauwe lipbloemen in kransen boven aromatisch, grijsgroen blad. Het is een van de hoogste en meest sierlijke kattenkruiden en bloeit vroeger en langer dan de meeste soorten. Een bekend ras is ‘Souvenir d’André Chaudron’, met nog grotere, diepblauwe bloemen. Bijen en hommels zoemen er de hele zomer omheen, en na een terugsnoei geeft hij vaak nog een tweede bloei.
Let op: Hij breidt zich uit met ondergrondse uitlopers en kan kleinere buren verdringen: geef hem ruimte of bedwing hem jaarlijks door uitlopers af te steken.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,8 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een siberisch kattenkruid?
- Groeivorm
- Rechtopstaande pol van 70–80 cm hoog en 50 cm breed, met vierkante stengels en ondergrondse uitlopers.
- Blad
- Lancetvormig, 5–10 cm, gezaagde rand; grijsgroen en aromatisch.
- Bloem
- Grote lipbloemen in kransen langs lange, losse bloemaren, van juni tot augustus.
- Kleur
- Lavendelblauw tot blauwpaars.
- Wortels
- Kruipende wortelstokken en uitlopers waarmee de plant zich langzaam uitbreidt.
Bloei: juni–augustus · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Lange, losse bloemaren in lavendelblauw, van juni tot augustus.
- Zeer geliefd bij bijen, hommels en vlinders.
- Aromatisch, grijsgroen blad dat fris ruikt.
- Taai en droogtetolerant in zonnige, goed doorlatende grond.
- Na terugknippen volgt vaak een tweede bloei; het hele seizoen mooi.
Waar staat een siberisch kattenkruid graag?
- Volle zon; in halfschaduw wordt hij langer en valt hij makkelijker open.
- Arme tot gewone, goed doorlatende grond: zand, leem of klei, ook kalkrijk.
- Verdraagt droogte goed; natte voeten in de winter doen hem veel kwaad.
- Plant op 50 cm van elkaar en reken op uitbreiding via uitlopers.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,8 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een siberisch kattenkruid?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit en maak de bodem los; op zware grond helpt grof zand.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Geef 50 cm afstand en denk eraan dat hij zich in de loop der jaren uitbreidt.
- Geef meteen een flinke gieter water; mulch niet met compost maar eventueel met grind.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks geven; daarna enkel in lange droge periodes.
- Bemesten
- Meestal niet nodig: te rijke grond zorgt voor slappe, lange stengels.
- Terugknippen
- Na de eerste bloei, in juli, de bloemstengels terugnemen: dat geeft een tweede bloei.
- Steun
- In rijke grond of halfschaduw plant je best wat takjes mee om de stengels recht te houden.
- Uitlopers
- Steek ongewenste uitlopers in het voorjaar af en plant ze elders of gooi ze weg.
Tip: Knip na de bloei terug voor een tweede bloei en steek elk voorjaar de uitlopers af die te ver doorgroeien. Op arme grond blijft hij compact.
Wanneer snoei je een siberisch kattenkruid?
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: Twee keer per jaar: in juli na de eerste bloei en in maart, voor de nieuwe scheuten.
Hoe:
- Knip in juli de verdorde bloemstengels tot de helft terug; hij loopt snel weer uit en bloeit opnieuw.
- Laat de stengels in de winter staan als schuilplaats voor insecten en bescherming van de voet.
- Knip in maart alle oude stengels tot 5–10 cm boven de grond.
- Haal dode of beschadigde stukken weg.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of september: pol uitgraven, in stukken met wortels delen en meteen opnieuw planten. Elke drie à vier jaar is goed.
- Uitlopers afsteken
- In het voorjaar bewortelde uitlopers met een spa afsteken en elders planten.
- Stekken
- In april–mei: stekken van 8–10 cm van jonge scheuten, onderste bladeren weg, in zandige potgrond.
Hoe komt een siberisch kattenkruid de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C: in Belgische winters geen bescherming nodig.
- Laat de stengels staan tot maart; ze beschermen de voet en dienen als schuilplaats voor insecten.
- In een pot: kies een grote pot met goede drainage en laat hem niet in water staan.
Ziektes en plagen
- Uitbreiding: Hij vormt uitlopers en kan de buren verdringen. Steek ze jaarlijks af, of plant hem in een brede rand met ruimte.
- Openvallen: De pol zakt open in rijke grond of in de schaduw. Plant in schrale grond in de zon, of geef takjes als steun.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad bij droogte of dichte beplanting. Terugknippen en meer ruimte laten helpt.
- Wortelrot: Geel blad en een slappe pol na een natte winter. Verbeter de drainage met grof zand of plant hoger.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels terugknippen. Planten, delen of uitlopers afsteken.
- April: Planten of delen. Stekken nemen.
- Mei: Planten. Steun plaatsen.
- Juni: Eerste bloei. Bijen kijken.
- Juli: Na de eerste bloei terugknippen voor een tweede bloei.
- Augustus: Tweede bloei. Bij droogte water geven.
- September: Planten of delen. Zaaddozen laten staan.
- Oktober: Planten. Stengels laten staan als winterbescherming.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam sibirica betekent ‘uit Siberië’: in het wild groeit hij in Siberië, Mongolië en Noord-China.
- Hij hoort bij de lipbloemenfamilie met vierkante stengels, net als munt en salie.